Huidige tekst
Artikel 1 Akkoord inzake de vaststelling van een gedeelte van het gemeenschappelijk douanetarief met betrekking tot de produkten van lijst G opgenomen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap
a) Te rekenen vanaf de eerste aanpassing aan het gemeenschappelijk douanetarief tot aan het einde van de tweede etappe der overgangsperiode, machtigt de Commissie de onderstaande Lid-Staten, op hun verzoek, tot het instellen van tariefcontingenten met vrijdom van recht in overeenstemming met de eigen behoeften van hun verbruikende industrieën: 1. de Beneluxlanden voor de volgende ferrolegeringen: ferrosilicium, ferromangaan (ander dan dat hetwelk meer dan twee gewichtspercenten koolstof bevat), ferrosilicomangaan, ferrochroom, ferromolybdeen, ferrowolfram en ferrovanadium; 2. de Bondsrepubliek Duitsland voor ferrosilicomangaan; 3. Italië voor ferrochroom, dubbel gezuiverd. b) Te rekenen vanaf het begin van de derde etappe der overgangsperiode kent de Commissie aan de hierbovenvermelde Lid-Staten, op hun verzoek, en voor dezelfde produkten, tariefcontingenten toe tegen een verlaagd recht of met vrijdom van recht, indien een wijziging in de voorzieningsbronnen of een onvoldoende voorziening binnen de Gemeenschap nadelige gevolgen voor de verwerkende industrieën van de betrokken Lid-Staat zou kunnen medebrengen. Aan deze contingenten mag niet een zodanige omvang worden gegeven dat voor verplaatsing van bedrijvigheid ten nadele van andere Lid-Staten moet worden gevreesd. c) De Commissie onderwerpt op gezette tijden de met toepassing van dit artikel geopende tariefcontingenten aan een onderzoek.