Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten

Huidige tekst

Artikel 21 Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten

Geldt sinds 5 juni 1998

  1. 1

    Indien een Duitse autoriteit een onderzoek opent of een arrestatie verricht wegens een handeling die strafbaar is ingevolge artikel 7 van de vierde wet tot wijziging; van de strafwetgeving van 11 juni 1957 (Bundesgesetzblatt Deel I, blz. 597) of ingevolge wettelijke voorzieningen die in de toekomst eventueel in de plaats van dat artikel zullen treden, stelt de Duitse autoriteit die het onderzoek leidt de militaire autoriteiten van de betrokken staat van herkomst daarvan onverwijld in kennis. Hetzelfde geldt indien een Duitse autoriteit een onderzoek opent of een arrestatie verricht wegens een handeling die op andere wijze gericht is tegen de veiligheid van een staat van herkomst of zijn krijgsmacht.

  2. 2

    Indien de bevoegde autoriteit van een staat van herkomst op het grondgebied van de Bondsrepubliek een onderzoek opent of een arrestatie verricht wegens een handeling die gepleegd is op dat grondgebied en in verband staat met aangelegenheden die de veiligheid van de Bondsrepubliek raken, stelt die autoriteit de Duitse autoriteiten daarvan onverwijld in kennis.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.