Aanvullend Verdrag inzake de afschaffing van de slavernij, de slavenhandel en met slavernij gelijk te stellen instellingen en praktijken

Huidige tekst

Artikel 6 Aanvullend Verdrag inzake de afschaffing van de slavernij, de slavenhandel en met slavernij gelijk te stellen instellingen en praktijken

Geldt sinds 3 december 1957

  1. 1

    Het tot slaaf maken van een ander of het overhalen van een ander om zichzelf of een van hem afhankelijke persoon tot slaaf te laten maken, of de poging daartoe, of de medeplichtigheid daaraan, of de samenspanning daartoe, vormt een strafbaar feit volgens de wetten van de Staten welke partij zijn bij dit Verdrag, en personen die daaraan schuldig worden bevonden, stellen zich aan straf bloot.

  2. 2

    Met inachtneming van het bepaalde in de inleidende alinea van artikel 1 van dit Verdrag is lid 1 van dit artikel eveneens van toepassing op het overhalen van een ander om zichzelf of een van hem afhankelijke persoon de slaaflijke staat voortvloeiende uit een der in artikel 1 genoemde instellingen of praktijken te doen aannemen, op de poging daartoe, op de medeplichtigheid daaraan en op de samenspanning daartoe.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.