Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende de immuniteit van Staatsschepen

Huidige tekst

Artikel I Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot het vaststellen van enige eenvormige regelen betreffende de immuniteit van Staatsschepen

Geldt sinds 8 januari 1937

I Aangezien er twijfel gerezen is omtrent de vraag of, en in welke mate de woorden „door hem geëxploiteerd” in artikel 3 van het verdrag toepasselijk zijn of toepasselijk zouden kunnen worden geacht op schepen die door een Staat zijn gecharterd, hetzij bij tijdbevrachting, hetzij bij reisbevrachting, wordt, om allen twijfel buiten te sluiten, het volgende verklaard: „De door Staten, hetzij bij tijdbevrachting, hetzij bij reisbevrachting gecharterde schepen mits zij uitsluitend gebezigd worden voor een regeeringsdienst, waarmede geen handelsdoeleinden worden beoogd, alsmede de ladingen die deze schepen vervoeren, kunnen op geenerlei wijze in beslag genomen, aangehouden of vastgehouden worden, maar deze immuniteit laat alle andere rechten of rechtsmiddelen, welke aan de belanghebbenden mochten toekomen, onverkort. Eene op de wijze, voorzien in artikel 5 van het verdrag, door den diplomatieken vertegenwoordiger van den betrokken Staat afgegeven verklaring zal ook in dit geval als bewijs gelden van den aard van den dienst waartoe het schip is gebezigd.”

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.