Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Huidige tekst

Artikel 2 Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Geldt sinds 12 april 1982

  1. 1

    Indien een Verdragsluitende Partij zich het recht heeft voorbehouden de uitvoering van rogatoire commissies strekkende tot huiszoeking of inbeslagneming afhankelijk te stellen van de voorwaarde dat het delict dat tot de rogatoire commissie aanleiding geeft, zowel volgens de wetgeving van de verzoekende Partij als volgens die van de aangezochte Partij een strafbaar feit is, dan is, wat de fiscale delicten betreft, aan deze voorwaarde voldaan indien het feit strafbaar is volgens de wetgeving van de verzoekende Partij en overeenkomt met een strafbaar feit van dezelfde aard volgens de wetgeving van de aangezochte Partij.

  2. 2

    Het verzoek mag niet worden afgewezen op grond van het feit dat naar de wetgeving van de aangezochte Partij niet dezelfde soort retributies of belastingen worden geheven, of die wetgeving niet dezelfde soort regeling op het gebied van retributies, belastingen, douane en deviezen bevat als de wetgeving van de verzoekende Partij.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1253Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag a.b.i. art. 552a Sv i.v.m. met art. 5.1.11 Sv gericht tegen kennisneming en gebruik van gegevens die n.a.v. Oekraïense rechtshulpverzoeken zijn gevorderd o.g.v. art. 126nd Sv in…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:22652Rechtbank Den Haag, 28 maart 2024 (strafrecht)

    beklag ex art 552a jo art 5.1.11 Sv ongegrond

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.