Aanpassingswet enige wetten Ministerie van Veiligheid en Justitie (brengen van een aantal zelfstandige bestuursorganen onder werking van Kaderwet zelfstandige bestuursorganen)

Huidige tekst

Artikel V Aanpassingswet enige wetten Ministerie van Veiligheid en Justitie (brengen van een aantal zelfstandige bestuursorganen onder werking van Kaderwet zelfstandige bestuursorganen)

Geldt sinds 1 januari 2014

Op de leden van het College bescherming persoonsgegevens die zijn benoemd of herbenoemd voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel C, subonderdeel 2, in werking treedt, blijft artikel 53, derde lid, eerste, tweede en derde volzin, van de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing, zoals dat luidde voor dat tijdstip. Besluiten die zijn genomen op grond van artikel 7, derde lid, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten onderscheidenlijk artikel 4, derde lid, van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, onderscheidenlijk artikel IV, onderdeel E, worden aangemerkt als besluiten in de zin van artikel 12, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.