Aanhef
De Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland;
gelezen het voorstel d.d. 26 november 2014, nummer 369850;
besluit:
vast te stellen de Regeling vertrouwenspersoon Waterschap Zuiderzeeland.
Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
1Melder: de (ex-)medewerker van het waterschap.
2Misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van een wantoestand, te weten een illegale of immorele praktijk, die plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van Waterschap Zuiderzeeland en waarbij een maatschappelijk belang in het geding is, in verband met:
a.een (dreigend) strafbaar feit, zoals diefstal, corruptie en valsheid in geschrifte;
b.een (dreigende) schending van wet- en regelgeving;
c.een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu;
d.een (dreiging van) bewust onjuist informeren van publieke organen;
e.een (dreigende) verspilling van maatschappelijke/collectieve middelen;
f.een (dreiging van) het bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie over deze feiten.
3Onregelmatigheid: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van een onvolkomenheid of ongerechtigheid van algemene, operationele en/of financiële aard die plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van Waterschap Zuiderzeeland. Het betreft onregelmatigheden die zodanig ernstig zijn dat die vallen buiten de reguliere werkprocessen en de verantwoordelijkheid van de (direct) leidinggevende overstijgen.
4Integriteitschending: aantastingen van de integriteit door onder andere belangenverstrengeling, manipulatie van of misbruik van (de toegang tot) informatie, misbruik van bevoegdheden of positie, onverenigbare functies/bindingen/activiteiten, strafbare feiten binnen werktijd (diefstal, verduistering fraude en corruptie), (strafbare) misdragingen buiten werktijd of verspilling en misbruik van gemeentelijke eigendommen.
5Ongewenst gedrag: (seksuele) intimidatie, pesten, agressie, geweld en discriminatie binnen of in samenhang met de werksituatie en tot gevolg hebben dat de een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd dan wel dat de werkprestaties van een persoon worden aangetast.
6Dagelijks Bestuur: het college van Dijkgraaf en Heemraden van Waterschap Zuiderzeeland.
7Algemeen Bestuur: de Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland.
8Vertrouwenspersoon: diegene die door het Dagelijks Bestuur is aangewezen om als zodanig voor Waterschap Zuiderzeeland te fungeren.
9Medewerker: een ieder – niet zijnde een politiek ambtsdrager - die werkzaam is of is geweest bij het waterschap, onder wie ook degenen die niet zijn aangesteld als ambtenaar, maar die bij voorbeeld werkzaam zijn als arbeidscontractant, stagiaire, vrijwillig(st)er, interim-medewerker of uitzendkracht.
10Melding: een klacht/melding conform de Klachtenregeling Ongewenst Gedrag Waterschap Zuiderzeeland en/of de Regeling klokkenluiders Waterschap Zuiderzeeland.
Artikel 2 Melding
1De melder doet de melding, betreffende misstanden, onregelmatigheden, integriteitschendingen en/of ongewenst gedrag, aan de vertrouwenspersoon.
2Indien het Dagelijks Bestuur een melding ontvangt, kan zij ervoor kiezen om de vertrouwenspersoon in te schakelen.
3Zowel de melder als de vertrouwenspersoon als de betrokkenen bij de afhandeling van de melding, behandelen de melding vertrouwelijk.
De ongewenst gedrag-/klokkenluidersregeling
Artikel 3 Regeling Ongewenst gedrag
De Klachtenregeling Ongewenst Gedrag Waterschap Zuiderzeeland is onverkort van toepassing.
Artikel 4 Regeling Klokkenluiders
De regeling Klokkenluiders Waterschap Zuiderzeeland is onverkort van toepassing.
Benoeming, taken, instructies vertrouwenspersoon
Artikel 5 Benoeming vertrouwenspersoon
1Het bevoegd gezag benoemt met instemming van de ondernemingsraad een externe vertrouwenspersoon.
2De vertrouwenspersoon verricht zijn/haar taken onder directe verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur.
3Het Dagelijks Bestuur stelt de vertrouwenspersoon in de gelegenheid de taken naar behoren te vervullen en kent daarvoor faciliteiten toe.
Artikel 6 Taken vertrouwenspersoon
1De vertrouwenspersoon heeft tot taak degenen die zich met meldingen tot hem/haar wenden of degene(n) waarover de melding gaat, te ondersteunen en te adviseren. Hierbij geldt dat één vertrouwenspersoon niet beide partijen kan ondersteunen en/of adviseren.
2De vertrouwenspersoon kan ondersteunen en adviseren door onder andere:
a.te fungeren als aanspreekpunt;
b.het op verzoek ondernemen van actie, in de vorm van het opstarten van bemiddeling, ter voorkoming of bestrijding van een misstand, onregelmatigheid, integriteitschending en/of ongewenst gedrag;
c.het eventueel doorverwijzen naar andere hulpverlenende instanties binnen of buiten de organisatie;
d.het adviseren omtrent te ondernemen stappen, waaronder de mogelijkheid van het indienen van een klacht bij het Dagelijks Bestuur conform de van toepassing zijnde regelingen;
e.de nazorg voor personen, die met misstanden, onregelmatigheden, integriteitschendingen en/of ongewenst gedrag zijn geconfronteerd.
3In geval van bemiddeling als bedoeld onder b. van dit artikel, heeft de vertrouwenspersoon tot taak de melder te ondersteunen in het informele traject en de betrokkenen te adviseren over de te volgen procedure.
4Ingeval van het indienen van een klacht bij het Dagelijks Bestuur, heeft de vertrouwenspersoon tot taak de klager hierbij te begeleiden en te ondersteunen.
5De vertrouwenspersoon stelt jaarlijks via een geanonimiseerd rapport het Dagelijks Bestuur en de ondernemingsraad in kennis van het aantal en aard van de ontvangen klachten.
6De vertrouwenspersoon kan het management gevraagd en ongevraagd adviseren over preventie en bestrijding van misstanden, onregelmatigheden, integriteitschendingen en/of ongewenst gedrag in de organisatie.
Artikel 7 Instructies vertrouwenspersoon
De vertrouwenspersoon dient zich aan de volgende instructies te houden:
1in alle gevallen zorgvuldigheid betrachten met het oog op de belangen van de direct betrokkenen en van alle andere betrokken personen;
2alleen actie ondernemen met toestemming van de melder;
3niet op eigen initiatief informatie bij derden inwinnen;
4niet ingaan op geruchten over meldingen ten aanzien van misstanden, onregelmatigheden, integriteitschendingen en/of ongewenst gedrag;
5de vertrouwenspersoon heeft een geheimhoudingsplicht en geeft geen informatie aan derden binnen of buiten de organisatie en onderneemt geen activiteiten zonder toestemming van de medewerker die zich tot hem/haar, in de functie van vertrouwenspersoon, heeft gewend. De enige uitzondering hierop vormt het geval waarin de vertrouwenspersoon op de hoogte wordt gebracht van misdrijven waarvoor op grond van de artikelen 160 en 162 van het Wetboek van Strafvordering een aangifteplicht bestaat. De vertrouwenspersoon is dan – in het uiterste geval – zelf verplicht het misdrijf intern te melden bij het bevoegd gezag van de aangesloten organisatie.
Artikel 8 Signaalfunctie vertrouwenspersoon
De vertrouwenspersoon kan aan het Dagelijks Bestuur signalen afgeven over knelpunten in de uitvoering van het beleid ter voorkoming en bestrijding van misstanden, onregelmatigheden, integriteitschendingen en/of ongewenst gedrag.
Geheimhouding
Artikel 9 Geheimhouding en verschoning
1De vertrouwenspersoon houdt de identiteit van de medewerker die met een klacht of een melding komt - op diens verzoek - geheim en gaat hiermee uiterst zorgvuldig om.
2Het Dagelijks Bestuur kan de vertrouwenspersoon niet verplichten om informatie te geven of te getuigen over zaken die hem/haar in zijn/haar functie van vertrouwenspersoon bekend zijn geworden.
Inwerkingtreding en bekendmaking regeling
Artikel 10 Slotbepalingen
1Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na vaststelling ervan door het bevoegd gezag.
2Deze regeling wordt algemeen bekendgemaakt.
Aldus vastgesteld in de Algemene Vergadering d.d. 27 januari 2015.
Lelystad, 27 januari 2015,
de secretaris, de voorzitter,
ir.J.B. van der Veen. ir. H.C. Klavers.