Waterschapswetten

Aanwijzingsbesluit belastingplichtigen waterschapsbelastingen 2022

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht · geldt sinds 23 december 2022

Aanhef

De ambtenaar belast met de heffing van waterschapsbelastingen van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht;

Overwegende dat het wenselijk is nadere regels te stellen met betrekking tot het aanwijzen van belastingplichtigen voor de watersysteemheffing, zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing in keuzesituaties;

Gelet op:

•de hoofdstukken XVI, XVII, XVIIB en XVIII van de Waterschapswet;

•hoofdstuk 7 van de Waterwet;artikel 2 van de Verordening Watersysteemheffing Amstel, Gooi en Vecht;

•artikel 4, lid 1 en 2 onder a van de Verordening Zuiveringsheffing Amstel, Gooi en Vecht;

•artikel 4, lid 1 en 2 onder a van de Verordening Verontreinigingsheffing Amstel, Gooi en Vecht;

Besluit;

Vast te stellen het volgende Aanwijzingsbesluit belastingplichtigen waterschapsbelastingen 2022.

Artikel 1

Voor de watersysteemheffing gebouwd, natuurterreinen en ongebouwd wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een kadastraal perceel de aanslag op naam gesteld van:

1.1 Degene die, gelet op artikel 119, lid 2 van de Waterschapswet en artikel 2, leden 4 en 5 van de Verordening Watersysteemheffing Amstel, Gooi en Vecht, het zakelijk recht geniet dat de hoogste voorrang heeft in de aanwijzing als belastingplichtige. In afnemende volgorde betreft dat:

1.1.1 de vruchtgebruiker dan wel de gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

1.1.2 de opstaller, voor zover dat recht niet uitsluitend is gevestigd ten behoeve van de aanleg en/of het onderhoud van ondergrondse dan wel bovengrondse leidingen;

1.1.3 de erfpachter;

1.1.4 de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

1.1.5 degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

1.2 Als er meerdere personen hetzelfde, belastingplicht veroorzakende, zakelijk recht genieten, degene die:

1.2.1 volgens de beschikbare gegevens in Nederland woont of gevestigd is;

1.2.2 als er meerdere personen in Nederland wonen of gevestigd zijn: degene die grootste aandeel uitgedrukt in procenten in het genotsrecht heeft;

1.2.3 als er meerdere personen in Nederland wonen of gevestigd zijn die een gelijk aandeel in het genotsrecht hebben: een natuurlijk persoon boven een rechtspersoon;

1.2.4 Als er meerdere natuurlijke personen in Nederland wonen of gevestigd zijn die een gelijk aandeel in het genotsrecht hebben: degene die de oudste is in leeftijd.

1.2.5 Als er meerdere natuurlijke personen in Nederland wonen of gevestigd zijn die een gelijk aandeel in het genotsrecht hebben én op dezelfde dag geboren zijn: degene die in alfabetische volgorde van de achternaam, en;

1.2.6 als 1.2.5 geen uitsluitsel biedt van de voornaam, degene die als eerste genoemd zou worden.

Artikel 2

Voor de watersysteemheffing ingezetenen, de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing voor particulieren wordt de aanslag op naam gesteld van:

2.1.1 Degene die, volgens de Basisregistratie Personen, het langst op het betreffende adres gevestigd is;

2.1.2 Degene die, volgens de Basisregistratie Personen, het oudste is in leeftijd.

Artikel 3

Voor de zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing voor particulieren wordt, in geval dat de woonruimte wel gebruikt wordt, maar uit de Basisregistratie Personen (BRP) blijkt dat er niemand op het adres van deze woonruimte staat ingeschreven, de aanslag op naam gesteld van de eigenaar van de woonruimte, aan te wijzen met toepassing van artikel 1, die in dat geval als gebruiker van de woonruimte wordt aangemerkt.

Voor de zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing voor bedrijven wordt op gelijke wijze gehandeld, met dien verstande dat niet aan de informatie uit de BRP, maar aan de informatie in het Handelsregister (KvK) wordt getoetst.

Artikel 4

Als de aanslagen voor verschillende waterschapsbelastingen verenigd worden op één aanslagbiljet, wordt dit aanslagbiljet in onderstaande volgorde te naam gesteld van:

4.1 De belastingplichtige zoals aangewezen in artikel 1;

4.2 De belastingplichtige zoals aangewezen in artikel 2 en/of artikel 3.

Artikel 5

Van het in de artikelen 1, 2, 3 en 4 bepaalde kan door de heffingsambtenaar in voorkomende gevallen en naar zijn oordeel c,q, op grond van hem moverende redenen worden afgeweken. Bijvoorbeeld op grond van de geautomatiseerde verwerking van gegevens.

De voorkeursvolgorde is erop gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen. Met het oog hierop kan (dus) ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

Artikel 7

Met het in werking treden van dit besluit wordt het Aanwijzingsbesluit belastingplichtigen waterschapsbelastingen 2019, vastgesteld op 15 oktober 2019, ingetrokken. Het Aanwijzingsbesluit belastingplichtigen waterschapsbelastingen 2019 blijft echter van kracht voor de heffing en invordering van aanslagen die zijn vastgesteld vóór inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 8

Dit besluit kan worden aangehaald als: Aanwijzingsbesluit belastingplichtigen waterschapsbelastingen 2022.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.