Provinciale wetgeving

Luchtvaartverordening Zeeland

Provincie Zeeland · geldt sinds 25 januari 2012

Aanhef

Provinciale staten van Zeeland

-gelezen het voorstel van gedeputeerde staten van 25 oktober 2011, nr. 11115082;

-gezien het advies van de provinciale commissie omgevingsbeleid van 25 november 2010;

-overwegende dat het gelet op de Wet luchtvaart gewenst is (aanvullende) regels te stellen inzake besluitvormingsprocedures bij luchthavenbesluiten en luchthavenregelingen en het houden van toezicht ingevolge de Wet luchtvaart;

-gelet op artikel 145 en artikel 152 van de Provinciewet en op het bepaalde in en krachtens de Wet luchtvaart;

besluiten vast te stellen de navolgende Luchtvaarverordening Zeeland

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsbepaling

In deze verordening wordt verstaan onder

-wet: de Wet luchtvaart;

-luchthavenbesluit: een besluit als bedoeld in artikel 8.43 van de wet;

-luchthavenregeling: een regeling als bedoeld

in artikel 8.64 van de wet.

Artikel 2 Reikwijdte

1Deze verordening is van toepassing op

a.aanvragen tot het vaststellen of wijzigen van een luchthavenbesluit voor een luchthaven gelegen in de provincie Zeeland;

b.aanvragen tot het vaststellen of wijzigen van een luchthavenregeling voor een luchthaven gelegen in de provincie Zeeland;

c.het houden van toezicht bij of krachtens de Wet luchtvaart.

2Een aanvraag tot vaststelling van een luchthavenbesluit dan wel een luchthavenregeling kan door provinciale staten worden omgezet in en behandeld worden als een aanvraag tot vaststelling van een luchthavenregeling dan wel een luchthavenbesluit, indien provinciale staten dat op grond van de ingediende gegevens of uit beleidsmatige overwegingen aangewezen achten.

3Deze verordening is voor zover de bepalingen betrekking hebben op aanvragen niet van toepassing op het vaststellen van een luchthavenbesluit of luchthavenregeling op grond van de bepalingen krachtens artikelen XIII, XIV en XV van de Wet van 18 december 2008, Stb. 561 (RBML).

Artikel 3 Taak gedeputeerde staten

1Aanvragen tot vaststelling of wijziging van een luchthavenbesluit of luchthavenregeling worden bij gedeputeerde staten ingediend.

2Gedeputeerde staten zijn belast met de voorbereiding van een voorstel over een aanvraag voor provinciale staten, met inbegrip van het opstellen van een ontwerpvoorstel en het toepassing geven aan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

3Gedeputeerde staten kunnen bij de voorbereiding van een voorstel toepassing geven aan artikel 3:18, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht.

4Voordat een ontwerpvoorstel ter inzage wordt gelegd plegen gedeputeerde staten met burgemeester en wethouders van de gemeente(n) op wiens grondgebied de luchthaven en/of het bij de luchthaven horende beperkingengebied is gelegen overleg over het ontwerpvoorstel.

Artikel 4 Indieningsvereisten

Aanvragen tot vaststelling of wijziging van een luchthavenbesluit of luchthavenregeling worden schriftelijk in tweevoud ingediend, of zodra door de provincie de weg daartoe is opengesteld kunnen aanvragen digitaal worden ingediend.

Hoofdstuk 2 Procedurebepalingen voor aanvragen

Artikel 5 Aanvraag tot vaststelling van een luchthavenbesluit

Een aanvraag tot vaststelling van een luchthavenbesluit bevat tenminste de volgende gegevens:

1naam, adres, contactgegevens, rechtspersoonlijkheid, contactperso(o)n(en) en indien de aanvrager niet de (beoogde) exploitant is, tevens de genoemde gegevens van de (beoogde) exploitant.

2een aanduiding van het terrein dat bestemd is om als luchthaven te worden ingericht, met een topografische kaart op een schaal van tenminste 1:5.000 en de kadastrale aanwijzing van het terrein.

3een beschrijving van de aangevraagde situatie/activiteiten (niet technische samenvatting).

4de eigendomssituatie met betrekking tot het terrein, en voor zover de aanvrager niet de eigenaar is, een verklaring van de eigenaar of eigenaren dat deze instemt of instemmen met het voorgenomen gebruik als luchthaven.

5één of meer tekeningen waarop de gebieden waarvoor beperkingen met betrekking tot vliegveiligheid rondom dat terrein gelden zijn aangegeven, met inbegrip van (maximale) hoogte van objecten.

6een plan voor het gebruik van de luchthaven voor een periode in de eerste vijf jaar na inwerkingtreding van het luchthavenbesluit.

7de wijze waarop in de naderingsluchtverkeersleiding zal worden voorzien.

8de voor het beoogde gebruik noodzakelijke berekeningen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling burgerluchthavens en artikel 8.44, derde lid van de wet met betrekking tot het bepalen van de geluidsbelasting, het externe-veiligheidsrisico van het luchthavenluchtverkeer en de lokale luchtverontreiniging.

9de voor het in het achtste lid genoemde berekeningen gebruikte (invoer)gegevens.

10een bij het voornemen passende beschrijving van de mogelijke effecten op het milieu.

11een beschrijving waaruit blijkt dat de beoogde luchthaven past binnen het geldende, door provinciale staten vastgestelde luchtvaartbeleid.

12een verklaring waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde bepalingen van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen.

Artikel 6 Aanvraag tot wijziging van een luchthavenbesluit

Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag tot wijziging van een luchthavenbesluit, met dien verstande dat de aanvrager

a.alle gegevens indient die afwijken van de situatie die in het geldende luchthavenbesluit is neergelegd, en

b.verklaart dat alle overige gegevens gelijkluidend zijn aan de gegevens in het geldende luchthavenbesluit.

Artikel 7 Aanvraag tot vaststelling van een luchthavenregeling

Een aanvraag tot vaststelling van een luchthavenregeling bevat tenminste de volgende gegevens:

1naam, adres, contactgegevens, rechtspersoonlijkheid, contactperso(o)n(en) en indien de aanvrager niet de (beoogd) exploitant is, tevens de genoemde gegevens van de (beoogde) exploitant.

2een aanduiding van het terrein dat bestemd is om als luchthaven te worden ingericht, met een topografische kaart op een schaal van tenminste 1:5.000 en de kadastrale aanwijzing van het terrein.

3een beschrijving van de aangevraagde situatie/activiteiten (niet technische samenvatting).

4de eigendomssituatie met betrekking tot het terrein, en voor zover de aanvrager niet de eigenaar is, een verklaring van de eigenaar of eigenaren dat deze instemt of instemmen met het voorgenomen gebruik als luchthaven.

5één of meer tekeningen waarop de gebieden waarvoor beperkingen met betrekking tot vliegveiligheid rondom dat terrein gelden zijn aangegeven, met inbegrip van (maximale) hoogte van objecten.

6een plan voor het gebruik van de luchthaven voor een periode in de eerste vijf jaar na inwerkingtreding van de luchthavenregeling.

7de voor het beoogde gebruik noodzakelijke berekeningen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling burgerluchthavens en artikel 8.44, derde lid van de wet met betrekking tot het bepalen van de geluidsbelasting, het externe veiligheidsrisico van het luchthavenluchtverkeer.

8een bij het voornemen passende beschrijving van de mogelijke effecten op het milieu.

9een beschrijving waaruit blijkt dat de beoogde luchthaven past binnen het geldende, door provinciale staten vastgestelde luchtvaartbeleid.

10een verklaring waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde bepalingen van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen.

Artikel 8 Aanvraag tot wijziging van een luchthavenregeling

Artikel 7 is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag tot wijziging van een luchthavenregeling, met dien verstande dat de aanvrager

a.alle gegevens indient die afwijken van de situatie die in de geldende luchthavenregeling is neergelegd, en

b.verklaart dat alle overige gegevens gelijkluidend zijn aan de gegevens in de geldende luchthavenregeling.

Artikel 9 Formulier

Gedeputeerde staten kunnen voor elk van de in dit hoofdstuk genoemde aanvragen een formulier vaststellen.

Artikel 10 Aanvraag verklaring veilig gebruik luchtruim

Gedeputeerde staten dienen de aanvraag voor een verklaring van veilig gebruik van het luchtruim, als bedoeld in artikel 8.49 van de wet in.

Artikel 11 Gronden voor het niet vaststellen luchthavenbesluit / luchthavenregeling

Gereserveerd.

Hoofdstuk 3 Toezicht

Artikel 12 Aanwijzing toezichthouders

Gedeputeerde staten wijzen personen aan die zijn belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de wet gegeven regels en voorschriften.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 13 Citeerbepaling

Deze verordening wordt aangehaald als “Luchtvaartverordening Zeeland”.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Toelichting

Toelichting per artikel

Artikel 3

Voor de duidelijkheid is de bepaling opgenomen dat gedeputeerde staten belast zijn met de voorbereiding van het luchthavenbesluit en de luchthavenregeling. In dat kader dienen de aanvragen hiertoe bij gedeputeerde staten te worden ingediend. Mogelijk is deze bepaling in het licht van artikel 158 Provinciewet overbodig. Dit artikel is expliciet in deze verordening opgenomen, zodat duidelijk is dat provinciale staten gedeputeerde staten hebben belast met de in artikel 3 genoemde taken.

In lid 4 is bepaald dat gedeputeerde staten overleg plegen met burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente(n). Dit overleg vindt plaats voordat een ontwerpvoorstel ter inzage wordt gelegd. Het overleg geldt zowel voor het luchthavenbesluit als de luchthavenregeling. Het kan een ontwerpvoorstel betreffen naar aanleiding van een aanvraag of een ambtshalve op te stellen ontwerpvoorstel. Door middel van het overleg met de betrokken gemeenten kan duidelijk worden welke belangen en/of feiten op het gemeentelijk grondgebied spelen die relevant kunnen zijn voor het ontwerpvoorstel.

Artikel 5

In dit artikel wordt opgesomd welke gegevens minimaal moeten worden ingediend bij een aanvraag om vaststelling van een luchthavenbesluit. Voor zover van belang worden de verschillende onderwerpen toegelicht.

Sub 5: De gebieden die hier moeten worden aangegeven hebben betrekking op de gebieden genoemd in hoofdstuk 3 paragraaf 3.2.4 van het Besluit burgerluchthavens. Het betreft hier gebieden waarvoor beperkingen gelden op grond van vliegveiligheid.

Hoewel niet vereist kan het daarnaast van belang zijn duidelijkheid te verstrekken over de planologische status van de luchthaven in het bestemmingsplan. Is de luchthaven in het bestemmingsplan opgenomen of niet en zo ja in welk(e) bestemmingsplan(nen). Op deze wijze kan worden beoordeeld of en op welke wijze de gemeente de ruimtelijke inpassing van het luchthaventerrein heeft geregeld. Het door provinciale staten vastgestelde luchthavenbesluit heeft na-melijk de status van een voorbereidingsbesluit en kan tevens regels bevatten omtrent de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op het gebruik van het gebied als luchthaven. Dit betekent dat door middel van het luchthavenbesluit aan terrein/gebied de planologische bestemming "luchthaven" kan worden toegekend ook als dat nu nog niet het geval is.

Sub 6: naast het vermelden van de reguliere vluchten kunnen hier ook te verwachten uitzonderlijke activiteiten en/of evenementen worden vermeld. In het luchthavenbesluit kan zonodig hiermee rekening worden gehouden of indien wenselijk in uitzonderingsgevallen een ontheffingsre-gime worden opgenomen. Daarmee wordt voorkomen dat bij afwijkende activiteiten en/of vluchten het luchthavenbesluit gewijzigd moet worden vastgesteld. In het door gedeputeerde staten eventueel vast te stellen formulier kunnen de wenselijke details nader worden opgenomen, bijvoorbeeld: de soorten vliegtuigen, de aantallen vluchten, de dagen waarop gevlogen wordt, de openingstijden e.d.

Sub 8: voor wat betreft de gegevens voor de geluidbelasting betreft het hier met name het bepalen van de geluidsbelasting in de handhavingpunten op 100 meter van de koppen van de baan. Daarnaast moet door middel van deze berekeningen worden aangetoond dat een contour van het plaatsgebonden risico van 10-6 of een geluidcontour van 56 dB(A) Lden buiten het luchthavengebied valt waardoor het vaststellen van een luchthavenbesluit voor dit luchthaventerrein noodzakelijk is.

Met betrekking tot het onderwerp lokale luchtverontreiniging dient een toets te worden uitgevoerd aan de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

Provinciale staten nemen bij de het vaststellen van een luchthavenbesluit regels op ten behoeve van de ruimtelijke indeling. Het gaat daarbij om het vaststellen van een luchthavengebied en beperkingengebieden. Het luchthavengebied wordt vastgesteld op grond van de gegevens die worden verstrekt op basis van het tweede lid van dit artikel. De grootte van het beperkingengebied is afhankelijk van gebieden waarvoor beperkingen gelden op grond van vliegveiligheid, de geluidbelasting en externe veiligheid. Het gebied met beperkingen voor vliegveiligheid wordt bepaald op grond van de gegevens die onder het vijfde en achtste lid van dit artikel zijn ver-strekt. De gegevens noodzakelijk voor het vaststellen van de geluid- en externe veiligheidscontouren waarbinnen beperkingen gelden voor onder andere woningbouw moeten op grond van dit lid worden verstrekt. Het gaat in elk geval om de contouren /gebieden genoemd in hoofdstuk 3 paragraaf 3.2.1 van het Besluit burgerluchthavens. Voor het vaststellen van een beperkingengebied moeten provinciale staten tenminste een afweging (ruimtelijke visie) maken over de ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied tussen 56 dB(A) Lden en de 48 dB(A) Lden geluidcontour. Provinciale staten kunnen ook een ruimtelijke visie maken voor een groter gebied (bijvoorbeeld tot 40 dB(A) Lden of 10-7 prev).

Sub 10: onder dit onderwerp vallen onder meer beoordeling of het Besluit milieueffectrapporta-ge van toepassing is. De aanvrager dient tevens na te gaan of er in de relevante omgeving van de beoogde luchthaven gebieden zijn met een bijzondere status, bijvoorbeeld in het kader van Natura 2000, ecologische hoofdstructuur, Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet, grond-waterbeschermingsgebied, stiltegebied en waterwingebied.

Artikel 7

In dit artikel wordt opgesomd welke gegevens minimaal moeten worden ingediend bij een aanvraag om vaststelling van een luchthavenregeling. Voor zover van belang worden de verschillende onderwerpen toegelicht.

Sub 5: In aanvulling op de hier gevraagde gegevens wordt door ons de planologische status van de luchthaven in het bestemmingsplan nagegaan. Is de luchthaven in het bestemmingsplan opgenomen of niet. Dit is van belang om te kunnen beoordelen of en op welke wijze de gemeente de ruimtelijke inpassing van het luchthaventerrein heeft geregeld of nog gaat regelen. Indien de gemeente de planologische inpassing niet wenst te regelen ontstaat er voor de aanvrager een procesrisico omdat dan strijdigheid met het bestemmingsplan ontstaat.

Sub 6: naast het vermelden van de reguliere vluchten kunnen hier ook te verwachten uitzonderlijke activiteiten en/of evenementen worden vermeld. In de luchthavenregeling kan zonodig hiermee rekening worden gehouden of indien wenselijk in uitzonderingsgevallen een ontheffingsregime worden opgenomen. Daarmee wordt voorkomen dat bij afwijkende activiteiten en/of vluchten de luchthavenregeling gewijzigd moet worden vastgesteld.

Sub 7: hierbij moet door middel van berekeningen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling burgerluchthavens en artikel 8.44, derde lid van de Wet luchtvaart met betrekking tot het bepalen van de geluidsbelasting, het externe veiligheidsrisico van het luchthavenluchtverkeer worden aangetoond dat een contour van het plaatsgebonden risico van 10-6 of een geluidcontour van 56 dB(A) Lden niet buiten het luchthavengebied valt. Deze berekeningen moeten niet worden uitgevoerd voor luchthavens die vallen onder de reikwijdte van artikel 5, tweede lid van het Besluit burgerluchthavens (o.a. ballonnen, zweeftoestellen, micro light aeroplanes).

In geval op andere deugdelijke wijze kan worden aangetoond dat er zich geen milieugevolgen (geluid en externe veiligheid) buiten het luchthaventerrein voordoen dan is het niet vereist dat de hiertoe noodzakelijke berekeningen worden toegevoegd aan de aanvraag.

In het door gedeputeerde staten eventueel vast te stellen formulier kunnen de wenselijke details nader worden opgenomen, bijvoorbeeld soorten vliegtuigen, aantallen vluchten, de dagen waarop wordt gevolgen en openingstijden.

Sub 8: onder dit onderwerp vallen onder meer beoordeling of het Besluit milieueffectrapportage van toepassing is. De aanvrager dient tevens na te gaan of er in de relevante omgeving van de beoogde luchthaven gebieden zijn met een bijzondere status, bijvoorbeeld in het kader van Natura 2000, ecologische hoofdstructuur, Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet, grondwaterbeschermingsgebied, stiltegebied, waterwingebied.

Artikel 10

Gedeputeerde staten worden expliciet belast met het indienen van de in dit artikel genoemde aanvraag. Ingevolge de wet en aanverwante ministeriële regelingen met bijbehorende toelichting kan de indruk worden gewekt dat provinciale staten een dergelijke aanvraag moeten indienen. Deze aanvraag moet worden ingediend voor dat een luchthavenbesluit in werking kan treden. Aangezien gedeputeerde staten belast zijn met de gehele voorbereiding van het luchthavenbesluit ligt het op de weg dat ook gedeputeerde staten deze aanvraag indienen.

Artikel 11

Pm.

Artikel 12

In de Wet luchtvaart ontbreekt de wettelijke grondslag tot aanwijzen van provinciale ambtenaren die belast zijn met het uitoefenen van toezicht op de naleving van de besluiten en regelingen. Daarom wordt in deze verordening daartoe de wettelijke bepaling opgenomen in die zin dat gedeputeerde staten belast zijn met het aanwijzen van deze personen. In geval geen toezicht kan worden gehouden door genoemde personen kan ook geen toezicht en handhaving plaatsvinden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.