Provinciale wetgeving

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017

Provincie Zeeland · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland d.d. 6 februari 2017, kenmerk 17002150 houdende vaststelling van het Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017.

Gedeputeerde staten van Zeeland,

•gelezen het voorstel van de afdeling Mobiliteit en Samenleving nummer 17002150;

•overwegende dat een archeologisch toetsingskader noodzakelijk is voor de beoordeling of voorafgaand aan de verlening van vergunningen archeologisch onderzoek noodzakelijk is;

•gelet op artikel 3 lid 3 h tot en met j van de Ontgrondingenwet en artikel 2.22 lid 3 d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

besluiten vast te stellen het navolgende Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017:

Artikel 1

1Onder een archeologisch rijksmonument wordt verstaan een archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet

2Onder terreinen met een bekende archeologische waarde worden verstaan:

a.alle gebieden op de vigerende Archeologische beleidsadvieskaart Walcheren met de aanduidingen:

i.AMK-terreinen, historische locaties en vindplaatsen (begrensd)

ii.AMK-terreinen: stads- en dorpskernen exclusief Middelburg, Veere, Vlissingen, Arnemuiden en Domburg

iii.Archeologische vindplaats (puntlocatie)

b.alle gebieden op de vigerende Archeologische beleidskaarten Schouwen-Duiveland met de aanduidingen:

i.Terrein van zeer hoge archeologische waarde

ii.Terrein van hoge archeologische waarde

iii.Terrein van archeologische waarde

c.alle gebieden op de vigerende Maatregelen-in-lagen kaartlaag 1 (“Walcheren”) van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Sluis en Tholen met de aanduidingen:

i.Categorie 2 (terreinen van archeologische waarde)

ii.Categorie 3 (gewaardeerde stads-/dorpskern)

d.alle gebieden op de vigerende verbeelding van de bestemmingsplannen van de gemeente Terneuzen met de dubbelbestemming:

i.Waarde – Archeologie 1

e.alle gebieden binnen 50 meter van puntlocaties met archeologische waarnemingen en/of archeologische vondstlocaties uit het nationale archeologische informatiesysteem Archis 3 of uit het Zeeuws Archeologisch Archief

f.alle dijken waarvan de eerste aanleg ouder is dan 50 jaar

3Onder terreinen met een gerede archeologische verwachting worden verstaan:

a.alle gebieden op de vigerende Archeologische beleidsadvieskaart Walcheren met de aanduidingen:

i.Zone met een hoge en middelhoge archeologische verwachting

ii.Duin- en strandgebied

b.alle gebieden op de vigerende Archeologische beleidskaarten Schouwen-Duiveland met de aanduiding:

i.Archeologisch onderzoeksgebied A

c.alle gebieden op de vigerende Maatregelen-in-lagen kaartlaag 1 (“Walcheren”), Maatregelen-in-lagen kaartlaag 2 (“Hollandveen”), Maatregelen-in-lagen kaartlaag 3 (“Wormer”) en Maatregelen-in-lagen kaartlaag 4 (“Pleistoceen”) van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Sluis en Tholen met de aanduidingen:

i.Categorie 4 (hoge verwachting)

ii.Categorie 5 (gematigde verwachting)

d.alle gebieden op de vigerende verbeelding van de bestemmingsplannen van de gemeente Terneuzen met de dubbelbestemming:

i.Waarde – Archeologie X, waarbij X staat voor elk willekeurig getal behalve 1

e.alle gebieden op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden met de aanduidingen:

i.Hoge trefkans (water)

ii.Middelhoge trefkans (water)

Artikel 1a Nieuwe grondslag

Dit besluit berust ook op artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, juncto 5.39 en 5.40 van de Omgevingswet.

Artikel 2

Bij verstoring van de bodem:

1op archeologische rijksmonumenten dient een monumentenvergunning aangevraagd te worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed of haar rechtsopvolgers

2op terreinen met een bekende archeologische waarde niet zijnde archeologische rijksmonumenten dient altijd archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden

3op terreinen met een gerede archeologische verwachting dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden indien de werkzaamheden dieper gaan dan 30 cm onder het bestaande maaiveld en het te verstoren oppervlak groter is dan 100 m²

4op alle overige terreinen hoeft geen archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden

Artikel 3

1Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

2Het toetsingskader archeologie uit de Nota provinciaal cultuurbeleid 2013-2015 wordt ingetrokken met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst.

3Dit besluit kan worden aangehaald als "Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017".

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.