Aanhef
Gedeputeerde Staten van Drenthe;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 18.2 van de Omgevingswet;
overwegende dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 2 april 2025 heeft geoordeeld dat bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de nabijheid van Natura 2000-gebieden vooraf moet worden beoordeeld of significante gevolgen kunnen worden uitgesloten en dat, als dat niet kan, een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit is vereist; dat bij de provincie handhavingsverzoeken zijn ingediend voor diverse teelten; en dat een eenduidige, proportionele en transparante handhavingsaanpak nodig is;
BESLUITEN:
–de beleidsregels handhavingsbeleid gebruik gewasbeschermingsmiddelen provincie Drenthe vast te stellen;
–de beleidsregels handhaving gewasbeschermingsmiddelen provincie Drenthe met kenmerk 25/5.1/2025000814, Provinciaal Blad 2025, 10817, in te trekken.
De beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad.
Handhavingsbeleid gebruik gewasbeschermingsmiddelen provincie Drenthe
Bijlage 1 Te onderzoeken stoffen per teelt
Onderstaande tabel geeft de werkzame stoffen weer die in uitgevoerd(e) onderzoek(en) zijn aangetroffen in Natura 2000-gebieden en die nog toegepast mogen worden bij bepaalde teelten. Dit is een momentopname van november 2025, toelatingen kunnen wijzigen. Dat deze werkzame stoffen mogen worden toegepast, betekent niet dat zij ook door iedere teler en op ieder perceel worden toegepast.
Folpet/
phthalimide
Fluopyram
Pendimethalin
Boscalid
Tebuconazool
6-benzylamine
Prosulfocarb
Prothioconazool
Terbutylazine
Aclonifen
Bloembol-en bloemknolgewassen
x
x
x
x
x
Cichorei
x
x
Hennep
x
x
x
x
Miscantus
x
Mosterdzaad
x
x
x
Openbaar groen/particulier
x
x
Peulvruchten
x
x
x
x
x
Snijmais
x
x
x
x
x
Suikerbiet
x
x
Wintergerst
x
x
x
x
x
x
Wintertarwe
x
x
x
x
x
x
x
Wortelen
x
x
x
x
x
x
x
Zaai ui
x
x
x
x
x
x
Zetmeelaardappelen
x
x
x
x
x
x
Zomergerst
x
x
x
x
x
Zomertarwe
x
x
x
x
x
Let op:
De aanwezigheid van middelen als Athachnin, Chloorprofam, DEET, Fenylfenol-2, Difenyl, Difenylamine, Haloxyfop en Heptenofos zijn ook aangetoond, maar niet of niet meer toegelaten in de professionele landbouw. Deze worden bijvoorbeeld nog wel gebruikt als insectenmiddel voor mensen en leefruimtes, als bestanddeel voor medicijnen en biociden, of in de papierindustrie.
Andere gevonden middelen zijn niet meer toegestaan.
Bijlage 2 Onderbouwing onderscheid lelieteelt en overige teelten
Gezien de uitspraak van ABRvS van 2 april 2025, is het in het geval van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij de lelieteelt nodig om de effecten te onderzoeken. Hieruit kan worden afgeleid dat de lelieteelt niet automatisch onderdeel uitmaakt van het voortgezette agrarisch gebruik van een perceel. Gezien de hogere aantal kg werkzame stof en milieubelastingspunten van lelieteelt ten opzichte van overige teelten, is dit goed voorstelbaar.
Hieronder laten wij zien hoeveel kilogram werkzame stof bij teelten worden gebruikt.
1.CBS data | Kg werkzame stof per ha
3Bron: StatLine - Gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw; werkzame stof, gewas, toepassing
Het CBS kijkt naar het gebruikte aantal kilogrammen werkzame stof per ha. Per gewas geeft het CBS dit om de 4 jaar weer. De tabel geeft 4 verschillende jaren weer en een aantal gewassen. Duidelijk is dat de gehele sector verantwoording pakt en de verduurzaming van de teelten zichtbaar is en het gebruik van aantal werkzame stof kilogrammen afneemt. In het geval van lelieteelt is er een reductie binnen 12 jaar van 127,9 naar 46,5 kilogram werkzame stof per ha.
Bedacht moet worden dat het aantal kilogram werkzame stof niet alles zegt over de toxiciteit en daarmee de impact op de omgeving. Hoe minder werkzame stof er nodig is om gewenste resultaat te geven, hoe groter het effect op het milieu van de betreffende stof is. Zie voor een voorbeeld onderstaande tabel:
Toepassing van STOMP geeft veel werkzame stof en lage MBP, toepassing van Luna experience geeft weinig kilogrammen, maar is qua milieubelasting hoger.
Daarom gebruiken wij ook de milieumeetlat om een indicatie van de effecten van werkzame stoffen te krijgen.
2.Milieubelastingspunten
De milieumeetlat van CLM wordt sinds 25 jaar toegepast om de milieueffecten van bestrijdingsmiddelen in kaart te brengen, met het uiteindelijke doel deze te verminderen. Hieronder worden de achtergronden van de milieumeetlat voor bestrijdingsmiddelen voor de open teelten, inclusief de vernieuwingen van de methodiek die in de loop der jaren zijn doorgevoerd, beschreven.
De milieumeetlat geeft inzicht in de negatieve effecten van bestrijdingsmiddelen voor het milieu en kan boer en tuinder helpen bij de keuze van een middel met de minst schadelijke eigenschappen. Verder kan de milieumeetlat van dienst zijn bij de voorlichting en het onderwijs over bestrijdingsmiddelen, omdat gebruikers informatie vragen over negatieve effecten van deze middelen.
Elk middel krijgt zogenaamde milieubelastingspunten (MBP) voor waterleven (in het oppervlaktewater), bodemleven en grondwater. Dit cijfer geeft aan hoe groot het risico is voor het milieu bij toepassing van 1 km of l van het middel per ha. Hoe meer milieubelastingspunten een middel krijgt, des te hoger is het risico voor het milieu. De milieubelastingspunten moeten worden vermenigvuldigd met de gebruikte hoeveelheid per ha
4Bron: Achtergrondnotitie - Milieumeetlat
.
Hieronder een vergelijk van de milieubelastingspunten van bloembollenteelt en overige akkerbouw. Let wel dat dit om landelijke gemiddelden gaat en dat in het project ‘de Drentse lelie’ deze belasting al vele malen lager is dan hier is weergegeven.
Bloembollen maken sinds 2011 grote stappen in de verduurzaming van de sector. De grafiek wijst op een gemiddelde van 16.000 milieubelastingspunten voor de sector bloembollenteelt.
Akkerbouwbedrijven scoren in dezelfde meetlat gemiddeld genomen onder de 3.000 milieubelastingspunten.
Let op in deze grafieken is de verticale schaalverdeling anders.
Deze grafieken zijn ook in te zien per akkerbouwgewas (ui, aardappel, graan e.d.)
5Bron: agrimatie.nl/SectorResultaat.aspx?subpubID=2232§orID=2233&themaID=2275
.
Hier is zichtbaar dat de meeste teelten grofweg onder de 3.000 milieubelastingspunten zitten. De lelieteelt heeft dus een aanmerkelijk grotere belasting volgens de milieumeetlat in vergelijking met andere teelten.
nb: De milieumeetlat is altijd onderhevig aan doorontwikkeling en zal te zijner tijd vervangen worden door een nieuwe uitgebreidere methode namelijk de MIG (milieu-indicator gewasbescherming), hier wordt landelijk aan gewerkt door verschillende partijen.
Samenvatting
Bovenstaande onderdelen (milieubelastingspunten en kg werkzame stof) geven een verschil aan in de lelieteelt versus overige teelten. Let wel dat er verduurzaming (in alle teelten) in de gehele sector plaatsvindt en de getallen geen vast gegeven zijn.
Alle teelten die gemiddeld <25 kg werkzame stof en <3.000 mileubelastingspunten per ha scoren vallen onder de categorie overige teelten. Dit geldt ook voor opkomende, eventuele nieuwe teelten in de toekomst.