Uitspraak · Bestuursrecht
Raad van State, 21 oktober 2026
ECLI:NL:RVS:2026:6194Zaaknummer 202502118/2/A3
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 202502118/2/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
[appellant] heeft voor zijn werk bij de Dienst Landelijke Recherche van de Nationale Politie een verklaring van geen bezwaar nodig. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft die geweigerd en de rechtbank heeft geoordeeld dat de minister dat mocht doen. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. Het gaat om een stuk dat als staatsgeheim is gerubriceerd en waarvan anderen om die reden geen kennis mogen nemen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2026
290
Volledige tekst
202502118/2/A3.
Datum beslissing: 21 oktober 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2025 in zaak nr. 22/5978 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2025 in zaak nr. 22/5978.
De minister heeft de vertrouwelijke versie van één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.
Het betreft een memo.
Overwegingen
1. [appellant] heeft voor zijn werk bij de Dienst Landelijke Recherche van de Nationale Politie een verklaring van geen bezwaar nodig. De minister heeft die geweigerd en de rechtbank heeft geoordeeld dat de minister dat mocht doen. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld.
2. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen. Het gaat om een stuk dat als staatsgeheim is gerubriceerd en waarvan anderen om die reden geen kennis mogen nemen.
3. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
4. De Afdeling heeft de memo gezien en gelezen. De memo bevat informatie van bronnen en geeft inzicht in het kennisniveau. Het belang van nationale veiligheid zou in gevaar kunnen worden gebracht als de gegevens uit het stuk bekend worden bij [appellant]. Naar het oordeel van de Afdeling weegt in dit geval het belang van de nationale veiligheid zwaarder dan het belang dat [appellant] kennis neemt van het stuk.
5. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2026
290
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.