Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 14 oktober 2026

ECLI:NL:RVS:2026:6051Zaaknummer BRS.26.005369

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14 oktober 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
BRS.26.005369
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 september 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie bepaald dat verzoeker wordt overgedragen aan Duitsland.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.

w.g. De Poorter

voorzieningenrechter

w.g. Tibold

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026

853-1169

Volledige tekst

BRS.26.005369

ECLI:NL:RVS:2026:6051

Datum uitspraak: 14 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 6 oktober 2026 in zaak nr. NL26.53595 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 10 september 2026 heeft de minister bepaald dat verzoeker wordt overgedragen aan Duitsland.

Bij uitspraak van 6 oktober 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.

2. Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gelet op de belangen die de minister en verzoeker naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. De overdracht van de vreemdeling aan Duitsland heeft geen onomkeerbare gevolgen.

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.

w.g. De Poorter

voorzieningenrechter

w.g. Tibold

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026

853-1169

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.