Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 21 augustus 2026
ECLI:NL:RVS:2026:4896Zaaknummer BRS.26.003779
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 26 augustus 2026
- Zaaknummer
- BRS.26.003779
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 4 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aan verzoekers verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd, ingetrokken.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoekers worden behandeld alsof de aan hen verleende verblijfsvergunningen niet zijn ingetrokken, totdat op het hoger beroep is beslist;
veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2026
977
Volledige tekst
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], mede voor hun minderjarige kinderen
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 juni 2026 in zaken nrs. NL25.35460 en NL25.35461 in het geding tussen:
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], mede voor hun minderjarige kinderen
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 4 juli 2025 heeft de minister de aan verzoekers verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd, ingetrokken.
Bij uitspraak van 25 juni 2026 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat zij worden behandeld alsof de aan hen verleende verblijfsvergunningen niet zijn ingetrokken, totdat op het hoger beroep is beslist.
Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoekers worden behandeld alsof de aan hen verleende verblijfsvergunningen niet zijn ingetrokken, totdat op het hoger beroep is beslist;
veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2026
977
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.