Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 20 juli 2026

ECLI:NL:RVS:2026:4189Zaaknummer BRS.26.002916

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
BRS.26.002916
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Jongeneel, griffier.

w.g. Verburg

voorzieningenrechter

w.g. Jongeneel

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026

1078

Volledige tekst

BRS.26.002916

ECLI:NL:RVS:2026:4189

Datum uitspraak: 20 juli 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 12 juni 2026 in zaak nr. NL24.27568 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 12 juni 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.

2. Gelet op wat verzoeker aanvoert, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de Afdeling de uitspraak van de rechtbank zal vernietigen. Gelet op de belangen die verzoeker en de minister naar voren brengen, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. Daarbij speelt dat er op dit moment voor verzoeker geen terugkeerbesluit geldt.

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Jongeneel, griffier.

w.g. Verburg

voorzieningenrechter

w.g. Jongeneel

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026

1078

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.