Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 20 november 2025
ECLI:NL:RVS:2025:5574Zaaknummer BRS.25.000823
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 20 november 2025
- Publicatiedatum
- 26 november 2025
- Zaaknummer
- BRS.25.000823
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. M.C. Stoové, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. De Poorter
voorzitter
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2025
846-1122
Volledige tekst
BRS.25.000823
Datum uitspraak: 20 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 2 juli 2025 in zaak nr. NL25.27103 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 18 juni 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 2 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.C. van Paridon, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Appellant voert in zijn eerste grief aan dat de rechtbank de uitspraak van 2 juli 2025 niet in het openbaar heeft gedaan, omdat de uitspraak om 07.37 uur in het digitaal loket bekend is gemaakt en hij om 07.38 uur de e-mail hierover ontving. Dit is buiten de openingstijden van de rechtbank. Daarom kan er geen openbaarmakingszitting zijn geweest, aldus appellant.
1.1. Ingevolge artikel 8:78 van de Awb moet een uitspraak in het openbaar worden uitgesproken. Indien de uitspraak vermeldt dat deze in het openbaar op een bepaalde datum is uitgesproken, dient ervan uitgegaan te worden dat dit zo is. Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2830, onder 2.3.
1.2. In de uitspraak van 17 oktober 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB6843, onder 2.2.1 heeft de Afdeling overwogen dat het in het openbaar uitspreken van de beslissing in ieder geval niet later kan plaatsvinden dan op de dag van de bekendmaking van de uitspraak door verzending van een afschrift van de uitspraak aan partijen. Er is geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat een rechtbank de uitspraak eerst aan partijen bekendmaakt en later, op dezelfde dag, in het openbaar uitspreekt. In dit geval staat in de uitspraak dat deze is uitgesproken in het openbaar en bekend is gemaakt op 2 juli 2025. Dat de bekendmaking in de ochtend van 2 juli 2025 buiten de openingstijden van de rechtbank heeft plaatsgevonden, is onvoldoende om hieraan te twijfelen.
1.3. De grief faalt.
2. Wat appellant in de tweede grief heeft aangevoerd, leidt ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de tweede grief geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzitter, en mr. B. Meijer en mr. M.C. Stoové, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. De Poorter
voorzitter
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2025
846-1122
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12088 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RVS:2026:246 Raad van State, 16 januari 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5825 Raad van State, 4 december 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5675 Raad van State, 26 november 2025 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.