Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 19 augustus 2025

ECLI:NL:RVS:2025:3916Zaaknummer BRS.25.001006

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19 augustus 2025
Publicatiedatum
27 augustus 2025
Zaaknummer
BRS.25.001006
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. Salverda, griffier.

w.g. Van Gastel

voorzieningenrechter

w.g. Salverda

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2025

992

Volledige tekst

BRS.25.001006

ECLI:NL:RVS:2025:3916

Datum uitspraak: 19 augustus 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 8 juli 2025 in zaak nr. NL23.36094 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 8 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

Bij uitspraak van 8 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd voor zover dat gaat over de geboortedatum van betrokkene, de geboortedatum van betrokkene vastgesteld op 1 januari 2006 en bepaald dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit aan betrokkene moet uitreiken waarin deze geboortedatum is vermeld.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. V. Senczuk, advocaat in Utrecht, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.

2. Gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.

3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. Salverda, griffier.

w.g. Van Gastel

voorzieningenrechter

w.g. Salverda

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2025

992

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.