Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 19 februari 2024

ECLI:NL:RVS:2024:670Zaaknummer 202302199/1/V2

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19 februari 2024
Publicatiedatum
21 februari 2024
Zaaknummer
202302199/1/V2
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Prins

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2024

363-992

Volledige tekst

202302199/1/V2.

Datum uitspraak: 19 februari 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 9 maart 2023 in zaak nr. 22/3736 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 15 januari 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Bij besluit van 20 mei 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar, voor zover gericht tegen de buitenbehandelingstelling, gegrond verklaard en het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Süzen, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De Afdeling betrekt de eerst in hoger beroep overgelegde stukken, namelijk een arbeidsovereenkomst van 26 november 2019 en salarisspecificaties over het jaar 2018, op grond van artikel 85 van de Vw 2000 niet bij de beoordeling van het hoger beroep. De vreemdeling heeft geen in rechte te honoreren verklaring gegeven waarom zij deze stukken redelijkerwijs niet reeds in beroep had kunnen overleggen.

2. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Prins

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2024

363-992

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.