Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Raad van State, 15 februari 2023

ECLI:NL:RVS:2023:623Zaaknummer 202206567/1/V1

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 februari 2023
Publicatiedatum
22 februari 2023
Zaaknummer
202206567/1/V1
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P. Scholtes, advocaat te Delft, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 november 2022 in zaak nr. NL22.20185 over het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 7 oktober 2022 waarbij hij de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling heeft genomen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier.

w.g. Bijloos

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Groot

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2023

210

Volledige tekst

202206567/1/V1.

Datum uitspraak: 15 februari 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:

[de vreemdeling],

verzoekster,

om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).

Procesverloop

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P. Scholtes, advocaat te Delft, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 november 2022 in zaak nr. NL22.20185 over het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 7 oktober 2022 waarbij hij de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling heeft genomen.

Overwegingen

1. Bij brief van 27 december 2022 heeft de staatssecretaris aan de Afdeling laten weten dat hij zijn besluit van 7 oktober 2022 heeft ingetrokken en dat hij de asielaanvraag in de nationale procedure zal behandelen, omdat de overdrachtstermijn bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) is verstreken. In reactie daarop heeft de vreemdeling laten weten dat zij haar hoger beroep intrekt en heeft zij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.

2. Uit de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182, onder 2, volgt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden wanneer hij, zoals in dit geval, als gevolg van tijdsverloop de asielaanvraag alsnog in behandeling neemt.

3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier.

w.g. Bijloos

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Groot

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2023

210

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.