Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 27 januari 2021
ECLI:NL:RVS:2021:182Zaaknummer 202004563/1/V1
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 27 januari 2021
- Publicatiedatum
- 3 februari 2021
- Zaaknummer
- 202004563/1/V1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Krikke, advocaat te Bussum, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 augustus 2020 in zaak nr. NL20.8062.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2021
382-941.
Volledige tekst
202004563/1/V1.
Datum uitspraak: 27 januari 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
Procesverloop
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Krikke, advocaat te Bussum, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 augustus 2020 in zaak nr. NL20.8062.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. Bij brief van 14 september 2020 heeft de staatssecretaris aan de Afdeling laten weten dat hij het besluit van 2 april 2020 heeft ingetrokken en dat de asielaanvraag van de vreemdeling in de nationale asielprocedure zal worden behandeld, omdat de overdrachtstermijn als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) op 21 augustus 2020 is verstreken. In reactie daarop heeft de vreemdeling laten weten dat hij het hoger beroep intrekt en heeft hij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraken van 8 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1084) en 5 augustus 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1855) kan aanleiding bestaan de staatsecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen als hij aan de vreemdeling tegemoetgekomen is. Het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag is geen tegemoetkoming, maar louter een gevolg van tijdsverloop.
3. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. J.J. van Eck, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2021
382-941.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RVS:2026:5755 Raad van State, 30 september 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2026:5410 Raad van State, 14 september 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2026:2512 Raad van State, 30 april 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:6208 Raad van State, 18 december 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:5587 Raad van State, 19 november 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4725 Raad van State, 6 oktober 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:4042 Raad van State, 25 augustus 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:3065 Raad van State, 8 juli 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:2512 Raad van State, 4 juni 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:2108 Raad van State, 8 mei 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:2109 Raad van State, 8 mei 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:1861 Raad van State, 28 april 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:1754 Raad van State, 17 april 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:937 Raad van State, 10 maart 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:814 Raad van State, 3 maart 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:704 Raad van State, 24 februari 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:708 Raad van State, 24 februari 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:670 Raad van State, 20 februari 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2025:355 Raad van State, 30 januari 2025 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:5300 Raad van State, 20 december 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:5209 Raad van State, 19 december 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:5210 Raad van State, 18 december 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:5060 Raad van State, 9 december 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:5062 Raad van State, 9 december 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4830 Raad van State, 26 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4787 Raad van State, 21 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4707 Raad van State, 20 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4637 Raad van State, 14 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4638 Raad van State, 14 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4562 Raad van State, 13 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4523 Raad van State, 7 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:18131 Rechtbank Den Haag, 6 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4442 Raad van State, 5 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4445 Raad van State, 4 november 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4408 Raad van State, 31 oktober 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4349 Raad van State, 30 oktober 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:3475 Raad van State, 28 augustus 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:3141 Raad van State, 1 augustus 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2654 Raad van State, 28 juni 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2561 Raad van State, 26 juni 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2571 Raad van State, 26 juni 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2535 Raad van State, 21 juni 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2536 Raad van State, 21 juni 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2425 Raad van State, 13 juni 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2342 Raad van State, 6 juni 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2167 Raad van State, 27 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2162 Raad van State, 24 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2163 Raad van State, 24 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2077 Raad van State, 21 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2078 Raad van State, 21 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2080 Raad van State, 17 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2015 Raad van State, 15 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:2001 Raad van State, 13 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:1924 Raad van State, 8 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:1937 Raad van State, 8 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:1851 Raad van State, 2 mei 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:1779 Raad van State, 30 april 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:1780 Raad van State, 30 april 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:1781 Raad van State, 30 april 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:1783 Raad van State, 30 april 2024 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.