Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 9 maart 2022
ECLI:NL:RVS:2022:715Zaaknummer 202201282/1/V3 en 202201282/2/V3
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 9 maart 2022
- Publicatiedatum
- 16 maart 2022
- Zaaknummer
- 202201282/1/V3 en 202201282/2/V3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2022
765
Volledige tekst
202201282/1/V3 en 202201282/2/V3.
Datum uitspraak: 9 maart 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 28 februari 2022 in zaak nr. NL22.2130 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 28 februari 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.E. Temmen, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:816, onder 6.1-6.3, over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Frankrijk). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2022
765
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2024:486 Rechtbank Den Haag, 11 januari 2024 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21211 Rechtbank Den Haag, 21 december 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:19404 Rechtbank Den Haag, 8 december 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16277 Rechtbank Den Haag, 20 oktober 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16558 Rechtbank Den Haag, 11 oktober 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14954 Rechtbank Den Haag, 21 september 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13993 Rechtbank Den Haag, 7 augustus 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11907 Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11632 Rechtbank Den Haag, 3 augustus 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12625 Rechtbank Den Haag, 31 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10485 Rechtbank Den Haag, 18 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10425 Rechtbank Den Haag, 17 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11834 Rechtbank Den Haag, 14 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:10002 Rechtbank Den Haag, 10 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12777 Rechtbank Den Haag, 5 juli 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9302 Rechtbank Den Haag, 28 juni 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:8606 Rechtbank Den Haag, 14 juni 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6813 Rechtbank Den Haag, 11 mei 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4688 Rechtbank Den Haag, 4 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4690 Rechtbank Den Haag, 4 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7977 Rechtbank Den Haag, 3 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3814 Rechtbank Den Haag, 15 maart 2023 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2735 Rechtbank Den Haag, 7 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3159 Rechtbank Den Haag, 15 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1292 Rechtbank Den Haag, 8 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12285 Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12586 Rechtbank Den Haag, 13 juni 2022 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.