Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:11907Zaaknummer NL23.16861

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
4 augustus 2023
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.16861
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin Frankrijk, mondelinge uitspraak, beroep ongegrond

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. In geschil is of ten aanzien van Frankrijk nog van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgaan. Uitgangspunt is dat verweerder in zijn algemeenheid ten opzichte van Frankrijk mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit volgt ook uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1256) en van 9 maart 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:715). Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser is daarin niet geslaagd.

2. Niet elk gebrek in de asielprocedure of de opvangsituatie leidt ertoe dat niet meer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hiervoor geldt een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid, zoals bedoeld in het arrest Jawo.[_5b330cd9-df8c-4edb-a883-c429cc81e621] De algemene verwijzing van eiser naar het rapport van AIDA is hiervoor onvoldoende. Uit die rapportage maakt de rechtbank niet op dat Dublinterugkeerders geen opvang kunnen verkrijgen. Eiser heeft bovendien verklaard dat hij tijdens zijn asielprocedure in Frankrijk recht had op nachtopvang. Daaruit volgt dat er sprake was van opvang. Daarnaast heeft hij naar eigen zeggen lang bij zijn oom of een vriend van die oom verbleven.

3. Als eiser wordt overgedragen aan Frankrijk dan zal hij naar alle waarschijnlijkheid aankomen op het vliegveld in Lyon. Hij zal dan op eigen gelegenheid moeten reizen naar de hem toegewezen opvanglocatie. Dat is een belemmering, maar met dat gebrek wordt de bijzondere hoge drempel van Jawo niet gehaald.

4. Als eiser in Frankrijk wordt geconfronteerd met tekortkomingen bij de behandeling van zijn asielaanvraag, in de opvangvoorzieningen, of anderszins, ligt het op zijn weg hierover bij de Franse autoriteiten te klagen. Niet is gebleken dat klagen bij de Franse autoriteiten niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam], eiser
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Overwegingen

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.16861

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 8 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 3 augustus 2023 op zitting te Breda behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Niet in geschil is dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. In geschil is of ten aanzien van Frankrijk nog van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgaan. Uitgangspunt is dat verweerder in zijn algemeenheid ten opzichte van Frankrijk mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit volgt ook uit de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1256) en van 9 maart 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:715). Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser is daarin niet geslaagd.

2. Niet elk gebrek in de asielprocedure of de opvangsituatie leidt ertoe dat niet meer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hiervoor geldt een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid, zoals bedoeld in het arrest Jawo.[_5b330cd9-df8c-4edb-a883-c429cc81e621] De algemene verwijzing van eiser naar het rapport van AIDA is hiervoor onvoldoende. Uit die rapportage maakt de rechtbank niet op dat Dublinterugkeerders geen opvang kunnen verkrijgen. Eiser heeft bovendien verklaard dat hij tijdens zijn asielprocedure in Frankrijk recht had op nachtopvang. Daaruit volgt dat er sprake was van opvang. Daarnaast heeft hij naar eigen zeggen lang bij zijn oom of een vriend van die oom verbleven.

3. Als eiser wordt overgedragen aan Frankrijk dan zal hij naar alle waarschijnlijkheid aankomen op het vliegveld in Lyon. Hij zal dan op eigen gelegenheid moeten reizen naar de hem toegewezen opvanglocatie. Dat is een belemmering, maar met dat gebrek wordt de bijzondere hoge drempel van Jawo niet gehaald.

4. Als eiser in Frankrijk wordt geconfronteerd met tekortkomingen bij de behandeling van zijn asielaanvraag, in de opvangvoorzieningen, of anderszins, ligt het op zijn weg hierover bij de Franse autoriteiten te klagen. Niet is gebleken dat klagen bij de Franse autoriteiten niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Samenhangende uitspraken

Deze uitspraak verwijst naar

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.