Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 8 augustus 2022
ECLI:NL:RVS:2022:2286Zaaknummer 202203969/1/V3
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 8 augustus 2022
- Publicatiedatum
- 10 augustus 2022
- Zaaknummer
- 202203969/1/V3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2022
765-962
Volledige tekst
202203969/1/V3.
Datum uitspraak: 8 augustus 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 24 juni 2022 in zaak nr. NL21.10332 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 26 juni 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 24 juni 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.W. Verbaas, advocaat te Alkmaar, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Wat de vreemdeling in zijn eerste grief aanvoert, leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk onder 9 en 12 van haar uitspraak terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen dat het verschil in beleid over rechtsbijstand tijdens het gehoor voor inbewaringstelling krachtens artikel 59, 59a of 59b van de Vw 2000 en tijdens het gehoor voor vrijheidsontneming krachtens artikel 6 van de Vw 2000, geen ongerechtvaardigd onderscheid in de zin van artikel 14 van het EVRM oplevert en dat ook in die laatste situatie de mogelijkheden om rechtsbijstand te krijgen voldoende gewaarborgd zijn.
2. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2022
765-962
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 8:54 Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 59 Vw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 59a Vw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 59b Vw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6 Vw meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14 EVRM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 91 Vw meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBDHA:2022:6222 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30922 Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30923 Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30937 Rechtbank Den Haag, 20 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30940 Rechtbank Den Haag, 20 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:28676 Rechtbank Den Haag, 29 september 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:28677 Rechtbank Den Haag, 29 september 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:1750 Raad van State, 8 mei 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:1751 Raad van State, 8 mei 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:6222 Rechtbank Den Haag, 24 juni 2022 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.