Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 28 januari 2021
ECLI:NL:RVS:2021:180Zaaknummer 201904542/1/V3
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 28 januari 2021
- Publicatiedatum
- 3 februari 2021
- Zaaknummer
- 201904542/1/V3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 mei 2019 in zaak nr. 18/9839, hoger beroep ingesteld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Schippers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2021
551.
Volledige tekst
201904542/1/V3.
Datum uitspraak: 28 januari 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
Procesverloop
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 mei 2019 in zaak nr. 18/9839, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 22 december 2020 heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Op verzoek van de Afdeling heeft de staatssecretaris een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris van 17 december 2020. Daarin staat dat de staatssecretaris het bij de rechtbank bestreden besluit van 19 december 2018 intrekt.
2. De staatssecretaris kan met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld als hij met de intrekking van zijn besluit aan de vreemdeling is tegemoetgekomen. Van tegemoetkomen is geen sprake als een in beroep bestreden besluit is gewijzigd wegens veranderde omstandigheden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1816).
3. De staatssecretaris heeft het besluit van 19 december 2018 ingetrokken, omdat de Belgische autoriteiten hem op 25 november 2020 meedeelden dat de vreemdeling op 5 mei 2020 de Belgische nationaliteit heeft gekregen. Dat is een veranderde omstandigheid die zich ten tijde van het besluit van 19 december 2018 niet voordeed. De staatssecretaris is met de intrekking van dat besluit dan ook niet tegemoetgekomen aan de vreemdeling. Daarom bestaat geen aanleiding om hem tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen.
4. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Schippers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2021
551.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBNHO:2019:6403 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2026:31620 Rechtbank Den Haag, 27 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:4461 Raad van State, 4 december 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:2270 Raad van State, 13 juni 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:3561 Raad van State, 6 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:806 Raad van State, 21 maart 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:2241 Rechtbank Den Haag, 18 maart 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:17022 Rechtbank Den Haag, 30 december 2021 (bestuursprocesrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.