Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 29 augustus 2017
ECLI:NL:RVS:2017:2368Zaaknummer 201706176/1/V2
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 29 augustus 2017
- Publicatiedatum
- 6 september 2017
- Zaaknummer
- 201706176/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Herziening
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoekers hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 27 juli 2017 in zaak nr. 201702783/1/V2, waarbij het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 28 maart 2017 gegrond is verklaard, te herzien.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. J.J. van Eck en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.
w.g. Verheij w.g. Prins
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2017
363-837.
Volledige tekst
201706176/1/V2.
Datum uitspraak: 29 augustus 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van:
[vreemdeling 1], mede voor haar minderjarige dochter, en [vreemdeling 2],
verzoekers,
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2017 in zaak nr. 201702783/1/V2.
Procesverloop
Verzoekers hebben de Afdeling verzocht de uitspraak van 27 juli 2017 in zaak nr. 201702783/1/V2, waarbij het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 28 maart 2017 gegrond is verklaard, te herzien.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet aan te merken als een feit of omstandigheid, als bedoeld in die bepaling.
2. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. J.J. van Eck en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.
w.g. Verheij w.g. Prins
voorzitter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2017
363-837.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.