Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 21 februari 2016
ECLI:NL:RVS:2016:1781Zaaknummer 201600062/1/V3
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 21 februari 2016
- Publicatiedatum
- 27 juli 2016
- Zaaknummer
- 201600062/1/V3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Herziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij brief van 28 december 2015 heeft de vreemdeling de Afdeling verzocht de uitspraak van 1 mei 2015 in zaak nr. 201502617/1/V3, waarbij de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 25 maart 2015 (ECLI:NL:RBOVE:2015:1455) kennelijk ongegrond heeft verklaard, te herzien
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, griffier.
w.g. Verheij w.g. Waasdorplid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2016
714.
Volledige tekst
201600062/1/V3.
Datum uitspraak: 21 januari 2016
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van:
[de vreemdeling],verzoeker,
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 1 mei 2015 in zaak nr. 201502617/1/V3.
Procesverloop
Bij brief van 28 december 2015 heeft de vreemdeling de Afdeling verzocht de uitspraak van 1 mei 2015 in zaak nr. 201502617/1/V3, waarbij de Afdeling het hoger beroep van de vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 25 maart 2015 kennelijk ongegrond heeft verklaard, te herzien. De brief en een afschrift van de uitspraak van 1 mei 2015 zijn aangehecht.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan een onherroepelijk geworden uitspraak worden herzien op grond van in deze bepaling nader omschreven feiten en omstandigheden. Hetgeen in het verzoek is gesteld, valt niet als een dergelijk feit of omstandigheid aan te merken.
2. Het verzoek moet als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, griffier.
w.g. Verheij w.g. Waasdorplid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2016
714.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RVS:2015:4085 http://psi.rechtspraak.nl/herziening
Aangehaald in
- ECLI:NL:RVS:2015:4085 Raad van State, 1 mei 2015 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.