Uitspraak · Bestuursrecht

Raad van State, 23 november 2010

ECLI:NL:RVS:2010:BO6100Zaaknummer 201009373/2/H1

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201009373/2/H1
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geen doorbreking appèlverbod. Tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Awb kan gelet op artikel 47, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet op de Raad van State, geen hoger beroep worden ingesteld. Appellant heeft aangegeven, dat hij niet alsnog een voorlopige voorziening beoogt, maar een rechtmatigheidsbeoordeling. De voorzieningenrechter heeft in de ogen van [appellant] een drietal fundamentele beginselen geschonden. De Afdeling overweegt dat het hier de beoordeling en waardering door de voorzieningenrechter van de aangedragen feiten en omstandigheden betreft. Als de uitspraak van de voorzieningenrechter in zoverre onjuist zou zijn, waar de Afdeling nu niet in treedt, ziet dat op de inhoud van de uitspraak en levert dat geen zodanig ernstige schending van eisen van goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen op, dat van een eerlijk proces geen sprake meer is en doorbreking van het appèlverbod mitsdien gerechtvaardigd is.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van staat.

w.g. Slump

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schortinghuis

ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 november 2010

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht).

- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.

- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.

- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.

66.

Verzonden: 23 november 2010

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

mr. H.H.C. Visser

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Procesverloop
  2. 2. Overwegingen
  3. 3. Beslissing

201009373/2/H1.

Datum uitspraak: 23 november 2010

RAAD VAN STATE

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 22 september 2010 in zaak nr. 10/3259 in het geding tussen:

[appellant]

en

het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie.

1. Procesverloop

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 september 2010, heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank van 22 september 2010.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

2. Overwegingen

2.1. De aangevallen uitspraak is een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Awb. Hiertegen kan, gelet op artikel 47, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet op de Raad van State, geen hoger beroep worden ingesteld.

2.2. [appellant] heeft aangegeven, dat hij niet alsnog een voorlopige voorziening beoogt, maar een rechtmatigheidsbeoordeling. De voorzieningenrechter heeft in de ogen van [appellant] een drietal fundamentele beginselen geschonden. Daarom is zijns inziens reden voor doorbreking van het appèlverbod.

2.3. Naar het oordeel van de Afdeling betreft het hier de beoordeling en waardering door de voorzieningenrechter van de aangedragen feiten en omstandigheden. [appellant] kan zich met het betrokken oordeel niet verenigen. Als de uitspraak van de voorzieningenrechter in zoverre onjuist zou zijn, waar de Afdeling nu niet in treedt, ziet dat op de inhoud van de uitspraak en levert dat geen zodanig ernstige schending van eisen van goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen op, dat van een eerlijk proces geen sprake meer is en doorbreking van het appèlverbod mitsdien gerechtvaardigd is.

2.4. De Afdeling is kennelijk onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van staat.

w.g. Slump

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schortinghuis

ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 november 2010

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht).

- Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan.

- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd.

- Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet.

66.

Verzonden: 23 november 2010

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

mr. H.H.C. Visser

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.