Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 september 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:9466Zaaknummer 12006745 CV EXPL 25-6338 (T)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16 september 2026
Publicatiedatum
12 oktober 2026
Zaaknummer
12006745 CV EXPL 25-6338 (T)
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Tilburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

In conventie zijn door een werknemer en een opdrachtnemer vergoedingen gevorderd wegens beeindiging van de arbeidsovereenkomst respectievelijk overeenkomst van opdracht. Deze zijn deels toewijsbaar. Bij wijze van verrekening en in reconventie vordert de andere partij (werkgever en opdrachtgever) schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. In dat verband wordt gelegenheid gegeven voor bewijslevering.

7 De beslissing

De kantonrechter

In conventie en in reconventie

7.1.

draagt [partij 1] op te bewijzen dat Sabeh Tours in het gesprek van 27 februari 2024 tegen [partij 1] heeft gezegd dat zij zou stoppen met de dagtochten,

7.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 30 september 2026 voor uitlating door [partij 1] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

7.3.

bepaalt dat, als [partij 1] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,

7.4.

bepaalt dat, als [partij 1] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden oktober 2026 tot en met maart 2027 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

7.5.

bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. Zander, in het gerechtsgebouw te Breda, Stationslaan 10,

7.6.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,

7.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De zaak in het kort
  2. 2 De procedure
  3. 3 De feiten in conventie en in reconventie
  4. 4 Het geschil in conventie
  5. 5 Het geschil in reconventie
  6. 6 De beoordeling in conventie en in reconventie
  7. 7 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 12006745 \ CV EXPL 25-6338

Vonnis van 16 september 2026

in de zaak van

1 [persoon 1], 2.de besloten vennootschap [bedrijf 1],

wonende en gevestigd te [plaats],

eisende partijen in conventie, verwerende partijen in reconventie,

hierna samen te noemen: (in mannelijk enkelvoud) [partij 1] en afzonderlijk [persoon 1] en [bedrijf 1],

gemachtigde: mr. L. Wullems,

tegen

de besloten vennootschap SABEH TOURS B.V.,

statutair gevestigd te Tilburg,

gedaagde partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Sabeh Tours,

gemachtigde: mr. J.A. M. van de Sande.

1 De zaak in het kort

1.1.

Tussen [persoon 1] en Sabeh Tours bestond een arbeidsovereenkomst en tussen [bedrijf 1] en Sabeh Tours bestond een overeenkomst van opdracht. Partijen verschillen over het moment van beëindiging van de overeenkomsten en [partij 1] stelt vorderingen in tot betaling van bedragen tot de beëindigingsdatum 1 mei 2024 respectievelijk 1 juni 2024. Sabeh Tours voert als verweer aan dat de overeenkomsten door opzegging van [partij 1] per 1 april 2024 zijn geëindigd. De kantonrechter stelt Sabeh Tours in het gelijk en gaat ervan uit dat de overeenkomsten per 1 april 2024 zijn beëindigd waardoor de gevorderde vergoedingen tot die datum toewijsbaar zijn. Voor de door [persoon 1] in april 2024 nog verrichte chauffeurswerkzaamheden voor Sabeh Tours wordt een redelijk loon vastgesteld en toegewezen.

1.2.

Sabeh Tours beroept zich op onrechtmatig handelen van [partij 1] door het laten uitvoeren van dagtochten waarvoor eerst aanvragen bij Sabeh Tours waren ingediend. Sabeh Tours beroept zich in conventie op verrekening met door haar geleden schade en vordert in reconventie een voorschot aan schade. Daarnaast vordert Sabeh Tours in reconventie afschriften van stukken van [partij 1] en schadevergoeding op te maken bij staat. [partij 1] betwist onrechtmatig te hebben gehandeld en voert als verweer aan dat Sabeh Tours in het gesprek van 27 februari 2024 tegen hem heeft gezegd dat zij zou stoppen met de dagtochten. Ten aanzien van dit bevrijdende verweer van [partij 1] stelt de kantonrechter [partij 1] in de gelegenheid om hiervan bewijs te leveren. Hierna zal worden uitgelegd waarom.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 25 november 2025 met producties 1 tot en met 16;
  • de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie met producties 1 tot en met 24;
  • de conclusie van antwoord in reconventie met producties 17 tot en met 19;
  • de namens Sabeh Tours toegezonden bijlage bij productie 21;
  • de mondelinge behandeling van 22 juni 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
  • de spreekaantekeningen van partijen.
2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 De feiten in conventie en in reconventie

3.1.

Sabeh Tours is een touringcaronderneming c.q. reisbureaubedrijf dat zich richt op personenvervoer.

3.2.

[bedrijf 1] is ook een touringcaronderneming. [persoon 1] is enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1].

3.3.

[persoon 1] is per 15 november 2022 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tot 31 december 2023) in dienst getreden van Sabeh Tours als medewerker binnendienst/touringcarchauffeur. De arbeidsovereenkomst is per 31 december 2023 met een jaar verlengd, tot 31 december 2024. Op de gesloten arbeidsovereenkomst is de CAO voor het besloten busvervoer van toepassing verklaard.

3.4.

Per 1 januari 2023 heeft Sabeh Tours met [bedrijf 1] een overeenkomst van opdracht gesloten voor een jaar (tot 31 december 2023) die na 31 december 2023 is voortgezet. Op grond van de overeenkomst zou de partner van [persoon 1], mevrouw [persoon 2] (hierna: [persoon 2]) 16 uur per week werkzaamheden in het kader van planning en de organisatie van dagtochten verrichten. Daarbij is een door Sabeh Tours te betalen managementvergoeding overeengekomen van € 2.500,00 exclusief btw per maand en een opzegtermijn van drie maanden.

3.5.

Op 27 februari 2024 hebben [persoon 1] en zijn partner [persoon 2] met de heer [persoon 3], mevrouw [persoon 4] en twee adviseurs van Sabeh Tours (de heer [persoon 5] en de heer [persoon 6]) een gesprek gehad waarin is gesproken over afscheid nemen van elkaar.

3.6.

Bij e-mail van 26 maart 2024 heeft [persoon 1] aan Sabeh Tours medegedeeld:

“(…)

Bij deze willen wij het dienstverband en de management overeenkomst per 31-03-2024 beëindigen.

Wij danken jullie voor de prettige samenwerking van de afgelopen jaren.”

3.7.

Als reactie heeft Sabeh Tours bij e-mail van 28 maart 2024 aan [persoon 1] medegedeeld:“(…)

We gaan niet akkoord met jullie voorstel om het dienstverband miv 31 maart as te beëindigen. We hebben eerder afgesproken dat de einddatum 30 april 2024 is. Deze datum willen wij handhaven.

Er moet goede overdracht plaatsvinden van alle gemaakte afspraken m.b.t. dagtochten en de lopende opdrachten van [bedrijf 2]. Daarom willen we dat jullie miv as dinsdag weer op kantoor komen werken. Als dit ivm afspraken in het ziekenhuis beter op 2 andere doordeweekse dagen kan worden ingepland kan dit uiteraard.”

3.8.

Op 3 april 2024 heeft [persoon 2] vanuit Sabeh Tours twee e-mails met aanvragen tot een offerte van (potentiële) opdrachtgevers aan haar mailadres bij [bedrijf 1] doorgestuurd.

3.9.

Bij e-mail van 9 april 2024 heeft [persoon 2] aan het bedrijf Kupers Touringcar BV (hierna: Kupers) een bijlage gestuurd met 21 data met reserveringen voor bussen. Als reactie daarop heeft Kupers bij e-mail van 10 april 2024 aan [persoon 2] een opsomming gegeven van data die zij kan uitvoeren en medegedeeld dat er vanuit gegaan wordt dat [persoon 1] de (meeste) dagtochten kan rijden.

3.10.

Op 6 en 7 april 2024 heeft [persoon 1] nog werkzaamheden verricht voor Sabeh Tours. Op 16 april 2024 heeft [persoon 1] bedrijfseigendommen van Sabeh Tours ingeleverd.

3.11.

Op 29 april 2024 heeft Sabeh Tours een voorschot van € 1.500,00 betaald aan [persoon 1] aan loon over de maand april 2024.

3.12.

[bedrijf 1] heeft bij Sabeh Tours over de maanden maart, april en mei 2024 een managementvergoeding in rekening gebracht van € 2.500,00 per maand te vermeerderen met btw. Sabeh Tours heeft die facturen onbetaald gelaten.

3.13.

Bij e-mail van 1 mei 2024 heeft Sabeh Tours aan [partij 1] medegedeeld dat gebleken is dat hij overeenkomsten die Sabeh Tours had gesloten met opdrachtgevers heeft overgesloten op eigen naam en dat offertes op eigen naam zijn gestuurd aan (mogelijke) opdrachtgevers van Sabeh Tours. Sabeh Tours heeft medegedeeld dat [partij 1] daarmee onrechtmatig handelt en [partij 1] gesommeerd om daarmee te stoppen.

3.14.

Bij e-mail van 24 juli 2024 heeft de eerdere gemachtigde van [partij 1] gereageerd en aan Sabeh Tours medegedeeld dat [partij 1] zich houdt aan de gemaakte afspraken.

3.15.

Bij brief van 2 december 2024 heeft de gemachtigde van [partij 1] Sabeh Tours in gebreke gesteld voor nog verschuldigd loon en de te betalen managementvergoeding. De gemachtigde van Sabeh Tours c.s. heeft bij brief van 4 februari 2025 de verschuldigdheid daarvan betwist en zich beroepen op verrekening met geleden schade.

4 Het geschil in conventie

4.1.

[partij 1] vordert dat:

  • voor recht wordt verklaard dat de tussen [persoon 1] en Sabeh Tours gesloten arbeidsovereenkomst per 1 mei 2024 onregelmatig (tussentijds) door Sabeh Tours is opgezegd (primair) dan wel per voornoemde datum met wederzijds goedvinden is geëindigd (subsidiair);
  • Sabeh Tours wordt veroordeeld tot betaling aan [persoon 1] van de eindafrekening tot 1 mei 2024 van totaal € 5.445,00 bestaande uit:
  • het restant van het loon over april 2024 van € 730,00 netto;
  • het vakantiegeld van € 1.790,00 bruto;
  • de niet genoten vakantie-uren van € 2.925,00 bruto;

3. Sabeh Tours wordt veroordeeld tot betaling aan [persoon 1] van de maximale wettelijke verhoging van 50% over alle loonvorderingen onder 2 a, b en c;

4. Sabeh Tours wordt veroordeeld om binnen 10 dagen na het vonnis aan [persoon 1] te verstrekken:

  • een deugdelijke en correcte bruto/netto salarisspecificatie over alle na te betalen loonvorderingen onder 2 a, b en c en 3;
  • een deugdelijke en correcte jaaropgave over 2024;

op verbeurte van een dwangsom,

5. voor recht wordt verklaard dat de tussen [bedrijf 1] en Sabeh Tours gesloten overeenkomst door Sabeh Tours is opgezegd per 1 juni 2024 (primair) dan wel per 1 mei 2024 met wederzijds goedvinden is geëindigd (subsidiair);

6. Sabeh Tours wordt veroordeeld tot betaling aan [bedrijf 1] van (primair) € 7.500,00 exclusief btw, zijnde de openstaande vergoedingen over de maanden maart, april en mei 2024, dan wel (subsidiair) € 5.000,00 exclusief btw, zijnde de openstaande vergoedingen over de maanden maart en april 2024;

7. Sabeh Tours wordt veroordeeld tot betaling aan [persoon 1] van de buitengerechtelijke kosten van € 783,38 exclusief btw;

8. Sabeh Tours wordt veroordeeld tot betaling aan [bedrijf 1] van de buitengerechtelijke kosten van € 750,00 exclusief btw;

9. alle vorderingen onder 2 a, b en c en de vorderingen onder 3, 7 en 8 vermeerderd met de wettelijke rente;

10. de vordering onder 6 vermeerderd met de wettelijke handelsrente;

11. Sabeh Tours wordt veroordeeld in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

4.2.

[partij 1] legt aan zijn vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. In het gesprek van 27 februari 2024 heeft Sabeh Tours medegedeeld dat [partij 1] overbodig was en dat er geen kantoorwerkzaamheden meer hoefden te worden verricht. Tijdens dat gesprek spraken partijen af dat de arbeidsovereenkomst en opdracht per 1 mei 2024 beëindigd zou worden onder de voorwaarde dat Sabeh Tours zou zorgen voor een correcte afwikkeling van de arbeidsovereenkomst en de overeenkomst van opdracht. Omdat Sabeh Tours niet aan die opschortende voorwaarde heeft voldaan, is er sprake van onregelmatige opzegging per 1 mei 2024. Ten aanzien van de arbeidsovereenkomst is Sabeh Tours aan [persoon 1] het loon over april 2024, het vakantiegeld en de opgebouwde en de niet genoten vakantie-uren verschuldigd. Ten aanzien van de overeenkomst van opdracht moet wegens onregelmatige opzegging uitgegaan worden van een opzegging tegen 1 juni 2024, tot welke datum [persoon 2] werkzaamheden heeft uitgevoerd. Hierdoor is Sabeh Tour de maandelijkse managementvergoeding over maart, april en mei 2024 verschuldigd van € 7.500,00 (3 x € 2.500,00) exclusief btw.

4.3.

Sabeh Tours voert verweer. Sabeh Tours concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [partij 1], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partij 1] in de daadwerkelijke kosten van deze procedure.

4.4.

Sabeh Tours voert als verweer – samengevat – het volgende aan. Tijdens het gesprek van 27 februari 2024 is afgesproken de algehele samenwerking per 1 mei 2025 te beëindigen en daar is geen voorwaarde bij besproken. De e-mail van [partij 1] van 26 maart 2024 is een eenzijdige opzegging door hem en daarmee zijn beide overeenkomsten beëindigd per 31 maart 2024. Subsidiair geldt dat de overeenkomsten door het gesprek van 27 februari 2024 per 1 mei 2024 met wederzijds goedvinden zijn geëindigd en uiterst subsidiair geldt dat er geen aanspraak is op loon omdat er geen werkzaamheden meer zijn verricht. Na inlevering van bedrijfseigendommen en ontruiming van het bureau door [persoon 1] op 16 april 2024 werd niets meer van [persoon 1] en [persoon 2] vernomen. Als er al een bedrag aan loon verschuldigd is over april 2024 geldt dat er hooguit tot 16 april 2024 loon verschuldigd is, zijnde € 1.115,00, maar Sabeh Tours heeft een voorschot betaald van € 1.500,00. Er is geen recht op vakantie-uren over april 2024 omdat [persoon 1] het dienstverband heeft beëindigd per 31 maart 2024. Wegens opzegging van de overeenkomst van opdracht door [partij 1] is er vanaf 1 april 2024 niets meer verschuldigd. [partij 1] handelt onrechtmatig door het gerucht te verspreiden dat Sabeh Tours vrijwel failliet zou zijn en overeenkomsten van Sabeh Tours met haar opdrachtgeefsters heimelijk op eigen naam over te sluiten en offertes aan Sabeh Tours op eigen naam te behandelen. Op 3 april 2024 heeft [persoon 2] heimelijk bedrijfsinformatie met tariefafspraken naar zichzelf gemaild en die vervolgens door Kupers Touringcar laten uitvoeren. Voor zover [partij 1] nog een vordering heeft, dan verrekent Sabeh Tours die met de vordering die zij heeft voor opzettelijk toegebrachte schade en schort daarom betaling op totdat die vordering is komen vast te staan.

4.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5 Het geschil in reconventie

5.1.

Sabeh Tours vordert dat:

1. [partij 1] wordt veroordeeld om binnen 10 dagen:

i. een volledige opgave te verstrekken van de namen van klanten en relaties van Sabeh Tours, ongeacht de uitkomst van het contract waarmee [partij 1] onder eigen naam heeft gecommuniceerd over de periode vanaf 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024;

ii. een afschrift te verstrekken van de met deze (rechts)personen gevoerde correspondentie danwel van de schriftelijke weergave van de met deze (rechts)personen gevoerde mondelinge gesprekken;

iii. een afschrift te verstrekken van de aan deze (rechts)personen gedane offerte(s) en/of gesloten overeenkomst(en);

iv. opgave te verstrekken van de jegens Sabeh Tours afgelegde onrechtmatige verklaringen omtrent beweerdelijke (financiële en andere) problemen van Sabeh Tours en/of over een beweerdelijke doorstart door [partij 1] met opgave van de naam van deze derden en de aard van de afgelegde verklaringen;

2. [partij 1] wordt veroordeeld tot voldoening van het onder i tot en met iv genoemde op verbeurte van een dwangsom;

3. [partij 1] hoofdelijk wordt veroordeeld om de door Sabeh Tours geleden schade te vergoeden, nader op te maken bij staat;

4. [partij 1] hoofdelijk wordt veroordeeld om als voorschot aan schade een bedrag van € 75.000,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente;

5. [partij 1] wordt veroordeeld in de daadwerkelijke kosten van de procedure.

5.2.

Sabeh Tours legt aan haar vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. [partij 1] heeft onrechtmatig gehandeld door valse verklaringen af te leggen tegenover derden dat Sabeh Tours failliet zou zijn. Daarnaast heeft [partij 1] delen van Sabeh Tours overgenomen en offertes en bestellingen van Sabeh Tours bij haar weggehaald en zelf behandeld om die opdracht te verwerven en uit te voeren. [partij 1] is hoofdelijk aansprakelijk voor de door Sabeh Tours te lijden en geleden schade op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW) respectievelijk artikel 6:166 BW. Omdat de schade nog niet vast staat, dient [partij 1] de genoemde stukken te verstrekken. Sabeh Tours begroot de geleden omzetderving op € 130.782,00 en vordert een voorschot aan schadevergoeding van € 75.000,00. Daarnaast is [partij 1] de werkelijke proceskosten van Sabeh Tours verschuldigd omdat hij misbruik van procesrecht maakt en in strijd met de waarheidsplicht handelt door relevante informatie te verzwijgen. De werkelijke proceskosten van Sabeh Tours bedragen € 7.579,00.

5.3.

[partij 1] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Sabeh Tours, met veroordeling van Sabeh Tours in de kosten van de procedure.

5.4.

[partij 1] voert als verweer – samengevat – het volgende aan. Betwist wordt dat [partij 1] stelselmatig zou hebben geprobeerd te concurreren, laat staan duurzaam bedrijfsdebiet van Sabeh Tours af te breken. Tijdens het gesprek van 27 februari 2024 heeft Sabeh Tours gezegd te stoppen met het organiseren van dagtochten en meerdaagse reizen. [persoon 2] heeft een paar prospects die zich in maart/april 2024 meldden voor een dagtour doorgeleid omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat Sabeh Tours die niet meer zou aanbieden. Met de intentie om organisaties behulpzaam te zijn, heeft [bedrijf 1] eind maart/ begin april 2024 op eigen naam vrijblijvend offertes uitgebracht waarbij Kupers had aangegeven bereid te zijn die ritten uit te voeren. Omdat [persoon 1] zich enkel bezighield met chauffeurswerkzaamheden kan er geen sprake zijn van hoofdelijke aansprakelijkheid. De vordering tot verstrekking van afschriften kan niet worden toegewezen bij enkel een vermoeden dat er misschien documenten bestaan die steun kunnen geven aan de stellingen van [partij 1] en die vordering is ook onvoldoende bepaalbaar. Indien [partij 1] wordt veroordeeld tot verstrekking van afschriften geldt dat de termijn te kort is en de gevorderde dwangsom te hoog is. Een veroordeling dient ook niet over de periode na 1 mei 2024 te worden uitgesproken. Bij gebreke van een vordering tot schade kan er geen voorschot aan schade worden toegewezen. Omzetschade komt niet voor vergoeding in aanmerking omdat Sabeh Tours geen kosten heeft gedragen en winstmarges zijn in de dagtochtenbranche betrekkelijk laag. De gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad dient te worden afgewezen en er is geen grond voor vergoeding van werkelijke proceskosten.

5.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

6 De beoordeling in conventie en in reconventie

Arbeidsovereenkomst

6.1.

[partij 1] vordert een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2024 onregelmatig is opgezegd door Sabeh Tours. Of al dan niet sprake is van een onregelmatige opzegging door Sabeh Tours kan naar het oordeel van de kantonrechter in het midden blijven. [partij 1] vordert enkel betaling van het loon tot 1 mei 2024 en heeft daarom geen belang bij de gevorderde verklaring voor recht. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden afgewezen.

6.2.

Gebleken is dat [persoon 1] bij e-mail van 26 maart 2024 aan Sabeh Tours heeft medegedeeld de arbeidsovereenkomst per 31 maart 2024 te willen beëindigen. Een opzegging is een eenzijdige rechtshandeling en [persoon 1] kon de opzegging daarom niet zomaar intrekken. Om een opzegging ongedaan te maken, is de instemming van de wederpartij nodig en van die situatie is hier geen sprake. [persoon 1] heeft namelijk niet kenbaar gemaakt de opzegging terug te willen draaien en daarvoor ook geen instemming gevraagd van Sabeh Tours. Op grond van het voorgaande gaat de kantonrechter voorbij aan de stelling van [partij 1] dat de opzegging door [persoon 1] gezien moet worden als een beëindiging met wederzijds goedvinden. Omdat uit de mail van 26 maart 2024 ondubbelzinnig de wil van [persoon 1] blijkt om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, gaat de kantonrechter uit van een per 1 april 2024 beëindigde arbeidsovereenkomst.

6.3.

Vast staat dat [persoon 1] na de beëindigde arbeidsovereenkomst nog op verzoek van Sabeh Tours op 6 en 7 april 2024 werkzaamheden heeft verricht voor de [sportclub]. De kantonrechter gaat ervan uit dat deze (incidentele) werkzaamheden op basis van een overeenkomst van opdracht zijn verricht en niet kunnen worden aangemerkt als een (stilzwijgende) voortzetting van de arbeidsovereenkomst. Omdat partijen daarvoor geen loon hebben besproken, althans is dat niet gesteld of gebleken, zal de kantonrechter een redelijk loon vaststellen. [partij 1] heeft niet gesteld hoeveel uren hij gewerkt heeft, zodat de kantonrechter de uren naar redelijkheid zal vaststellen op 16 uren. De kantonrechter gaat uit van 16 uur werkzaamheden tegen een uurloon van € 26,23 te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, dat neerkomt op een bedrag van € 453,25. Dit bedrag is toewijsbaar aan loon voor werkzaamheden op 6 en 7 april 2024.

6.4.

Ten aanzien van het door [persoon 1] gevorderde vakantiegeld geldt dat [persoon 1] aanspraak heeft op het opgebouwde vakantiegeld tot en met maart 2024. Uit de door [persoon 1] als productie 3 bij dagvaarding overgelegde loonstrook van maart 2024 blijkt dat het tot dan opgebouwde vakantiegeld € 1.607,20 bruto bedraagt. Dit bedrag is toewijsbaar.

6.5.

[persoon 1] vordert uitbetaling van opgebouwde vakantie-uren. Uit de door [persoon 1] als productie 3 overgelegde loonstrook van maart 2024 blijkt dat er 101,26 uren open staan en met een uurtarief van € 26,23 is dan een bedrag van € 2.656,05 bruto toewijsbaar.

6.6.

De door [persoon 1] gevorderde wettelijke verhoging over het loon zal de kantonrechter afwijzen omdat de arbeidsovereenkomst al is geëindigd en geen prikkel meer is voor nakoming.

6.7.

De door [persoon 1] gevorderde wettelijke rente over het loon, vakantiegeld en de vakantie-uren zal zoals gevorderd vanaf 8 augustus 2024 tot de dag van betaling worden toegewezen.

6.8.

De vordering van [persoon 1] tot verstrekking van loonspecificaties zal worden afgewezen omdat Sabeh Tours die tot en met maart 2024 heeft verstrekt. De vordering tot verstrekking van specificaties voor het opgebouwde vakantiegeld en de opgebouwde vakantie-uren zal wel worden toegewezen omdat er geen specificaties zijn verstrekt van de netto uit te keren bedragen. De door [partij 1] gevorderde jaaropgave van 2024 heeft Sabeh Tours niet betwist en zal ook worden toegewezen. De termijn van verstrekking van de specificaties stelt de kantonrechter vast op 30 dagen na vonnisdatum. De gevorderde dwangsom van € 200,00 per dag zal de kantonrechter matigen tot € 50,00 per dag met een maximum van € 1.000,00.

Overeenkomst van opdracht

6.9.

Partijen verschillen erover per wanneer de overeenkomst van opdracht is geëindigd. Bij e-mail van 26 maart 2024 heeft [partij 1] tevens de overeenkomst van opdracht met Sabeh Tours per 1 april 2024 opgezegd. Uit de reactie van Sabeh Tours volgt dat zij niet instemde, maar dit neemt niet weg dat sprake is van een eenzijdige rechtshandeling en dat de overeenkomst door de (onregelmatige) opzegging als beëindigd moet worden beschouwd per 1 april 2024. De door [persoon 1] gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst per 1 juni 2024 dan wel per 1 mei 2024 is geëindigd zal daarom worden afgewezen.

6.10.

[bedrijf 1] heeft recht op de gevorderde managementvergoeding over de maand maart 2024 van € 2.500,00 te vermeerderen met btw. Dit bedrag is toewijsbaar.

6.11.

[partij 1] stelt dat [persoon 2] ook nog werkzaamheden heeft uitgevoerd in april en mei 2024 en verwijst naar productie 12 bij de dagvaarding. Sabeh Tours betwist echter dat [persoon 2] in die maanden nog werkzaamheden voor haar heeft verricht en voert aan dat [persoon 2] op 3 april 2024 een laatste mail heeft verzonden. De kantonrechter is van oordeel dat het na de betwisting van Sabeh Tours op de weg van [partij 1] had gelegen om concreet te onderbouwen wanneer en welke werkzaamheden zij nog heeft verricht ten behoeve van Sabeh Tours in april en mei 2024. Uit het overzicht dat [partij 1] als productie 12 heeft overgelegd, valt zonder verdere toelichting niet af te leiden welke werkzaamheden [persoon 2] zou hebben verricht ten gunste van Sabeh Tours. De kantonrechter zal de gevorderde managementvergoeding over april en mei 2024 dan ook bij gebreke van een gebleken grondslag afwijzen.

6.12.

De wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over de managementvergoeding van maart 2024 is toewijsbaar vanaf 10 april 2024 tot de dag van volledige betaling.

Onrechtmatig handelen

6.13.

Sabeh Tours beroept zich in conventie op verrekening met schade wegens onrechtmatig handelen door [partij 1] en in reconventie vordert zij een voorschot aan schade. Sabeh Tours verwijt [partij 1] (1) het afleggen van valse verklaringen tegenover derden dat Sabeh Tours nagenoeg failliet is, (2) dat [partij 1] delen van Sabeh Tours heeft overgenomen en (3) offertes en bestellingen niet namens Sabeh Tours op deugdelijke wijze te beantwoorden en uit te voeren, maar zelf te behandelen om deze opdrachten te verwerven en uit te voeren.

6.14.

[partij 1] betwist onrechtmatig te hebben gehandeld en voert daartoe allereerst aan dat Sabeh Tours in het gesprek van 27 februari 2024 heeft gezegd dat zij zou stoppen met de dagtochten.

6.15.

De kantonrechter stelt vast dat partijen lijnrecht tegenover elkaar staan voor wat betreft de stelling van [partij 1] dat Sabeh Tours op 27 februari 2024 gezegd zou hebben te stoppen met de dagtochten. Indien Sabeh Tours een dergelijke uitlating zou hebben gedaan, betekent dit dat Sabeh Tours, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ook geen schade heeft geleden door, kort gezegd, het opvolgen van aan Sabeh Tours opgevraagde offertes, danwel het overnemen van reeds aan Sabeh Tours vergunde opdrachten door [partij 1]

Sabeh Tours betwist echter dat zij een dergelijke uitlating heeft gedaan en voert aan nooit te zijn gestopt met dagtochten. De door [partij 1] overgelegde mail van 18 maart 2024 waarin Sabeh Tours haar medewerkers heeft ingelicht over het stoppen van de samenwerking met [partij 1] en heeft gezegd: “Dit is voor ons (als bedrijf) een weloverwogen keuze” is onvoldoende om er van uit te gaan dat Sabeh Tours volledig wilde stoppen met het uitvoeren van dagtochten. [partij 1] verwijst nog naar de e-mail van Sabeh Tours van 28 maart 2024 en stelt dat daarin geen verzoek wordt gedaan om activiteiten over te nemen na het einde van de overeenkomsten en dat daaruit blijkt dat Sabeh Tours stopt met de dagtochten. De kantonrechter volgt [partij 1] daarin niet. In de mail wordt [partij 1] gevraagd te zorgen voor een goede overdracht van alle gemaakte afspraken met betrekking tot dagtochten en de lopende opdrachten van [bedrijf 2], maar dit sluit niet uit dat Sabeh Tours dagtochten voortzet. Gezien de gemotiveerde betwisting van Sabeh Tours en omdat [partij 1] zich beroept op de gestelde mededeling van Sabeh Tours, hetgeen een bevrijdend verweer is, zal de kantonrechter [partij 1] toe laten tot bewijslevering als bedoeld in artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). [partij 1] wordt in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat Sabeh Tours in het gesprek van 27 februari 2024 aan hem heeft medegedeeld te stoppen met de dagtochten.

6.16.

Voor het overige zal in conventie en in reconventie iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

7 De beslissing

De kantonrechter

In conventie en in reconventie

7.1.

draagt [partij 1] op te bewijzen dat Sabeh Tours in het gesprek van 27 februari 2024 tegen [partij 1] heeft gezegd dat zij zou stoppen met de dagtochten,

7.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 30 september 2026 voor uitlating door [partij 1] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

7.3.

bepaalt dat, als [partij 1] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,

7.4.

bepaalt dat, als [partij 1] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden oktober 2026 tot en met maart 2027 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

7.5.

bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. Zander, in het gerechtsgebouw te Breda, Stationslaan 10,

7.6.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,

7.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.