Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 september 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:9431Zaaknummer BRE 26/4740

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30 september 2026
Publicatiedatum
5 oktober 2026
Zaaknummer
BRE 26/4740
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek niet ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier op 30 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker 1], uit [plaats 1], en [verzoeker 2], uit [plaats 2], verzoekers
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/4740

uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 september 2026 in de zaak tussen

[verzoeker 1], uit [plaats 1], en [verzoeker 2], uit [plaats 2], verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen het verlenen van diverse kapvergunningen door het college. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

1.1.

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

1.2.

Het college heeft in het Weekblad Dongen op 5 augustus 2026 bekend gemaakt meerdere kapvergunningen verleend te hebben en aanvragen daartoe ontvangen te hebben. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Toetsingskader

2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen.[_f5fd34b2-b616-480e-9cfd-83a8559487f4] In een zaak als deze is het griffierecht € 397,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.

Hebben verzoekers het griffierecht tijdig betaald?

2.1.

De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 2 september 2026 verzoekers in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 4 september is aangeboden, maar de bezorging is niet gelukt. Op 5 september is het afgeleverd bij een PostNL punt. Op 21 september 2026 om 15:03 uur is de brief overhandigd aan de ontvanger. Verzoekers hebben het griffierecht niet op tijd betaald.

Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?

2.2.

Verzoekers hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Ten overvloede

2.3.

Verder merkt de voorzieningenrechter op dat de griffier op 1 september 2026 verzoekers heeft verzocht om toezending van de bestreden besluiten. Aan dat verzoek is niet voldaan. Er is slechts een mailwisseling met het college overgelegd. Ook dat kan leiden tot niet-ontvankelijk verklaring van het verzoek.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier op 30 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.