Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8340Zaaknummer C/02/449572 / JE RK 26-1090
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/449572 / JE RK 26-1090
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling 1 jaar en verlenging machtiging uithuisplaatsing 9 maanden. Verslaving beide ouders. Zij hebben hun leven niet op de rit. Komende periode dient de GI te bezien of perspectiefonderzoek wordt verricht.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 1 augustus 2026 tot 1 augustus 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 1 augustus 2026 tot 1 mei 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 door mr. W. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.C.G. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 10 augustus 2026. |
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/449572 / JE RK 26-1090
Datum uitspraak: 30 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling,
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de GI,
over de minderjarigen:
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2020 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2024 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt in deze zaak als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats 1],
advocaat: mr. R. Joosen te Oosterhout,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 2],
advocaat: mr. T. van Riel te Breda.
1 Het verloop van de procedure
Het procesverloop bestaat uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 23 juni 2026;
- de stelberichten van mr. Van Riel en mr. Joosen van 6 juli 2026.
Op 30 juli 2026 heeft de kinderrechter de zaak mondeling behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Bij die gelegenheid waren aanwezig en zijn gehoord:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de advocaat van de vader;
- een vertegenwoordigster van de GI, vergezeld door een collega in opleiding.
Hoewel daartoe correct opgeroepen is de vader niet in persoon bij de zitting verschenen. Bij aanvang van de zitting laat zijn raadsman weten dat de vader vanwege een verhindering niet naar de rechtbank kon komen.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] (hierna gezamenlijk te noemen: de minderjarigen).
Bij beschikking van 17 juli 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van de minderjarigen verlengd met ingang van 1 augustus 2025 tot 1 augustus 2026.
Bij beschikking van 26 maart 2026 heeft de kinderrechter een deeltijdmachtiging
tot uithuisplaatsing van de minderjarigen verleend in een voorziening voor pleegzorg voor
een deel van de weekenden en een deel van de vakanties met ingang van 26 maart 2026 tot
het einde van de ondertoezichtstelling.
Bij beschikking van 13 april 2026 heeft de kinderrechter een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor pleegzorg dan wel een gezinsgerichte voorziening of in een accommodatie jeugdhulpaanbieder met ingang van 13 april 2026 tot 27 april 2026.
Laatstelijk, bij beschikking van 23 april 2026, heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen verleend in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 27 april 2026 tot 1 augustus 2026.
Op grond van voormelde machtiging verblijven de minderjarigen in een gezinsgerichte voorziening (gezinshuis).
3 De verzoeken
De GI verzoekt om de ondertoezichtstelling van de minderjarigen te verlengen voor de duur van een jaar.
De GI verzoekt daarnaast om de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van negen maanden.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 Het standpunt van de GI
Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. De minderjarigen zijn in de thuissituatie bij de ouders getuige geweest van conflicten tussen en drugsgebruik van de ouders. Van de vader is bekend dat hij verslaafd is aan cocaïne. Later is gebleken dat ook de moeder hieraan verslaafd is, waarbij zij zelfs cocaïne heeft gebruikt tijdens haar zwangerschap van een van de minderjarigen. Daarnaast waren er onder andere zorgen over de hygiëne in huis, de psychische problemen van de moeder, financiële problemen van de ouders en de relatie van de ouders met oma (vaderszijde). De basale verzorging van de minderjarigen was niet op orde.
In 2025 heeft er een gezinsopname plaatsgevonden, naar aanleiding waarvan er aan de ouders voorwaarden zijn gesteld. Binnen die voorwaarden is toegewerkt naar plaatsing van de minderjarigen in een deeltijdpleeggezin. Dit zorgde bij de ouders voor rust, zodat zij met de gestelde voorwaarden aan de slag konden gaan. De moeder heeft hulpverlening gezocht bij [praktijk], maar het lukte haar niet om zich aan afspraken te houden. De vader ging in behandeling bij Novadic Kentron, maar het lukte hem niet om clean te blijven en op afspraken te verschijnen. In maart 2026 zijn er voor de ouders aanvullende voorwaarden gesteld. De GI zag daarna geen verandering. Zo bleef de woning van de ouders onhygiënisch, lag de moeder dagen op de bank, is [minderjarige 1] een aantal dagen niet op school geweest en lukte het de ouders niet om de zorgen af te laten nemen. De ouders zeggen regelmatig hulpverlening af. Na een escalatie tussen de ouders zijn de minderjarigen vervolgens uit huis geplaatst.
Inmiddels is de relatie tussen de ouders beëindigd, waarna de vader is teruggevallen in drugsgebruik. De moeder heeft inmiddels een nieuwe relatie, waar de GI zich zorgen om maakt. De behandeling van de vader bij Novadic Kentron is gestopt, omdat hij niet eerlijk was over zijn gebruik. Novadic Kentron adviseert de vader begeleid te wonen, echter hij is het daarmee oneens. Het is de GI bekend dat de vader zich bij een andere instantie gaat aanmelden voor een behandeling. Sinds de ouders eerder onder invloed op een contactmoment met de minderjarigen zijn verschenen verwacht de GI van hen een negatieve urinecontrole vóór de contactmomenten. De moeder heeft inmiddels negatieve urinecontroles overgelegd, de vader recent een voor de eerste keer. De contactmomenten met de moeder zijn in frequentie verlaagd naar eens per twee weken, omdat zij vaker te laat kwam. De minderjarigen hadden daar last van.
Eind mei 2026 hebben de ouders vernieuwde voorwaarden opgelegd gekregen. Zij hebben een half jaar de tijd om aan deze voorwaarden te werken en om te laten zien dat zij voldoende stabiliteit kunnen laten zien om toe te werken naar een perspectiefonderzoek. Bij een eerste evaluatiegesprek zijn de ouders niet aanwezig geweest. Met de moeder heeft inmiddels een evaluatiegesprek plaatsgevonden, met de vader niet. De moeder zegt daarbij dat het goed met haar gaat, echter de GI krijgt andere signalen. In de komende periode zal de GI monitoren of de ouders de nodige stappen zullen zetten en het perspectiefonderzoek plaats kan vinden en er een perspectiefbesluit kan worden genomen. De GI verzoekt een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van negen maanden, om de periode van onduidelijkheid voor de minderjarigen zo kort mogelijk te houden.
5 Het standpunt van belanghebbenden
Door en namens de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat de moeder akkoord is met de verzoeken. Zij ziet dat de voortzetting van de huidige situatie het beste is voor de minderjarigen. De moeder is op dit moment hard met zichzelf aan de slag. Zij accepteert hulpverlening en werkt daar ook aan mee. Zij moet echter van ver komen. Op
8 september 2026 heeft zij een intakegesprek bij Novadic Kentron. Zij is gemotiveerd om daar een behandeltraject aan te gaan. Op dit moment laat de moeder met urinecontroles zien clean te zijn. Zij heeft daarnaast openheid van zaken gegeven over haar gebruik. Volgens de moeder ligt er een duidelijk plan van aanpak en weten de ouders waaraan zij moeten werken. De moeder spreekt daarbij de hoop uit dat toegewerkt kan worden naar een uitbreiding van de omgang met de minderjarigen. De moeder spreekt ter zitting uit bang te zijn voor de vader. Hij staat haar op te wachten als zij urinecontroles moet inleveren. Ook bedreigt de vader een vriendin van de moeder.
Namens de vader is, samengevat, aangevoerd dat hij de verzoeken begrijpt. De vader heeft momenteel een intakegesprek voor verslavingszorg bij een andere instelling dan Novadic Kentron. Met het advies tot begeleid wonen is de vader het niet eens. Hij wil voor zijn verslaving geholpen worden, maar wenst zelfstandig te blijven wonen. Volgens de vader staat het een ook los van het ander. Dat de hij een aantal keer niet op evaluatiegesprekken is verschenen, is niet handig.
6 De beoordeling
Wat zegt de wet?
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255, eerste lid BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Op grond van artikel 1:255, eerste lid BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
- de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
- de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid BW, in staat zijn te dragen.
Op grond van artikel 1:265b, eerste lid BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.
Op grond van artikel 1:265c, tweede lid BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat de minderjarigen nog altijd ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Zij zijn getuige geweest van spanningen tussen de ouders en hun drugsgebruik. Hoewel de relatie van de ouders inmiddels is beëindigd, bestaan er rondom hen nog steeds zorgen. Zo is de vader teruggevallen in gebruik en is zijn behandeling bij Novadic Kentron gestopt. Hij stelt zich dreigend op tegen onder meer de moeder en de jeugdbeschermer. De zorgen over de moeder houden verband met haar verslaving, waarvoor zij nog geen zorg ontvangt, alsmede haar nieuwe relatie. Het lukt de ouders nog niet om hun leven op de rit te krijgen en om zich aan afspraken te houden en om te handelen in het belang van de minderjarigen. Een voorbeeld daarvan is dat de ouders tijdens een contactmoment onder invloed waren, waarna de GI hen nu verplicht om voorafgaand aan de contactmomenten een negatieve urinecontrole over te leggen.
De kinderrechter stelt vast dat de situatie ten opzichte van de voorgaande beschikking van 17 juli 2025 niet is verbeterd, maar eerder is verslechterd. Genoegzaam is gebleken dat de bij de ondertoezichtstelling gestelde doelen niet zijn behaald en de minderjarigen op dit moment niet kunnen terugkeren bij een van de ouders. Het is daarvoor simpelweg te onveilig en te instabiel. Ondanks inzet van intensieve hulpverlening is het de ouders niet gelukt om het tij te keren. Dit baart de kinderrechter zorgen. Het lijkt er daarbij op dat de persoonlijke problematiek van de ouders hen in een greep houdt. Zolang de ouders hun persoonlijke problemen niet op orde hebben, blijft de huidige situatie naar verwachting in stand en dat brengt voor de minderjarigen onvoorspelbaarheid en onbetrouwbaarheid met zich mee.
Gelet op het voorgaande en nu wordt voldaan aan de wettelijke criteria zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling verlengen voor de verzochte duur van een jaar. Langere betrokkenheid van de GI is noodzakelijk om de ingezette hulpverlening te continueren en de persoonlijke problematiek van de ouders te monitoren en daarbij te controleren of het hen lukt om hun leven op de rit te krijgen.
De kinderrechter zal eveneens de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de verzochte duur van negen maanden, nu gebleken is dat de minderjarigen niet bij een van de ouders kunnen worden teruggeplaatst. Zij zijn op dit moment beiden niet in staat om voor de minderjarigen te zorgen, terwijl de minderjarigen zich in de gezinsgerichte voorziening positief ontwikkelen. Zo is [minderjarige 2] begonnen met praten en eet zij goed en gaat [minderjarige 1] naar school en heeft zij haar zwemles weer opgepakt.
In de komende periode verwacht de kinderrechter dat de GI, naast het werken aan de al eerder in het kader van de ondertoezichtstelling gestelde doelen, onder meer de mogelijkheden van het verrichten van een perspectiefonderzoek in kaart zal brengen. Zoals ter zitting uitvoerig is besproken is in dit kader van belang dat de ouders in de komende zes maanden laten zien dat zij zich aan de door de GI gestelde voorwaarden kunnen voldoen. Een en ander is van belang, waarna de GI zal afwegen of overgegaan kan worden tot het verrichten van een perspectiefonderzoek en het nemen van een perspectiefbesluit. Hierbij is het voor de minderjarigen van belang dat zij snel duidelijkheid krijgen over hun toekomstperspectief, waarbij zij weten waar zij zullen opgroeien.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter zal zijn beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Tot slot
Dit leidt tot de volgende beslissing.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 1 augustus 2026 tot 1 augustus 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 1 augustus 2026 tot 1 mei 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 door mr. W. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.C.G. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 10 augustus 2026. |
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.