Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8316Zaaknummer C/02/449546 / JE RK 26-1083
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 30 juli 2026
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/449546 / JE RK 26-1083
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wijziging verdeling zorg- en opvoedingstaken tijdens OTS. GI wordt op verzoek belast met regie. Ouders hebben ouderschapsplan opgesteld maar wijken daar steeds van af.
6 De beslissing
De kinderrechter:
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en belast de GI met de regie over de zorg- en contactregeling voor de duur van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven door mr. Tempel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449546 / JE RK 26-1083
Datum uitspraak: 30 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant,
locatie Tilburg, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen [minderjarige 2],
[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2020 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen [minderjarige 3].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader],
hierna te noemen de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader, via een digitale beeldverbinding;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.
De zaak is gelijktijdig behandeld met de samenhangende zaak met nummer C/02/450284 / JE RK 26-1258. In de samenhangende zaak zal bij aparte beschikking worden beslist.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2], gelet op hun leeftijd, naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] (hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen).
De kinderen wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 28 augustus 2025 heeft de kinderrechter de kinderen onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 28 augustus 2025 tot 28 augustus 2026.
De ouders hebben een ouderschapsplan opgesteld. Daarin is onder andere opgenomen dat de kinderen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de man verblijven:
- in de oneven weken van vrijdagmiddag tot en met maandagochtend;
- in de even weken van woensdagmiddag tot en met donderdagochtend,
waarbij de verzorgende ouder de kinderen naar de andere ouder brengt.
De ouders hebben verder een verdeling van de vakanties, feestdagen en bijzondere dagen in het ouderschapsplan opgenomen.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna te noemen: de zorg- en contactregeling) te wijzigen in die zin, dat de GI belast wordt met de regie over de zorg- en contactregeling. Op die manier kunnen de kinderen op een positieve en fijne manier contact hebben met de vader als de situatie dit toelaat en er voldoende zicht is op de veiligheid. Mochten er signalen binnen komen van onveiligheid of mocht blijken dat de vader zijn agressie onvoldoende onder controle heeft, dan wil de GI graag de mogelijkheid om in te kunnen grijpen en de zorg- en contactregeling aan te passen zodat de veiligheid van de kinderen voorop blijft staan. De GI verzoekt om de te geven beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
In het verzoekschrift is het verzoek en het standpunt van de GI toegelicht. Tijdens de zitting is namens de GI (in aanvulling daarop), samengevat, verklaard dat ondanks dat de ouders een ouderschapsplan hebben opgesteld, zij in de praktijk hiervan regelmatig afwijken. Wanneer de ouders andere afspraken maken, is dat niet helder voor de GI. Ook is het niet in belang van de kinderen dat hierin geschoven wordt. Bovendien is er onvoldoende zicht op de situatie van de vader, nu de hulpverlening vanuit MST-CAN voor hem stopt en daarnaast zijn woonsituatie is veranderd. De vader verblijft nu in een trailer. De zorg- en contactregeling zoals in het ouderschapsplan is overeengekomen kan in principe doorlopen, maar de incidenten moeten stoppen. Wanneer de veiligheid van de kinderen in het geding komt moeten de kinderen in bescherming kunnen worden genomen. Ook kan de woonsituatie van de vader maken dat overnachtingen voor de kinderen niet meer mogelijk zijn. De GI moet dan kunnen ingrijpen maar de regie hiervoor ontbreekt nu.
Door de moeder is samengevat naar voren gebracht dat de vader nu met de kinderen op vakantie is. De vakantieverdeling was in het ouderschapsplan opgenomen maar het is altijd weer zien of de vader zich aan de afspraken houdt en wat zijn plan is. De moeder ziet niet dat de zorg- en contactregeling in het ouderschapsplan kan worden doorgezet omdat de vader geen woning heeft. Hij verblijft nu in zijn trailer op het parkeerterrein waar hij een safebox heeft. Als de eigenaar daar achter komt, houdt het op. De kinderen kunnen daar niet verblijven. De moeder geeft aan dat de vader niet actief op zoek is naar een woning; hij verwacht dat anderen dat voor hem regelen. De vader maakt geen gebruik van de optie om naar zijn ouders te gaan. De moeder meent dat zij en de vader wel proberen om de zorg- en contactregeling in het ouderschapsplan na te komen, maar er is vaak een meningsverschil over de weekenden dat de kinderen bij de vader zijn. Hij wil dan het liefst dat alleen [minderjarige 1] bij hem verblijft vanwege de motorsport die [minderjarige 1] beoefent. De man is daarin dwingend. De moeder vindt het goed als de regie over de zorg- en contactregeling bij de GI komt te liggen. De kinderen hebben dan meer duidelijkheid en zij hoopt dan niet steeds de discussie met de vader te hoeven aangaan.
De vader heeft samengevat aangegeven dat hij vindt dat de hulpverlening moet beginnen bij de basis; een woning voor hem. Hij heeft geprobeerd om een woning te zoeken maar hij kreeg van de gemeente te horen dat er niets vrij is en particuliere huur is duur. Hij kan geen huis krijgen, ook omdat hem door verschillende instanties financieel een oor is aangenaaid. Wanneer de kinderen bij hem zijn, zijn zij veel met de camper weg. Hij is ook vaak alleen met [minderjarige 1] weg omdat de moeder niet op zijn topsportleven ingericht is. Als de moeder met [minderjarige 1] mee zou gaan, kan de vader met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar voetbal. Volgens de vader worden de kinderen naar eigen zeggen ‘rotzakken’ als hij hen minder zou zien. De kinderen komen naar hem toe terwijl zij bij de moeder zijn. Vervolgens vindt er een incident plaats op de camping, waardoor hij van de camping gestuurd wordt en hij het probleem heeft. Dit terwijl de zorg voor de kinderen op het moment van het incident eigenlijk bij de moeder lag De vader stelt dat als hij niet geholpen wordt door de GI, hij ook niet meewerkt. Met de motorsport van [minderjarige 1] kunnen er geen vaste zorg- en contactafspraken zijn, hierin moet juist flexibiliteit zijn. Als ervoor gezorgd wordt dat hij een huis heeft en de kinderen een eigen kamer hebben krijgt hij rust. Hij kan de kinderen nu niet opvangen. Zijn vader wilde een chalet voor hem kopen maar hij heeft tegen hem gezegd dat hij er in juli toch niet is. Hij werkt het EK en WK motorsport nog af en dan gaat hij voor een huis kijken, aldus de vader.
De vertegenwoordiger van de Raad heeft te kennen gegeven dat de Raad de GI volgt in haar verzoek. De vader is niet aan te sturen of aan te spreken en hij laat zich tijdens de zitting respectloos uit. Om de strijd tussen de ouders weg te nemen en te voorkomen dat de moeder als boeman wordt aangewezen, dient de GI te bekijken wat in het belang van de kinderen is. De GI moet stappen kunnen zetten als er geen onderdak is voor de kinderen en er geen zicht is op de opvoedingssituatie bij de vader.
5 De beoordeling
In artikel 1:265g van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, kort gezegd, dat de kinderrechter de hiervoor genoemde zorg- en contactregeling kan wijzigen, als de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting staat naar het oordeel van de kinderrechter voldoende vast dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. De in het kader van het ouderschapsplan overeengekomen zorg- en contactregeling lijkt in de basis redelijk te verlopen. Er doen zich echter de nodige incidenten voor. Met enige regelmaat bestaat er discussie tussen de ouders over het afwijken van de afspraken over de zorg- en contactregeling. Daarnaast is er sprake van een onduidelijke woonsituatie van de vader waarop ook tijdens de zitting geen concreet zicht is gekomen. Dit maakt dat er tijdens de contacten van de kinderen met de vader geen helderheid is over de omstandigheden van de kinderen en of hun veiligheid gewaarborgd kan worden. Dit alles geeft onrust en onduidelijkheid voor de kinderen en dat is niet in hun belang. Daarbij benadrukt de kinderrechter dat dit los staat van de band tussen de vader en de kinderen en de vraag of de kinderen graag bij de vader zijn. De kinderrechter ziet daarom de noodzaak om de regie over de zorg- en contactregeling bij de GI te leggen. Daarbij gaat de kinderrechter ervan uit dat in deze het maken van duidelijke afspraken voorop staat, via de GI dan wel via de in het kader van de ondertoezichtstelling in te zetten hulpverlening vanuit de GezinsManager. Met name doelt de kinderrechter op het kunnen ingrijpen bij acute onveiligheid en aanpassing van de zorg- en contactregeling op het moment dat er geen overnachtingen bij de vader mogelijk zouden blijken te zijn. Wanneer deze afspraken in samenspraak met de ouders gemaakt zijn is het aan de ouders om zich daaraan te houden. Verder is het van belang dat de vader openheid geeft over zijn woonsituatie en dat hij in gesprek blijft met de GI. Wanneer de vader de samenwerking met de GI en de moeder aangaat kan er rust ontstaan; voor de vader zelf, voor de kinderen en in de verstandhouding tussen de ouders. Als er duidelijke afspraken zijn waar de ouders zich aan houden en deze goed verlopen, kunnen de kinderen onbelast contact hebben met beide ouders, kan er voldoende zicht zijn op de veiligheid en kan de regie vanuit de GI beperkt blijven.
Met inachtneming van het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en belast de GI met de regie over de zorg- en contactregeling voor de duur van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven door mr. Tempel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.