Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8305Zaaknummer C/02/439791 / FA RK 25-4706

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
C/02/439791 / FA RK 25-4706
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

herstelbeschikking

De rechtbank:

verbetert de beschikking van deze rechtbank van 13 juli 2026 (met bovenvermelde zaakgegevens), in die zin dat de volgende tekst in die beschikking onder 5.1 van het dictum wordt opgenomen:

“bepaalt dat de daarbij vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019 met terugwerkende kracht over de periode van 9 maart 2023 tot 1 januari 2025 wordt vastgesteld op € 25,00 (vijfentwintig euro), over de periode 1 januari 2025 tot 1 mei 2026 wordt vastgesteld op € 78,50 (achtenzeventig euro en vijftig eurocent) en vanaf 1 mei 2026 wordt vastgesteld op € 87,55 (zevenentachtig euro en vijfenvijftig eurocent) per maand, voor de toekomst bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw;”

Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Broek, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Grit-de Wit, griffier op 29 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/02/439791 / FA RK 25-4706

Datum uitspraak: 29 juli 2026

Beschikking herstel

in de zaak van

[de man],

hierna te noemen de man,

wonend in [woonplaats 1],

advocaat mr. P.F.M. Gulickx uit Breda,

en

[de vrouw],

hierna te noemen de vrouw,

wonend in [woonplaats 2],

advocaat mr. A. Koop-van Vliet uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft naar aanleiding van een brief van mr. Gulickx van 13 juli 2026 geconstateerd dat de beschikking van deze rechtbank van 13 juli 2026 kennelijke schrijffouten bevat. De rechtbank is van plan de kennelijke fouten in de beschikking te verbeteren.

1.2.

De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld op het voornemen tot verbetering van de kennelijke fouten te reageren.

De man heeft bij bericht van 20 juli 2026 en de vrouw heeft bij bericht van 27 juli 2026 laten weten in te stemmen met het verzoek.

1.3.

Een zitting heeft niet plaatsgevonden.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank kan op verzoek van een partij of ambtshalve een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in de beschikking verbeteren. Van een kennelijke fout is sprake als voor partijen en anderen direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is. Verder moet het gaan om een fout die eenvoudig te herstellen is.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval sprake is van kennelijke fouten die eenvoudig te herstellen zijn. In de eerdere beschikking staat namelijk onder 5.1 van het dictum ‘9 maart 2025’ waar had moeten staan ‘9 maart 2023’ en zijn verder de bedragen

€ 78,50 en € 87,55 tussen de haakjes niet goed uitgeschreven. De rechtbank verbetert de eerdere beschikking als hierna weergegeven.

2.3.

De verbetering wordt onder vermelding van de datum van de herstelbeschikking vermeld op de minuut van de oorspronkelijke beschikking.[_b7fe3345-31cf-4b6b-a42d-a8ab7fb02289]

2.4.

Een eerder verstrekt afschrift van de beschikking opgemaakt in executoriale vorm (de zogenaamde grosse) verliest als gevolg van de verbetering haar kracht. Daarom verzoekt de rechtbank de eventueel ontvangen grosse terug te sturen.[_be0eec74-56ed-4154-bcbc-6a65cda5de2c]

3 De beslissing

De rechtbank:

verbetert de beschikking van deze rechtbank van 13 juli 2026 (met bovenvermelde zaakgegevens), in die zin dat de volgende tekst in die beschikking onder 5.1 van het dictum wordt opgenomen:

“bepaalt dat de daarbij vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019 met terugwerkende kracht over de periode van 9 maart 2023 tot 1 januari 2025 wordt vastgesteld op € 25,00 (vijfentwintig euro), over de periode 1 januari 2025 tot 1 mei 2026 wordt vastgesteld op € 78,50 (achtenzeventig euro en vijftig eurocent) en vanaf 1 mei 2026 wordt vastgesteld op € 87,55 (zevenentachtig euro en vijfenvijftig eurocent) per maand, voor de toekomst bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw;”

Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Broek, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Grit-de Wit, griffier op 29 juli 2026.

Voetnoten

  1. Art. 31 lid 2 Rv.
  2. Art. 31 lid 3 Rv.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.