Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:8116Zaaknummer BRE 26/3402 OVERLO VV

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 augustus 2026
Zaaknummer
BRE 26/3402 OVERLO VV
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afgewezen. Spoedeisend belang niet toegelicht.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 14 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/3402

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal (college), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).

1.1.

Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 29 juni 2026 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en zij heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

Op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.1.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.

2.2.

In het verzoekschrift stelt verzoekster dat de documenten noodzakelijk zijn voor lopende procedures over de onderwijspositie van haar dochter. De griffier heeft verzoekster bij brief van 30 juni 2026 gevraagd om binnen een week het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening nader toe te lichten. Daarbij is onder meer verzocht om aan te geven welke gerechtelijke procedures er momenteel lopen waarvoor verzoekster de informatie nodig heeft die zij bij het college heeft opgevraagd.

2.3.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster niet op de brief van 30 juni 2026 heeft gereageerd. Daardoor is de voorzieningenrechter niet duidelijk geworden waarom verzoekster de uitkomst van de bezwaarprocedure niet zou kunnen afwachten. Dat blijkt ook niet uit het verzoekschrift of het bezwaarschrift.

Conclusie en gevolgen

3. Omdat niet is gebleken van een spoedeisend belang, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

3.1.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 14 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.