Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8100Zaaknummer C/02/447067 / FA RK 26-1875
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 21 juli 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/447067 / FA RK 26-1875
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vervangende toestemming verhuizing met kind en vervangende toestemming inschrijving op een school (beide verzoeken toegewezen)
De rechtbank
verleent toestemming aan de vrouw – die de toestemming van de man vervangt – voor een verhuizing met de minderjarige [minderjarige], geboren te [woonplaats 2] op [geboortedag] 2020, naar de [adres 2] in [plaats 1];
verleent toestemming aan de vrouw – die de toestemming van de man vervangt – voor de inschrijving van de minderjarige [minderjarige], geboren te [woonplaats 2] op [geboortedag] 2020, op de [basisschool] te [plaats 1];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026, in aanwezigheid van Weterings, als griffier en schriftelijk uitgewerkt op 24 juli 2026.
| Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. |
verzonden op:
[_a894ee56-5977-4d85-b666-7a7fa208dcc8]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/447067 / FA RK 26-1875
datum uitspraak: 21 juli 2026
beschikking betreffende vervangende toestemming
in de zaak van
[de vrouw], hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1],
advocaat: mr. S. van Reeven-Özer te Waalwijk,
tegen
[de man], hierna te noemen: de man,
volgens de basisregistratie voor personen ingeschreven op het adres:
[adres 1]
te [woonplaats 2].
Sinds 30 oktober 2025 is dit adres in onderzoek.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1 Het procesverloop
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 8 april 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;
- de brief van de griffier van de rechtbank van 29 juni 2026 aan de man;
- de oproeping van de griffier van deze rechtbank van de man in de Staatscourant.
De zaak is behandeld op de zitting, achter gesloten deuren, van 21 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Tevens was aanwezig een medewerker namens de Raad.
Alhoewel correct opgeroepen is de man niet verschenen.
2 De feiten
Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie is geboren:
- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2020.
De man heeft [minderjarige] erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
3 De verzoeken
De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
I. De vrouw vervangende toestemming te verlenen om samen met [minderjarige] te verhuizen naar [plaats 1].
II. De vrouw vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] in te schrijven op [basisschool] te [plaats 1].
III. Als zorgregeling tussen de man en [minderjarige] zal gelden een regeling nader door de vrouw te formuleren in het verdere verloop van de procedure.
IV. Althans een zodanige beslissing te nemen die de rechtbank in goede justitie oordelend redelijk en juist acht.
4 De standpunten
De vrouw en haar advocaat hebben ter zitting het adres van de voorgenomen verhuizing nader gespecificeerd, te weten [adres 2] in [plaats 1]. Verder is aangegeven dat de man niet reageert op de verzoeken van de vrouw over haar voornemen om te verhuizen en de inschrijving van [minderjarige] op de genoemde school in [plaats 1]. Volgens de vrouw is de man het niet eens met een verhuizing, omdat [minderjarige] in de omgeving [woonplaats 1] en [woonplaats 2] is opgegroeid en daar dus ook moet blijven wonen. De vrouw wil echter een nieuw leven opbouwen met haar nieuwe partner in [plaats 1]. De vrouw is zwanger van haar nieuwe partner en zij is in september 2026 uitgerekend. [minderjarige] en de man hebben onregelmatig contact met elkaar. De man neemt contact op met de vrouw en vraagt dan om contact te hebben met [minderjarige]. Daarnaast vinden er ook belcontactmomenten plaats. Soms zijn de contacten wekelijks maar er zijn ook periodes waarin er helemaal geen contact is. De vrouw stimuleert het contact, want [minderjarige] vindt het fijn om zijn vader te zien. Hij komt ook altijd vrolijk terug wanneer hij contact met zijn vader heeft gehad. Ook wanneer de vrouw in [plaats 1] gaat wonen, zal zij het contact tussen de man en [minderjarige] blijven stimuleren en faciliteren. Het is echter lastig om te bepalen wat voor regeling passend is, omdat er nooit een gestructureerde regeling heeft gelopen. Verder geeft de vrouw aan dat zij de man informeert over [minderjarige], bijvoorbeeld over de voortgang op school.
Namens de Raad is ter zitting aangeven de verzoeken van de vrouw voor wat betreft de verhuizing en de inschrijving op de basisschool in [plaats 1] te ondersteunen. Voor wat betreft het vaststellen van een contactregeling ziet de Raad echter risico’s. De man heeft gedetineerd gezeten en dat zou mogelijk te maken hebben met drugs. Dat maakt dat het mogelijk is dat de man zich in het criminele circuit bevindt en dat is een risico voor [minderjarige]. Daarnaast blijkt dat de man op dit moment geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en dat is problematisch voor wat betreft het vaststellen van een contactregeling.
5 De beoordeling
Bevoegdheid
De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen aangezien de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Op dezelfde grond is op de gezagsvoorziening Nederlands recht van toepassing.
Wettelijk kader
De rechtbank overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De Hoge Raad heeft in het arrest van 25 april 2008, LJN: BC5901 geoordeeld dat vooropgesteld dient te worden, dat uit de omstandigheid dat in artikel 1:253a BW is bepaald dat de rechtbank een zodanige beslissing neemt als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt, niet mag worden afgeleid, dat het belang van het kind bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen. De rechter zal bij zijn beslissing over dergelijke geschillen alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen, wat er in voorkomend geval ook toe kan leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind, hoezeer ook dat belang een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen.
De rechtbank stelt voorop dat de vrouw het recht heeft haar verblijfplaats te kiezen en een nieuw leven op te bouwen. Sinds de beëindiging (2023) van de relatie van partijen woont [minderjarige] bij de vrouw. Sinds twee jaar heeft de vrouw een nieuwe relatie met de heer [persoon]. De vrouw is zwanger van de heer [persoon] en zij is uitgerekend in september 2026. Geconstateerd wordt dat er sprake is van een bestendige relatie tussen de vrouw en de heer [persoon]. De nieuwe partner van de vrouw komt uit [plaats 2] en hij heeft ook een zoon die daar woont. De nieuwe partner van de vrouw wil binnenkort uitvoering gaan geven aan een regeling van co-ouderschap, zodat het van belang is dat de nieuwe partner van de vrouw in de omgeving van [plaats 2] blijft wonen. In de zoektocht naar een woonruimte heeft zich de mogelijkheid van woningruil (driehoeksruil) voorgedaan. Er zal sprake zijn van een woningruil tussen woningen die zich bevinden in [plaats 3], [plaats 1] en [woonplaats 1]. Verder blijkt dat [minderjarige] 5 jaar is en dus nog niet lang op de basisschool zit. Het is doorgaans zo dat een kind dat nog niet zo lang op school zit, gemakkelijker omgaat met een verhuizing naar een andere woonplaats, dan een kind die al jarenlang op dezelfde school zit met dezelfde vriendjes en vriendinnetjes. Ook blijkt dat er sinds het uiteengaan van partijen nooit een gestructureerde zorgregeling tussen de man en [minderjarige] heeft gelopen. De vrouw werkt wel steeds mee aan het realiseren van contact tussen de man en [minderjarige] en zij stelt dat zij dat ook zal blijven doen als zij in [plaats 1] woont.
De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het in het belang is van [minderjarige] dat de vrouw met hem gaat verhuizen naar [plaats 1]. Het (onweersproken) verzoek van de vrouw voor vervangende toestemming om te verhuizen met [minderjarige] zal daarom worden toegewezen.
De rechtbank is tevens van oordeel dat het, door de verhuizing, in het belang is van [minderjarige] dat hij in de regio waar hij naartoe gaat verhuizen ook daar naar school zal gaan. Het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming om [minderjarige] in te schrijven op de school in [plaats 1] zal daarom worden toegewezen.
Het verzoek van de vrouw om een contactregeling tussen de man en [minderjarige] te bepalen wijst de rechtbank af. Doordat de man niet op de zitting is verschenen is het onduidelijk welke regeling voor hem passend, haalbaar en uitvoerbaar is. Het is naar het oordeel van de rechtbank wel in het belang dat de man en [minderjarige] (regelmatig) contact blijven hebben. De vrouw geeft daarover aan dat zij het contact tussen de man en [minderjarige] zal blijven stimuleren en faciliteren en de rechtbank heeft geen gegronde redenen om daaraan te twijfelen.
De toegewezen beslissingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de beslissingen meteen gelden, ook wanneer daar hoger beroep tegen wordt ingesteld.
Omdat partijen een relatie met elkaar hebben gehad, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij haar eigen kosten moet dragen.
6 De beslissing
De rechtbank
verleent toestemming aan de vrouw – die de toestemming van de man vervangt – voor een verhuizing met de minderjarige [minderjarige], geboren te [woonplaats 2] op [geboortedag] 2020, naar de [adres 2] in [plaats 1];
verleent toestemming aan de vrouw – die de toestemming van de man vervangt – voor de inschrijving van de minderjarige [minderjarige], geboren te [woonplaats 2] op [geboortedag] 2020, op de [basisschool] te [plaats 1];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Van de Kraats, kinderrechter en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026, in aanwezigheid van Weterings, als griffier en schriftelijk uitgewerkt op 24 juli 2026.
| Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. |
verzonden op:
[_a894ee56-5977-4d85-b666-7a7fa208dcc8]
Voetnoten
- In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.