Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8085Zaaknummer C/02/449295 / JE RK 26-1044
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/449295 / JE RK 26-1044
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van 7 augustus 2026 tot 7 augustus 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. Van Triest, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 29 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449295 / JE RK 26-1044
Datum uitspraak: 23 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Tilburg,
hierna te noemen GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2015 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 2],
[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2018 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 3].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats],
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 juni 2026;
- het verweerschrift van de vader met bijlagen ontvangen op 12 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door een tolk in de Arabische taal;
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met een kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan haar collega hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 3].
[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd met ingang van 7 augustus 2025 tot 7 augustus 2026.
3 Het verzoek en de onderbouwing daarvan
GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI heeft ter onderbouwing van haar verzoek, samengevat, onder meer het volgende aangegeven.
Naar de mening van de GI is het tot nu toe onvoldoende gelukt om binnen de ondertoezichtstelling verandering in de situatie van de kinderen te bewerkstelligen. Zij worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. De doelen die zijn opgesteld zijn nog niet behaald.
Bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is sprake van traumaklachten. Naar aanleiding van het advies dat is geschreven na afname van het NICHD-protocol bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2], heeft de GI hen aangemeld bij [hulpverlening]. In april 2026 is bij [hulpverlening] de hulpverlening voor [minderjarige 2] opgestart waarna per juni 2026 ook de hulpverlening voor [minderjarige 1] is opgestart. [hulpverlening] beschrijft aan de GI dat [minderjarige 2] nachtmerries, verdriet, spanning en duidelijke triggers ervaart wanneer over de vader of eerdere gebeurtenissen wordt gesproken. Ook ervaart zij stress rondom de blijvende invloed van de vader, bijvoorbeeld wanneer zijn toestemming nodig is bij een gezagsbeslissing. Haar klachten passen bij een trauma-gerelateerd klachtenbeeld, waarbij angst, vermijding en gevoelens van onveiligheid centraal staan, Daarnaast beschrijft [hulpverlening] aan de GI dat [minderjarige 1] herbelevingen in de vorm van nachtmerries en nare herinneringen ervaart, voortdurend alert is op gevaar, haar omgeving continu scant en situaties buitenshuis vermijdt uit angst de vader tegen te komen. Beide kinderen hebben de voortgezette traumabehandeling bij [hulpverlening] nodig met het doel om hun angstgevoelens af te doen nemen. [hulpverlening] levert hierbij maatwerk; de behandeling heeft dus niet een standaardlengte. Vanwege het vroege stadium van de behandeling kan de GI nog niet voorspellen hoelang de behandeling zal duren en wat het resultaat van de behandeling zal zijn.
Bij [minderjarige 3] is ook sprake van angstgevoelens. De GI vindt het van groot belang om haar nauwkeurig te blijven volgen in haar ontwikkeling, aangezien er nu nog onvoldoende zicht op waar deze angstgevoelens bij [minderjarige 3] vandaan komen en of er hiervoor hulpverlening nodig is. De GI ziet de kinderen ook als een geheel en vindt het door de kinderen gedeelde ervaren angst noodzakelijk om de ondertoezichtstelling voor alle drie de kinderen te continueren.
De GI verwacht daarbij dat de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen fors toe zal nemen wanneer de ondertoezichtstelling zou stoppen, aangezien de GI zorgen heeft dat de noodzakelijk geachte hulpverlening voor de kinderen geen doorgang zal vinden in het vrijwillige kader. De vader heeft een andere visie op de situatie en is van mening dat de kinderen niet de waarheid vertellen. Hij blijft strijden om de waarheid boven tafel te krijgen. Door zijn houding heeft de GI zorgen dat in ieder geval de traumabehandelingen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geen doorgang zullen vinden in het vrijwillige kader.
Verder nemen de zorgen van de GI over de mogelijkheden van de ouders om samen het gezag uit te oefenen, toe. De GI ziet namelijk geen mogelijkheden meer om de communicatie tussen de ouders te verbeteren. Invulling blijven geven aan het gezamenlijk gezag zal nog wel een gecontinueerd doel blijven. De vader wordt een keer per maand op de hoogte gebracht over de ontwikkeling van de kinderen. Hij heeft ook de ruimte om daarover aanvullende vragen te stellen aan de moeder. Hij maakt daar echter geen gebruik van.
Gelet op het voorgaande is de GI van mening dat de verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen voor een duur van twaalf maanden noodzakelijk is.
4 De standpunten
De moeder stemt in met de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder is angstig voor de vader en vreest dat hij de behandeling van de kinderen zal tegenwerken als er geen ondertoezichtstelling meer zal zijn. Zij geeft aan dat hij in het verleden de stekker uit behandelingen heeft getrokken en zij verwacht dat hij dat dan weer zal doen. Voor de continuïteit van de behandeling van de kinderen vindt de moeder verlenging van de ondertoezichtstelling dan ook noodzakelijk. Verder geeft de moeder aan dat zij binnenkort ook een traumabehandeling bij [hulpverlening] zal gaan volgen.
De vader verzet zich tegen de duur van de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling. Hij verzoekt deze in duur te beperken tot drie maanden. Daarbij moet volgens de vader als voorwaarde worden gesteld dat de moeder een behandeling gaat volgen voor haar trauma’s en angsten, zodat zij haar trauma’s en angsten niet langer op de kinderen projecteert. Hierdoor zal de emotionele druk op de kinderen stoppen. De vader is van mening dat hij alles gedaan heeft om de doelen van de ondertoezichtstelling te behalen. De vader stelt daarnaast dat de GI niet onpartijdig is en niet over de vaardigheden beschikt om de ondertoezichtstelling op de juiste wijze uit te voeren. De vader heeft een klacht ingediend tegen de GI, maar heeft deze ingetrokken omwille van het welzijn van de kinderen.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben, samengevat, in hun gesprek met de kinderrechter onder meer het volgende aangegeven. Zij hebben en willen geen contact hebben met hun vader. Met de jeugdbeschermer van de GI hebben zij een goede band. Zij willen graag dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd.
5. De beoordeling
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255, eerste lid BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste twaalf maanden.
Op grond van artikel 1:255, eerste lid BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt gedreigd, en:
- de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
- de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid BW, in staat zijn te dragen.
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, overweegt de kinderrechter dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn behaald. De kinderen worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Zij zitten enorm klem tussen hun ouders, waarbij zij hun vader blijven afwijzen. Hiermee wijzen zij ook een deel van zichzelf af en dat wringt. Zij zijn getraumatiseerd en voelen veel angst voor de vader. Er is geen enkele ruimte op dit moment voor contactherstel. Daarnaast is gebleken dat verbetering van de onderlinge communicatie tussen de ouders niet mogelijk is. Het is dan ook maar de vraag in hoeverre zij nog in staat zijn om gezamenlijk het gezag over de kinderen uit te oefenen. De ouders zitten muurvast in hun eigen standpunt en het bereiken van enige soepelheid of begrip voor elkaar zal tijd kosten. Vooral de vader bijt zich heel erg vast in zijn eigen standpunt, hij blijft erop hameren dat de kinderen niet de waarheid vertellen en hij diskwalificeert de moeder. Het is allemaal haar schuld. Hij zal echter een aantal stappen terug moeten doen ter wille van rust voor de kinderen. Pas als er rust is zullen de kinderen (en de moeder) kunnen profiteren van de traumabehandeling. De kinderrechter blijft echter hoopvol. Zij hoopt dat de behandelingen van de kinderen en de moeder bij [hulpverlening] positieve resultaten zullen geven, zodat er weer ruimte ontstaat, niet alleen voor een vorm van contact met de vader maar ook voor de uitoefening van het gezamenlijk gezag.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling verlengen omdat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen in het vrijwillige kader, omdat de ouders niet met elkaar communiceren en overleggen. Het valt bovendien te verwachten dat de traumabehandeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de vader stopgezet zal worden. Hij vindt immers dat de kinderen niet de waarheid vertellen.
Gezien de complexiteit van voormelde zorgen en met het oog op de lopende traumabehandelingen bij [hulpverlening], zal de kinderrechter het verzoek toewijzen voor de verzochte duur van twaalf maanden. Dit betekent dat de ondertoezichtstelling zal worden verlengd tot 7 augustus 2027.
De kinderrechter zal de beslissing, gelet op het karakter daarvan en het belang dat hierover duidelijkheid bestaat, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dit betekent dat de beslissing per direct van kracht is en dat eventueel hoger beroep de beslissing niet schorst. Het is in het belang van de kinderen dat de GI betrokken blijft.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van 7 augustus 2026 tot 7 augustus 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 door mr. Van Triest, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 29 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.