Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7830Zaaknummer C/02/449175 / JE RK 26-1023
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 juli 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/02/449175 / JE RK 26-1023
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoeken GI tot verlenging ots en muhp ivm GBM
6 De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek van de GI af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026 in aanwezigheid van Bakker-Maljers, griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449175 / JE RK 26-1023
Datum uitspraak: 24 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. N. Wouters te Middelburg.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 juni 2026.
Het verzoek van de GI is op 1 juli 2026 gelijktijdig met het verzoek van de Raad tot beëindiging van het gezag van de moeder (C/02/447112 / FA RK 26-1899) mondeling behandeld. Daarbij waren aanwezig:
- namens de moeder mr. Wouters;
- een vertegenwoordigster van de GI;
- een vertegenwoordigster van de Raad.
De moeder is niet naar de zitting gekomen. De vader, de heer [persoon], is als informant uitgenodigd voor de zitting, maar is ook niet gekomen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om haar mening over het verzoek kenbaar te maken. Zij heeft hier geen gebruik van gemaakt.
Ten aanzien van het verzoek van de Raad is bij separate beschikking beslist.
2 De feiten
De vader en de moeder hebben een relatie met elkaar gehad. Uit deze relatie is op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] [minderjarige] geboren.
De vader heeft [minderjarige] erkend.
Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 februari 2013 zijn
de ouders gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige].
Bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 16 maart 2016 is de
moeder belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige].
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 augustus 2024
[minderjarige] onder toezicht gesteld tot 6 augustus 2025. Ook is een machtiging tot
uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder, te weten de vader, uitgesproken met ingang
van 6 augustus 2024 en tot 6 februari 2025.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 januari 2025 de
machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder zonder gezag, te weten de
vader, verlengd met ingang van 6 februari 2025 en tot 6 augustus 2025.
Bij beschikking van 5 augustus 2025 is de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verlengd tot 6 augustus 2026.
Bij beschikking van 3 oktober 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg verleend, met ingang van 3 oktober 2025 tot 6 augustus 2026.
[minderjarige] verblijft op basis van deze beschikking bij haar tante en oom moederszijde.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Tot slot verzoekt de GI de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De GI handhaaft haar verzoek zoals dat is gedaan. Zolang de moeder belast is met het gezag over [minderjarige] blijft de sturing en begeleiding vanuit de GI noodzakelijk.
Namens de moeder heeft mr. Wouters verklaard dat de moeder instemt met het verzoek van de GI. Indien het de rechtbank niet lukt om voor afloop van de huidige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] te beslissen op het verzoek van de Raad ten aanzien van het gezag van de moeder, dienen deze maatregelen te worden verlengd.
De Raad kan zich erin vinden dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor een korte duur verlengd worden indien de rechtbank niet voor afloop van deze maatregelen heeft beslist op het verzoek ten aanzien van het gezag van de moeder.
5 De beoordeling
De kinderrechter overweegt als volgt.
Ter zitting van 1 juli 2026 is het verzoek van de GI gelijktijdig met het verzoek van de Raad tot beëindiging van het gezag van de moeder behandeld. De rechtbank heeft op het verzoek van de Raad bij separate beschikking van 24 juli 2026 beslist, in die zin dat het verzoek van de Raad is toegewezen en het gezag van de moeder is beëindigd. Daarbij is de GI benoemd tot voogdes over [minderjarige].
Gezien het feit dat de GI door deze beslissing de voogdij over [minderjarige] draagt, heeft zij geen belang meer bij haar verzoek om de bestaande kinderbeschermingsmaatregelen te verlengen en komt de kinderrechter niet meer toe aan een inhoudelijke beoordeling hiervan. Dit betekent dat het verzoek van de GI zal worden afgewezen.
6 De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek van de GI af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2026 in aanwezigheid van Bakker-Maljers, griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.