Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7731Zaaknummer C/02/439702 / JE RK 25-1651
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 15 juli 2026
- Publicatiedatum
- 25 september 2026
- Zaaknummer
- C/02/439702 / JE RK 25-1651
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Resterende verzoeken verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. De GI heeft de verzoeken ingetrokken.
4 De beslissing
De kinderrechter:
wijst de resterende delen van de verzoeken van de GI af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Toekoen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummers: C/02/439702 / JE RK 25-1651
C/02/439787 / JE RK 25-1663
Datum uitspraak: 15 juli 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 1],
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2013 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres in dit arrondissement,
advocaat mr. M.W.F. van Wijk uit Helmond.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats].
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 24 november 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief van de GI van 23 maart 2026 met bijlagen;
- de op 26 juni 2026 ontvangen brief van de Raad.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- mr. Van Wijk, de advocaat van de vader;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
De vader in persoon en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
Na de zitting heeft de kinderrechter een kindgesprek gehad met [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
De behandeling van deze verzoeken heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de nieuwe verzoeken van de GI tot verlenging van de in 2.1. genoemde beschermingsmaatregelen (C/02/449755 / JE RK 26-11131 en C/02/449756 / JE RK 26-1132), het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling (C/02/438064 / JE RK 25-1396), het verzoek van de GI tot wijziging van de zorgregeling van de vader met [minderjarige 1] (C/02/443040 / JE RK 25-2242) en twee verzoeken van de GI om een schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen (C/02/440923 / JE RK 25-1871 en C/02/442105 / JE RK 25-2053). In de andere zaken is bij aparte beschikkingen van heden een beslissing gegeven.
2 Het procesverloop en de resterende verzoeken
Bij beschikking van 24 november 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van [minderjarige 1] en voor verblijf in een gezinsgerichte voorziening van [minderjarige 2] verlengd tot 4 augustus 2026, onder aanhouding van de resterende delen van de verzoeken.
Aan de orde is nog het resterende verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de periode van 4 augustus 2026 tot 25 november 2026.
3 De beoordeling
De GI heeft ter zitting gewezen op haar nieuwe verzoeken onder de zaaknummers C/02/449755 / JE RK 26-1131 en C/02/449756 / JE RK 26-1132, waarbij is verzocht om beide maatregelen met een jaar te verlengen. Deze nieuwe verzoeken geven de GI aanleiding om de onderhavige resterende verzoeken in te trekken.
Naar het oordeel van de kinderrechter staat het de GI vrij om een eigen verzoek in te trekken of te handhaven. In deze procedure heeft de GI ervoor gekozen om haar resterende verzoeken in te trekken. Gezien deze intrekking zullen de restverzoeken niet meer worden beoordeeld. De kinderrechter zal die verzoeken daarom afwijzen.
Volledigheidshalve wordt nog overwogen dat de kinderrechter bij beschikking van
heden in de zaken met nummers C/02/449755 / JE RK 26-11131 en C/02/449756 / JE RK 26-1132 de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] heeft verlengd voor de periode van 4 augustus 2026 tot 4 augustus 2027.
4 De beslissing
De kinderrechter:
wijst de resterende delen van de verzoeken van de GI af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Toekoen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.