Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7701Zaaknummer C/02/450295 / JE RK 26-1260

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
25 september 2026
Zaaknummer
C/02/450295 / JE RK 26-1260
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VOTS

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 14 juli 2026 tot 28 juli 2026;

5.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.3.

roept de Raad, de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. Borm op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in Middelburg;

5.4.

bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden opgeroepen voor een apart gesprek met de kinderrechter;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. Borm, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026, in aanwezigheid van drs. Swint als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.[_ba0ce7b0-24e0-4690-bb0b-6d7195dd82b7]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/02/450295 / JE RK 26-1260

Datum uitspraak: 14 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Zeeland-West-Brabant, Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2013 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2015 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2].

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 14 juli 2026.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden en daar op te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter is op grond van het door de Raad ingediende spoedverzoek van oordeel dat het verhoor van de belanghebbenden niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

4.2.

Uit het verzoek blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weg te nemen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen daarom voorlopig onder toezicht worden gesteld (artikel 1:257 Burgerlijk Wetboek).

4.3.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Uit de stukken van de Raad volgt dat bij de Raad op 28 november 2025 een verzoek is binnengekomen van het Gerechtshof ’s Hertogenbosch om onderzoek te doen naar de verdeling van de zorg – en opvoedtaken van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hun oudere broer. De Raad heeft op 6 maart 2026 besloten het onderzoek uit te breiden naar een kinderbeschermingsonderzoek. Uit het lopende onderzoek van de Raad blijkt dat er al geruime tijd sprake is van een ernstig conflict tussen ouders, waardoor de kinderen langdurig zijn blootgesteld aan spanningen. Sinds 2017 zijn er meerdere gezags- en omgangsprocedures en onderzoeken naar kinderbeschermingsmaatregelen uitgevoerd. Ondanks langdurige betrokkenheid van Jeugdbescherming Brabant en andere hulpverleningsinstanties is geen structurele verbetering opgetreden. Uit de informatie van de Raad blijkt verder dat de Raad op 10 juli 2026 bericht heeft gekregen van het Crisis Interventie Team (hierna: CIT), omdat het CIT betrokken is bij de vermissing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De kinderen hadden die dag na schooltijd samen bij de moeder thuis moeten komen, maar zijn niet verschenen. Hierop heeft de moeder de kinderen als vermist opgegeven bij de politie en het vermoeden geuit dat vader de kinderen heeft meegenomen. De politie heeft de vader hierop bevraagd, maar hij gaf aan van niets te weten. Omdat de grootouders vaderszijde een vakantiewoning in Frankrijk zouden hebben, heeft de politie de auto van de grootouders vaderszijde laten signaleren, waarna zij hen hebben gevolgd. De kinderen bleken inderdaad bij de grootouders vaderzijde te verblijven, waarop zij door de Belgische autoriteiten zijn aangehouden op verdenking van ontvoering. De kinderen zijn vervolgens door de Belgische politie aan de grens met Nederland overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten waarop de moeder de kinderen heeft kunnen ophalen op het politiebureau in Bergen op Zoom. De volgende dag heeft de vader – enkele uren na dit ingrijpende incident voor de kinderen – aan de deur bij de moeder gestaan om de kinderen mee te nemen volgens de voorlopig vastgestelde zorg- en contactregeling. Om de fysieke en emotionele veiligheid van de kinderen bij de moeder te borgen, is een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk. Bovenstaande incidenten hebben ervoor gezorgd dat de kinderen (opnieuw) ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt waar op dit moment geen enkele opvolging voor is in de vorm van hulpverlening. Hiernaast zijn er geen vaste afspraken met de politie en zijn er zorgen dat de vader de kinderen opnieuw zal meenemen naar het buitenland wanneer de kinderen bij hem zijn. Er loopt onderzoek naar de grootouders, waarbij ook naar de rol van vader wordt gekeken. Binnen het onderzoek van de Raad zijn volgens de Raad verder door de vader diverse keren forse uitspraken gedaan over onder andere het ongevraagd meenemen van de kinderen naar het buitenland en het ombrengen van moeder. De kinderrechter acht de situatie zeer zorgelijk.

4.4.

Om bovenstaande redenen zal de kinderrechter het verzoek voor twee weken toewijzen, onder aanhouding van het restant.

4.5.

De Raad, de vader en de GI worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde mondelinge behandeling.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 14 juli 2026 tot 28 juli 2026;

5.2.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.3.

roept de Raad, de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. Borm op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in Middelburg;

5.4.

bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden opgeroepen voor een apart gesprek met de kinderrechter;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. Borm, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026, in aanwezigheid van drs. Swint als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.[_ba0ce7b0-24e0-4690-bb0b-6d7195dd82b7]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.