Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7451Zaaknummer C/02/449497 / KG ZA 26-342

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
18 september 2026
Zaaknummer
C/02/449497 / KG ZA 26-342
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Kort geding, Rekestprocedure, Verstek
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis in kort geding over vervangende toestemming vakantie

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verleent verstek tegen de man;

5.2.

verleent toestemming aan de vrouw, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man, om samen met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de periode van 3 augustus 2026 tot en met 14 augustus 2026 naar Griekenland te gaan en daar te verblijven voor vakantie;

5.3.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Van Leuven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. Wallerbos als griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De vorderingen en de onderbouwing daarvan
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaakgegevens: C/02/449497 / KG ZA 26-342

Datum uitspraak: 10 juli 2026

Vonnis in kort geding over vervangende toestemming vakantie

in de zaak van

[de vrouw],

hierna te noemen: de vrouw,

wonende in [woonplaats],

eiseres,

advocaat: mr. P.B.J. Dekker uit [woonplaats],

tegen

[de man],

hierna te noemen: de man,

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op een briefadres in de gemeente [geboorteplaats],

gedaagde,

zonder advocaat,

over hun minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 1],

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2016 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige 2].

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, de voorzieningenrechter over de vorderingen geadviseerd.

1 De procedure

1.1.

In het procesdossier zit de op 29 juni 2026 betekende dagvaarding, met producties 1 t/m 17.

1.2.

Op 7 juli 2026 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen, met gesloten deuren, ter zitting behandeld. Bij die zitting zijn verschenen en gehoord:

  • de vrouw, bijgestaan door mr. Dekker;
  • een vertegenwoordigster namens de Raad.
1.3.

De man is niet in de procedure verschenen.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen en hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw.

2.3.

Tussen partijen is bij deze rechtbank een bodemprocedure aanhangig over wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag naar eenhoofdig ouderlijk gezag, wijziging van de verdeling van de zorg- op opvoedingstaken en wijziging kinderalimentatie (onder het zaaknummer C/02/428903 / FA RK 24-5395). De zitting in deze zaak is door de rechtbank bepaald op 1 september 2026.

3 De vorderingen en de onderbouwing daarvan

3.1.

De vrouw vordert bij vonnis in kort geding, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • aan de man (naar de voorzieningenrechter begrijpt: aan de vrouw) vervangende toestemming te verlenen voor de vakantie(reis) naar Griekenland samen met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 3 augustus 2026 tot en met 14 augustus 2026;
  • de man te veroordelen in de kosten van deze procedure (waaronder de nakosten en de kosten van betekening), met toepassing van de wettelijke rente.
3.2.

Namens en door de vrouw is ter onderbouwing van haar vorderingen, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. De vrouw is voornemens om samen met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in voormelde periode op vakantie te gaan naar Griekenland. De vrouw heeft een afschrift van de boekingsbevestiging overgelegd waaruit dit blijkt. Aangezien partijen gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag, heeft de vrouw hiervoor de toestemming van de man nodig (en een door hem ondertekend toestemmingsformulier). De vrouw kan de man echter niet bereiken. De vrouw weet niet waar de man feitelijk woont of verblijft, en zij weet niet hoe zij hem kan bereiken. De man staat namelijk bij de gemeente ingeschreven op een briefadres. De vrouw heeft geprobeerd om de man te bereiken via het bij haar bekende e-mailadres van de man. De man reageert echter niet op deze berichten. De vrouw heeft als reactie op haar berichten een terugkoppeling ontvangen dat het e-mailaccount van de man niet meer bestaat. De vrouw vordert daarom om haar toestemming te verlenen, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man, om samen met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in voormelde periode op vakantie te gaan naar Griekenland en daar in die periode te verblijven voor vakantie.

3.3.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn onder toezicht gesteld geweest van de gecertificeerde instelling Leger des Heils (de GI). Deze maatregel is inmiddels geëindigd. De vrouw stelt dat de GI in de tussen partijen aanhangige bodemzaak heeft geadviseerd om het gezamenlijk ouderlijk gezag van partijen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te beëindigen en de vrouw met het eenhoofdig ouderlijk gezag over hen belasten. De zitting in deze bodemzaak bij de rechtbank is gepland op 1 september 2026. Aangezien de voorgenomen vakantie(reis) voorafgaand aan die zittingsdatum gepland staat, stelt de vrouw dat zij een spoedeisend belang bij haar vordering tot vervangende toestemming heeft.

3.4.

De vordering tot veroordeling van de man in de kosten en nakosten van deze procedure is ter zitting door en namens de vrouw ingetrokken

4 De beoordeling

4.1.

De man is niet in deze procedure verschenen. Nadat de voorzieningenrechter tijdens de zitting heeft vastgesteld dat ten aanzien van de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, is ter zitting tegen de man verstek verleend.

4.2.

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de zitting staat, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering ter verkrijging van vervangende toestemming vast.

4.3.

De Raad heeft tijdens de zitting, samengevat, aangegeven dat hij instemt met de gevorderde vervangende toestemming.

4.4.

De voorzieningenrechter overweegt, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, als volgt.

4.5.

Nu partijen gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2], heeft de vrouw in beginsel de toestemming van de man nodig om samen met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar het buitenland te gaan en daar te verblijven. In dit geval is de vrouw voornemens om samen met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 3 augustus 2026 tot en met 14 augustus 2026 naar Griekenland te reizen en daar te verblijven voor vakantie. Als onweersproken wordt aangenomen dat de vrouw niet weet waar de man op dit moment woont of feitelijk verblijft, en dat de vrouw niet beschikt over actuele contactgegevens van de man. Hierdoor kan de vrouw de man niet bereiken en kan zij hem niet vragen om zijn toestemming te verlenen voor voormelde vakantie(reis). Nu het de vrouw tot op heden dus niet is gelukt om de man te vragen om zijn toestemming voor de voorgenomen vakantie(reis) te verlenen, kan die toestemming worden verleend door de voorzieningenrechter. Bij de beslissing of vervangende toestemming wordt verleend, staat het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorop.

4.6.

De voorzieningenrechter overweegt dat als uitgangpunt heeft te gelden dat het in het belang van een kind wordt geacht om met (één van) de ouders op vakantie te kunnen gaan. Niet alleen bestaat dan de mogelijkheid van veelvuldig één-op-één-contact tussen de ouder(s) en het kind en kunnen doorgaans meer leuke dingen worden ondernomen dan normaal, maar ook wordt het kind blootgesteld aan veel nieuwe indrukken. De voorzieningenrechter overweegt daarnaast dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vrouw wonen, waardoor de vrouw in beginsel vrij is om de tijd die zij samen doorbrengen naar eigen inzicht in te vullen. Nu [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geen contact hebben met de man, is ook niet gebleken noch gesteld dat de voorgenomen vakantie(reis) de contactregeling tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zou doorkruisen.

4.7.

Nu de man niet is verschenen in deze procedure, hij zich niet heeft verzet tegen de vordering tot vervangende toestemming en de voorgenomen vakantie(reis) in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet worden geacht, zal de voorzieningenrechter de vordering van de vrouw tot vervangende toestemming op onderstaande wijze toewijzen.

4.8.

De voorzieningenrechter zal deze beslissing, gelet op het karakter daarvan, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door de vrouw. Dit betekent dat de vordering per direct van kracht is, ook als de man daartegen in verzet gaat.

4.9.

Nu de vordering tot veroordeling van de man in de kosten en nakosten van deze procedure door en namens de vrouw mondeling ter zitting is ingetrokken, kan deze vordering niet meer worden onderzocht door de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter zal deze vordering daarom afwijzen.

4.10.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verleent verstek tegen de man;

5.2.

verleent toestemming aan de vrouw, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man, om samen met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de periode van 3 augustus 2026 tot en met 14 augustus 2026 naar Griekenland te gaan en daar te verblijven voor vakantie;

5.3.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. Van Leuven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. Wallerbos als griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.