Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:7396Zaaknummer C/02/448265 FA RK 26-2536

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
10 september 2026
Zaaknummer
C/02/448265 FA RK 26-2536
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Benoeming bijzondere curator

De rechtbank

4.1

benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025, mr. M. Hofland, advocaat te [woonplaats 1];

4.2

verzoekt de bijzondere curator binnen vier weken na de datum van deze beschikking schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen;

4.3

houdt de verdere behandeling van het afstammingsverzoek aan tot 4 augustus 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator;

4.4

bepaalt dat de mondelinge behandeling van het afstammingsverzoek en het verzoek tot de provisionele voorziening, met gesloten deuren, zal plaatsvinden op [datum] 2026 om [uur] door mr. Phillips, in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10 te Breda;

4.5

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor de mondelinge behandeling voor de man en zijn advocaat, de moeder, de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming;

4.6

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 doormr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van Block, griffier.

Tegen deze tussenbeslissing staat geen hoger beroep open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 2 Het verzoek
  2. 3 De beoordeling
  3. 4 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/448265 FA RK 26-2536

Datum uitspraak: 8 juli 2026

beschikking betreffende benoeming van een bijzondere curator

in de zaak van

[de man],

hierna te noemen: de man,

wonende te [woonplaats 1],

advocaat: mr. S. Kievit te Breda.

tegen:

[de vrouw],

hierna te noemen: de vrouw,

wonende te [woonplaats 2].

Als belanghebbende ten aanzien van het afstammingsverzoek wordt aangemerkt:

de minderjarige [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025, hierna te noemen: [minderjarige].

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal in de procedure worden gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het procesverloop

1.1 De rechtbank oordeelt op grond van het op 12 mei 2026 ontvangen verzoek met bijlagen.

1.2 Door de man is ook een verzoek tot een provisionele voorziening ingediend met betrekking tot het vaststellen van een omgangsregeling. Dit verzoek is door de rechtbank ingeschreven onder het zaaknummer C/02/448805 FA RK 26-2810. Het verzoek tot de provisionele voorziening hangt nauw samen met deze zaak. Daarom zal de rechtbank de zaken tegelijk mondeling behandelen.

2 Het verzoek

2.1

De man verzoekt onder andere vervangende toestemming voor de erkenning van [minderjarige].

3 De beoordeling

3.1

Omdat deze procedure onder andere betrekking heeft op de afstamming van [minderjarige] moet [minderjarige] op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator. Mr. M. Hofland, advocaat, kantoorhoudende aan de Baronielaan 28, 4818 RA Breda, is bereid als zodanig op te treden. De rechtbank zal haar in die hoedanigheid benoemen.

3.2

De bijzondere curator dient binnen vier weken na heden de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het afstammingsverzoek in te nemen.

3.3

Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Daarbij behoudt de rechtbank zich iedere verdere beslissing voor.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1

benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025, mr. M. Hofland, advocaat te [woonplaats 1];

4.2

verzoekt de bijzondere curator binnen vier weken na de datum van deze beschikking schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen;

4.3

houdt de verdere behandeling van het afstammingsverzoek aan tot 4 augustus 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator;

4.4

bepaalt dat de mondelinge behandeling van het afstammingsverzoek en het verzoek tot de provisionele voorziening, met gesloten deuren, zal plaatsvinden op [datum] 2026 om [uur] door mr. Phillips, in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10 te Breda;

4.5

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor de mondelinge behandeling voor de man en zijn advocaat, de moeder, de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming;

4.6

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 doormr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van Block, griffier.

Tegen deze tussenbeslissing staat geen hoger beroep open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.