Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6801Zaaknummer C/02/424493 FA RK 24-3198
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 juni 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/424493 FA RK 24-3198
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
definitieve vaststelling zorgregeling en kinderalimentatie na overeenstemming, ondanks geslaagd UHA-traject vrijwillige hulpverlening noodzakelijk voor verstoorde oudercommunicatie
De rechtbank
bepaalt dat de man en de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2013,
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019,
- [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019,
- [minderjarige 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2020,
in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar een weekend per veertien dagen, in de oneven weken, van vrijdag 17.15 tot zondag 19.30 uur en daarnaast gedurende de vakanties en feestdagen, zoals hieronder is omschreven:
- de minderjarigen in de zomervakantie jaarlijks wisselend de eerste helft (drie weken aaneengesloten) bij de vrouw verblijven en gedurende de tweede helft (drie weken aaneengesloten) bij de man;
- de minderjarigen het ene jaar gedurende de kerstdagen bij de vrouw zijn en tijdens oud- en nieuwjaar bij de man, eveneens jaarlijks wisselend;
- de minderjarigen op 2e Pasen en 2e Pinksteren bij de ouder verblijven waar ze in het weekend voor deze feestdagen overeenkomstig de zorgregeling verblijven;
- Hemelvaart en de vrijdag na Hemelvaart bij de ouder verblijven waar ze in het weekend na deze (feest)dagen overeenkomstig de zorgregeling verblijven;
- de overige feestdagen verblijven de kinderen bij de ouder waar ze volgens de zorgregeling zijn;
Voor al deze contactmomenten geldt dat de man de kinderen ophaalt bij de vrouw en hen ook weer terugbrengt.
bepaalt dat de man met ingang van 29 mei 2026 ten behoeve van de verzorging en opvoeding van genoemde minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] aan de vrouw moet voldoen een bedrag van € 50,= per kind per maand, vanaf nu voor de eerste van de maand te betalen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, (kinder)rechter en, in tegenwoordigheid van mr. Krocké, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Volledige tekst
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/424493 FA RK 24-3198
23 juni 2026
beschikking betreffende echtscheiding
in de zaak van
[de vrouw],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. F.J.I. van den Branden te Terneuzen,
en
[de man],
volgens BRP wonend in [plaats 1], maar feitelijk verblijvend in [plaats 2], België,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. F.L.I. de Vleesschauwer te Terneuzen.
Ouders van de minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2013,
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019,
- [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019,
- [minderjarige 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2020.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad.
1 Het (verdere) procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- de tussenbeschikking van 21 maart 2025 en alle daarin vermelde stukken;
- de e-mail van 2 mei 2025 van het CJG Etten-Leur/Zundert met als bijlage een rapportage;
- het F-formulier van mr. Van de Branden van 8 juli 2025;
- het F-formulier van mr. Van de Branden van 29 september 2025;
- het F-formulier van De Vleesschauwer van 6 januari 2026;
- de brief van mr. De Vleesschauwer van 29 mei 2026;
- de brief van mr. Van den Branden van 3 juni 2026 met een wijzing verzoek.
1.2 De zaak is verder behandeld op de zitting van 9 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad.
2 De (verdere) beoordeling
Bij voormelde beschikking van 21 maart 2025 heeft de rechtbank:
- de echtscheiding uitgesproken in het huwelijk van partijen;
- bepaalt dat het hoofdverblijf van [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] bij de vrouw is;
- partijen en de minderjarige voor een (jeugd)hulptraject verwezen naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio West-Brabant-West (UHA);
- een voorlopige zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen gedurende een weekend per veertien dagen, in de oneven weken, van vrijdag 17.15 tot zondag 19.30 uur bij de man verblijven alsmede een gedeelte van de vakanties en feestdagen;
- de verzoeken met betrekking tot de zorgregeling en de kinderalimentatie aangehouden.
De beschikking is op 4 april 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
In de op 2 mei 2025 van het CJG Etten-Leur/Zundert ontvangen eindrapportage staat dat partijen een eenmalig gezamenlijk gesprek met de scheidingsexperts hebben gehad, dat het UHA-traject is geslaagd en de doelen zijn behaald. Volgens het rapport zijn ouders in staat om met elkaar te communiceren en afspraken te maken in het belang van de kinderen. De scheidingsexperts adviseren partijen om de voorlopige zorgregeling en de nog te berekenen kinderalimentatie vast te laten leggen in een ouderschapsplan en om de paar jaar het ouderschapsplan naar wens te finetunen. Daarnaast adviseren de scheidingsexperts aan de rechtbank om de voorlopige omgangsregeling om te zetten in een definitieve omgangsregeling en het nog door advocaten op te stellen ouderschapsplan te bekrachtigen.
Mr. Van de Branden heeft bij F-formulier van 8 juli 2025 aangegeven dat er naar aanleiding van de inhoud van bovenstaande rapportage overleg tussen partijen op gang was gekomen over een mogelijke onderlinge regeling en een schriftelijke afwikkeling van de procedure. Beide partijen hebben verzocht de zaak daarom aan te houden.
Bij F-formulier van 29 september 2025 heeft mr. Van den Branden laten weten dat het partijen niet is gelukt om tot overeenstemming te komen. Ze heeft namens de vrouw verzocht om een zitting te plannen. Ook mr. De Vleesschauwer heeft bij F-formulier van
6 januari 2026 namens de man verzocht een zitting te plannen.
Zorgregeling
Bij brief van 29 mei 2026 heeft de man verzocht de inhoud van het rapport van CJG Etten-Leur/ Zundert van 15 april 2025 en de voorlopige zorgregeling zoals eerder door uw rechtbank is bepaald, vast te leggen in een beschikking.
Bij brief van 3 juni 2026 heeft de vrouw laten weten dat de man de voorlopige zorgregeling aanvankelijk in de weekenden niet volledig nakwam maar dat deze inmiddels doorgaans wel naar behoren loopt. De voorlopige regeling ten aanzien van de verdeling bij helfte van feestdagen en vakanties wordt echter niet altijd nagekomen. Om de man (financieel) te prikkelen de zorgregeling na te komen wijzigt de vrouw haar verzoek ten aanzien van de definitief vast te stellen zorgregeling door aan haar verzoek een verzoek tot het opleggen van een dwangsom te verbinden van € 250,- voor iedere dag of dagdeel dat hij de vastgestelde regeling niet nakomt.
Uit de hiervoor genoemde stukken en wat er is besproken op zitting blijkt dat partijen het erover eens zijn dat de in de beschikking van 21 maart 2025 vastgestelde voorlopige zorgregeling definitief kan worden vastgesteld. Daarnaast hebben partijen tijdens de zitting overeenstemming bereikt over een (verdere) verdeling van de feestdagen. Naast de al eerder overeengekomen verdeling van de kerstdagen en oud- en nieuwjaar hebben partijen afgesproken dat de kinderen tijdens 2e Paasdag en 2e Pinksterdag verblijven bij de ouder waar ze conform de reguliere zorgregeling in het weekend direct voorafgaand aan die dagen verblijven. Ook hebben ze afgesproken dat de kinderen op Hemelvaart en de vrijdag na Hemelvaart bij de ouder verblijven waar ze in het weekend na deze (feest)dagen overeenkomstig de reguliere zorgregeling verblijven. De overige feestdagen verblijven de kinderen bij de ouder waar ze volgens de reguliere zorgregeling zijn.
De rechtbank zal de zorgregeling conform de overeenstemming van partijen definitief vaststellen. Het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen tot het betalen van een dwangsom zal worden afgewezen, nu de rechtbank, gelet op de overeenstemming van partijen over de zorgregeling, geen reden heeft om aan te nemen dat de man zich niet aan bovenstaande afspraken zal houden. Gebleken is dat als de afspraken duidelijk zijn, beide partijen zich daar ook aan houden.
Tot slot overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank vind het, net als de Raad, opvallend dat de scheidingsexperts van de gemeente op basis van één gesprek de conclusie hebben getrokken dat partijen in staat zijn om met elkaar te communiceren en afspraken te maken in het belang van de kinderen. In tegenstelling tot wat er in de rapportage van het CJG Etten-Leur/Zundert staat heeft de rechtbank namelijk tijdens de zitting geconstateerd dat er nog steeds sprake is van een verstoorde (ouder)communicatie tussen partijen. Eenmaal gemaakte afspraken worden nagekomen, maar als er geen afspraken zijn over een onderwerp lukt het partijen niet om dingen samen te regelen. Hierdoor is het hen onder andere niet gelukt om samen afspraken te maken over de verdeling van de zorg van hun kinderen tijdens de feestdagen en de hulpverlening die de kinderen nodig hebben. De rechtbank maakt zich zorgen over de gevolgen van dit gebrek aan communicatie voor de kinderen en heeft dit tijdens de zitting met partijen en de Raad besproken. Partijen hebben daarop toegezegd zich (weer) tot de gemeente te wenden voor hulpverlening. De Raad heeft partijen daarbij, net als tijdens de vorige zitting, geadviseerd niet alleen te vragen om hulpverlening in de vorm van ouderschapsbemiddeling, maar ook om een casusregisseur. Partijen hebben namelijk de ondersteuning van een extern en neutraal iemand nodig om afspraken te maken als hen dat samen niet lukt.
Kinderalimentatie
Bij brief van 29 mei 2026 heeft mr. De Vleesschauwer laten weten dat de man (alsnog) instemt met de door de vrouw verzochte kinderalimentatie van € 50,- per kind per maand met ingang van de datum van die brief. Bij brief van 3 juni 2026 heeft de vrouw hiermee ingestemd.
Uit voorgaande correspondentie en wat er is besproken op zitting blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie. Het is de rechtbank niet gebleken dat de overeengekomen bijdrage in strijd is met de wettelijke maatstaven. Gelet op de overeenstemming van partijen zal de rechtbank de door de man te betalen kinderbijdrage daarom met ingang van 29 mei 2026 bepalen op € 50,- per kind per maand, voor de toekomst bij vooruitbetaling te voldoen.
3 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de man en de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2013,
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019,
- [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019,
- [minderjarige 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2020,
in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar een weekend per veertien dagen, in de oneven weken, van vrijdag 17.15 tot zondag 19.30 uur en daarnaast gedurende de vakanties en feestdagen, zoals hieronder is omschreven:
- de minderjarigen in de zomervakantie jaarlijks wisselend de eerste helft (drie weken aaneengesloten) bij de vrouw verblijven en gedurende de tweede helft (drie weken aaneengesloten) bij de man;
- de minderjarigen het ene jaar gedurende de kerstdagen bij de vrouw zijn en tijdens oud- en nieuwjaar bij de man, eveneens jaarlijks wisselend;
- de minderjarigen op 2e Pasen en 2e Pinksteren bij de ouder verblijven waar ze in het weekend voor deze feestdagen overeenkomstig de zorgregeling verblijven;
- Hemelvaart en de vrijdag na Hemelvaart bij de ouder verblijven waar ze in het weekend na deze (feest)dagen overeenkomstig de zorgregeling verblijven;
- de overige feestdagen verblijven de kinderen bij de ouder waar ze volgens de zorgregeling zijn;
Voor al deze contactmomenten geldt dat de man de kinderen ophaalt bij de vrouw en hen ook weer terugbrengt.
bepaalt dat de man met ingang van 29 mei 2026 ten behoeve van de verzorging en opvoeding van genoemde minderjarigen [minderjarige 1], [minderjarige 2], [minderjarige 3] en [minderjarige 4] aan de vrouw moet voldoen een bedrag van € 50,= per kind per maand, vanaf nu voor de eerste van de maand te betalen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, (kinder)rechter en, in tegenwoordigheid van mr. Krocké, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.