Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6632Zaaknummer C/02/391352 / FA RK 21-5162

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/391352 / FA RK 21-5162
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanhouding definitieve zorg- en informatieregeling in afwachting van opbouw contact onder regie van de GI in het kader van de ondertoezichtstelling.

De rechtbank

verwijst de zaak naar de familiekamerrol van [datum] 2027, zulks met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 2.5 is overwogen;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve zorg- en informatieregeling aan;

wijst het verzoek van de man ten aanzien van een ondertoezichtstelling af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Hendriks, (kinder)rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere procesverloop
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaaknummer: C/02/391352 / FA RK 21-5162

nadere beschikking d.d. 19 juni 2026

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de vrouw,

advocaat: mr. S. Hussl te Amersfoort,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de man,

advocaat: mr. J.B. de Bree te Etten-Leur,

betreffende de thans nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2016, hierna: [minderjarige 1];

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2019, hierna: [minderjarige 2].

De rechtbank merkt als belanghebbende aan:

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Zeeland, hierna te noemen de GI.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Dit blijkt uit de volgende stukken:

  • de beschikking van deze rechtbank van 10 oktober 2025 en alle daarin genoemde stukken;
  • het Raadsrapport d.d. 13 maart 2026;
  • het F9-formulier d.d. 24 maart 2026 van mr. Hussl;
  • het F9-formulier d.d. 27 maart 2026 van mr. de Bree;
  • het F9-formulier d.d. 12 mei 2026 van mr. Hussl, met bijlagen;
  • de brief van [minderjarige 1], ingekomen op 18 mei 2026.
1.2.

De verzoeken zijn nader mondeling behandeld op 19 mei 2026. Bij die behandeling zijn gekomen partijen, met hun advocaten. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster van de Raad alsook een vertegenwoordigster van de GI. Gelet op de nauwe samenhang is onderhavige zaak gelijktijdig behandeld met het verzoek van de Raad in de zaak met zaaknummer C/02/446147 / JE RK 26-457. In die zaak is bij afzonderlijke beschikking beslist, inhoudende dat de minderjarigen onder toezicht zijn gesteld van de GI met ingang van 19 mei 2026 en tot 19 mei 2027.

1.3.

[minderjarige 1] heeft de mogelijkheid gekregen om te zeggen wat ze van de verzoeken vindt. [minderjarige 1] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter aangegeven dat zij uit de brief van [minderjarige 1] opmaakt dat de inhoud daarvan niet met de vader gedeeld mag worden. De kinderrechter kan daarom niet delen wat [minderjarige 1] verder precies geschreven heeft.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 16 januari 2024 zijn partijen verwezen naar een hulpverleningstraject binnen het Uniform Hulpaanbod. Tevens is in deze beschikking het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vrouw bepaald en is een voorlopige zorgregeling tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vastgesteld.

2.2.

Bij beschikking van deze rechtbank van 10 oktober 2025 is onder wijziging van voornoemde beschikking van 16 januari 2024 ten aanzien van de daarin eerder vastgestelde voorlopige zorgregeling dat de man en de minderjarigen, nadat het zogenoemde herstelgesprek tussen de man en de minderjarigen heeft plaatsgevonden in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig recht hebben op contact met elkaar ten minste éénmaal per twee weken op zondag van 13:00 uur tot 18:00 uur inclusief avondeten waarbij geldt dat de ouders de komende periode in gezamenlijk overleg en onder monitoring van de betrokken hulpverlening zullen toewerken naar opbouw en uitbreiding van deze zorgregeling op de wijze zoals voorgesteld in de onder rechtsoverweging 2.6 aangehaalde brief van de vrouw van 16 juni 2025, in die zin dat in die zin dat de minderjarigen alsdan bij de man verblijven:

- om de zondag van 13:00 uur tot 18:00 uur inclusief avondeten;

- alsmede - in de week dat de kinderen niet in het weekend bij de man zijn – om de week op dinsdag van 14:15 tot 17:00 uur;

- alsmede in vakantieweken van de kinderen van 2 weken of meer, een extra dag per week van 13:00 tot 18:00 uur inclusief avondeten;

- in de even jaren 1e kerstdag bij vader en in de oneven jaren 2e kerstdag bij vader, steeds van 13.00 uur tot 20:00 uur;

- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vieren hun verjaardag bij de ouder waar zij op dat moment volgens de reguliere zorgregeling verblijven. De ouder waar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet verblijven op die dag, krijgt de gelegenheid via de telefoon of beeldbellen persoonlijk te feliciteren en viert de verjaardagen als deze weer bij hem of haar verblijft;

- Vader en moeder vieren hun verjaardag als [minderjarige 1] en [minderjarige 2] volgens de regeling bij hen verblijft;

- Vader- en moederdag zijn dagen die de kinderen doorbrengen bij de betreffende ouder. Op vaderdag zijn de kinderen van 9:30 uur tot 18.00 uur inclusief avondeten bij vader.

2.3.

Verder heeft de rechtbank bij voornoemde beschikking de Raad verzocht onderzoek in te stellen ter beantwoording van de onder rechtsoverweging 2.11 van die beschikking vermelde vragen. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

2.4.

Na wijziging van de verzoeken door de vrouw, laatstelijk bij brief van 12 mei 2026, liggen thans aldus nog ter beoordeling voor de volgende verzoeken:

De verzoeken van de vrouw om, uitvoerbaar bij voorraad,

I. terzake de zorgregeling met betrekking tot de minderjarigen [minderjarige 1] (roepnaam: [minderjarige 1]) geboren op [geboortedag 1] 2016 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2] (roepnaam: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedag 2] 2019 te [geboorteplaats], te bepalen dat er:

a. eerst verdere korte contactmomenten worden gepland tussen vader en de kinderen onder begeleiding van de betrokken hulpverlening: casusresgisseur [persoon 1] van [jeudzorg] en [persoon 2] van [psycholoog];

b. op aangeven van de betrokken hulpverlening omgang onder professionele begeleiding te bepalen;

c. en vervolgens eventueel – indien dit in het belang van de kinderen is en naar hun draagkracht - nader uit de bouwen onder begeleiding van de betrokken hulpverlening;

d. een en ander eventueel – bij het uitspreken van een ondertoezichtstelling – alsmede onder begeleiding van de te benoemen gezinsvoogd;

een en ander onder monitoring van de betrokken hulpverlening;

danwel zodanige zorgregeling te bepalen als de rechtbank juist acht.

De zelfstandige verzoeken van de man om voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad

I. in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te bepalen dat de man en de kinderen gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar een weekend per twee weken van vrijdag uit school tot maandag voor school;

II. alsmede ten aanzien van de vakanties en de feestdagen te bepalen dat de kinderen in de even jaren op Eerste Kerstdag en in de oneven jaren op Tweede Kerstdag bij hem verblijven, alsmede tijdens Oud en Nieuw in de oneven jaren en op Tweede Paasdag of Tweede Pinksterdag als zij het weekend van Pasen of Pinksteren niet bij de man verblijven, als ook in de even jaren met Hemelvaart en in de oneven jaren op Koningsdag;

III. te bepalen dat de vrouw de man eens per twee weken op een deugdelijke wijze per e-mail informeert over de kinderen;

voorwaardelijk:

IV. indien de Raad geen verzoek tot ondertoezichtstelling indient; te bepalen dat beide minderjarige kinderen van partijen voor de duur van één jaar onder toezicht worden gesteld van een door de rechtbank aan te wijzen GI.

2.5.

Partijen zijn het beiden eens met het advies van de Raad om de definitieve zorgregeling aan te houden voor de duur van 9 maanden, in afwachting van de uitkomsten van de in te zetten hulpverlening in het kader van de uitgesproken ondertoezichtstelling. De aanpassing van de verzoeken door de vrouw ziet op de situatie zoals deze nu is. De vrouw vindt het belangrijk dat de contacten nu worden hersteld onder begeleiding van de GI. De kinderrechter heeft bij separate beschikking in de zaak met zaaknummer C/02/446147 / JE RK 26-457 doelen opgesteld waar de ouders onder regie van de GI de komende periode in het kader van de ondertoezichtstelling aan dienen te werken. Zo zal de GI de komende periode regie krijgen op de opbouw van de contactmomenten en onderzoeken wat hierin mogelijk is. De rechtbank acht het nu dan ook te vroeg om een definitieve beslissing te nemen op de voorliggende verzoeken en zal de zaak - overeenkomstig het advies van de Raad - aanhouden voor de duur van negen maanden. De rechtbank verwijst de zaak naar de familiekamerrol van [datum] 2027, teneinde de GI in de gelegenheid te stellen te rapporteren en adviseren omtrent het verloop van de ondertoezichtstelling en de contacten tussen de man en de minderjarigen alsmede de resultaten van de hulpverlening. Vervolgens zullen partijen en de Raad in de gelegenheid worden gesteld binnen een termijn van twee weken schriftelijk te reageren op het rapport en advies van de GI, alsmede zich uit te laten omtrent het door hen gewenst verdere procesverloop.

2.6.

De rechtbank gaat er vanuit dat de informatieregeling zoals partijen daar nu uitvoering aan geven voorlopig doorloopt. Dit betekent dat de vrouw de man eens per twee weken per mail informeert over de minderjarigen.

2.7.

De man heeft zijn (voorwaardelijke) verzoek om de minderjarigen onder toezicht te stellen tijdens de zitting ingetrokken nu de Raad hier een verzoek toe heeft gedaan. Nu de man dit verzoek heeft ingetrokken, kan dit niet meer worden onderzocht en zal dit verzoek worden afgewezen.

3 De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de familiekamerrol van [datum] 2027, zulks met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 2.5 is overwogen;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve zorg- en informatieregeling aan;

wijst het verzoek van de man ten aanzien van een ondertoezichtstelling af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Hendriks, (kinder)rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.