Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6595Zaaknummer C/02/447811 / JE RK 26-773
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/447811 / JE RK 26-773
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek verlenging ondertoezichtstelling toegewezen, verzoek verlenging machtiging uithuisplaatsing toegewezen
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 20 juni 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 20 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Borm, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026, in aanwezigheid van mr. Den Boer, griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447811 / JE RK 26-773
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordigster van de GI.
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
Bij beschikking van 25 juni 2021 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 25 juni 2021 en tot 9 juli 2021. Tevens is bij deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 25 juni 2021 en tot 9 juli 2021.
Bij beschikking van 1 juli 2021 is de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 9 juli 2021 en tot 25 september 2021. Ook is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 9 juli 2021 en tot 25 september 2021.
Bij beschikking van 20 september 2021 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 20 september 2021 en tot 20 juni 2022. Deze maatregel is daarna steeds
verlengd, voor het laatst tot 20 juni 2026.
Bij beschikking van 20 september 2021 is tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 20 september 2021 en tot 20 maart 2022. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 20 juni 2026.
[minderjarige] verblijft op basis van de bovengenoemde machtiging in een pleeggezin.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De GI handhaaft de verzoeken en verwijst ter onderbouwing van de verzoeken naar de overgelegde stukken. De vorige pleegouders van [minderjarige] hebben in september 2025 aangegeven dat [minderjarige] niet bij hen kan opgroeien. De GI is toen op zoek gegaan naar een andere plek. [minderjarige] is nu geplaatst bij een nieuw perspectief biedend pleeggezin. Deze plek lijkt voor [minderjarige] goed te zijn. Aan [minderjarige] is in bijzijn van de pleegouders zijn levensverhaal voorgelezen. Op dit moment is het gedrag van [minderjarige] rustig. Op termijn zal er EMDR voor [minderjarige] worden ingezet. Verder bezoeken de ouders [minderjarige] op een afgesproken plek. De omgang gaat op dit moment goed.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_c5e08f22-f09d-4858-b3ff-38a2490ad9b2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft in zijn jonge leven al veel meegemaakt en op verschillende plekken gewoond. Door de wisselingen heeft [minderjarige] verschillende verliesmomenten meegemaakt en een zekere basisveiligheid gemist. In december 2025 heeft [minderjarige] opnieuw onverwachts moeten wisselen van pleeggezin, wat opnieuw tot een verlieservaring heeft geleid. Mede door wat [minderjarige] heeft meegemaakt vertoont hij complex gedrag en weet hij zich niet altijd op de juiste wijze te uiten. Het is belangrijk dat [minderjarige] hier hulp voor krijgt. De GI geeft aan dat [minderjarige] op termijn EMDR zal krijgen. Daarnaast is het van groot belang dat [minderjarige] verder kan opgroeien op een veilige plek, met een beschikbare en voorspelbare opvoeder. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat regievoering van de GI de komende periode noodzakelijk blijft. Op dit moment staan de ouders achter de plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin en werken zij mee aan de noodzakelijk hulp voor [minderjarige], maar de situatie is nog te pril om af te schalen naar het vrijwillig kader.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De komende periode zal de GI de recente plaatsing van [minderjarige] bij de nieuwe pleegouders opvolgen. Gezien de vele wisselingen van verblijfplaats is het belangrijk dat deze plaatsing een succesverhaal wordt. Daarnaast zal binnenkort de behandelfase van [minderjarige] starten. Het is belangrijk dat de GI hier regie op blijft voeren. Het komend jaar zal de GI ook onderzoeken wat er nodig is om over te gaan naar het vrijwillig kader.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.[_1ca712be-0844-45ab-9db2-8e12f69e0d8b] In 2023 heeft de rechtbank een besluit genomen over het perspectief van [minderjarige]. Het perspectief van [minderjarige] ligt niet bij de ouders. Binnen de ondertoezichtstelling wordt daarom niet meer gewerkt aan een terugthuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouders. [minderjarige] woont sinds september in een nieuw pleeggezin, bij familie [pleeggezin]. In dit pleeggezin ervaart [minderjarige] rust. Dit komt mede doordat er geen andere kinderen aanwezig zijn in het pleeggezin. Hoewel de familie [pleeggezin] een startend pleeggezin is, lijkt het een goede match te zijn voor [minderjarige]. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de machtiging uithuisplaatsing gecontinueerd moet worden.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 20 juni 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 20 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Borm, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026, in aanwezigheid van mr. Den Boer, griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.