Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6417Zaaknummer BRE 26/3350 ZKTKST

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
BRE 26/3350 ZKTKST
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo. Materiële connexiteit ontbreekt.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 14 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/3350

uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het CAK, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaarschrift.

1.1.

Met het besluit van 1 maart 2024 heeft het CAK de eigen bijdrage van verzoeker vanaf 21 januari 2024 vastgesteld op € 200,40 per maand. Met het besluit van 14 januari 2025 heeft het CAK de eigen bijdrage van verzoeker per 1 januari 2025 vastgesteld op € 205,00 per maand.

1.2.

Op 15 januari 2026 heeft het CAK een bezwaarschrift van verzoeker ontvangen. Het CAK heeft dit bezwaarschrift opgevat als gericht tegen de besluiten van 1 maart 2024 en 14 januari 2025. Met de beslissing op bezwaar van 11 maart 2026 heeft het CAK verzoekers bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens het overschrijden van de bezwaartermijn.

1.3.

Bij brief van 10 juni 2026 heeft het CAK verzoeker gevraagd om uiterlijk 30 juni 2026 een bedrag van € 1.260,40 te betalen.

1.4.

Tegen de beslissing op bezwaar van 11 maart 2026 heeft verzoeker beroep ingesteld. Dat beroep is geregistreerd onder zaaknummer 26/2672. Vervolgens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.4.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Uit artikel 8:81 van de Awb volgt dat voor het treffen van een voorlopige voorziening sprake moet zijn van formele en materiële connexiteit. Voordat een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening kan worden ingediend, moet in elk geval eerst bezwaar of beroep worden ingesteld tegen een besluit. Dit heet formele connexiteit. Ook moet wat iemand met een verzoek om een voorlopige voorziening wil bereiken, betrekking hebben op de inhoud van het besluit waartegen bezwaar of beroep is ingesteld. Dit heet materiële connexiteit.

2.1.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter in zijn verzoekschrift verzocht om:

  • het CAK te gelasten de invordering van de betwiste eigen bijdrage tijdelijk op te schorten;
  • het CAK te verbieden verdere incasso- of invorderingsmaatregelen te nemen totdat uitspraak is gedaan in de beroepsprocedure;
  • te bepalen dat reeds lopende invorderingsmaatregelen gedurende de behandeling van het beroep worden geschorst.
2.2.

Uit het verzoekschrift leidt de voorzieningenrechter af dat verzoeker met zijn verzoek om voorlopige voorziening wil bereiken dat de invordering van eigen bijdragen direct wordt gestopt totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep met zaaknummer 26/2672. De voorzieningenrechter wijst erop dat dat beroep alleen gaat over de vraag of het CAK verzoekers bezwaarschrift tegen het bepalen van de hoogte van de eigen bijdragen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Wat verzoeker met zijn verzoek om voorlopige voorziening wil bereiken, heeft geen betrekking op de inhoud van het besluit waartegen hij beroep heeft ingesteld. Dat besluit gaat namelijk niet over invordering. Verzoeker kan daarom met zijn verzoek om voorlopige voorziening niet bereiken waar hij de voorzieningenrechter om heeft verzocht. Dit betekent dat de benodigde materiële connexiteit ontbreekt.

2.3.

Wellicht ten overvloede wijst de voorzieningenrechter erop dat uit de brief van het CAK van 10 juni 2026 blijkt dat verzoeker met het CAK een betalingsregeling kan treffen. Uit navraag bij het CAK blijkt dat een betalingsregeling kan worden getroffen voor minimaal € 10,- per maand voor maximaal 36 maanden. Mocht verzoeker niet in staat zijn om € 10,- per maand te betalen of om de gehele vordering binnen 36 maanden te voldoen, dan kan verzoeker een betalingsregeling op basis van zijn draagkracht aanvragen.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van materiële connexiteit. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt.

3.1.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 14 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.