Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6255Zaaknummer C/02/446058 / JE RK 26-439

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/446058 / JE RK 26-439
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelbeschikking

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

verbetert de beschikking van 10 april 2026, in dier voege dat rechtsoverweging 8.2 van het dictum als volgt komt te luiden:

‘verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte accommodatie met ingang van 15 april 2026 tot 25 juni 2026’.

3.2.

handhaaft de beschikking van 10 april 2026 voor het overige.

Deze herstelbeschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verzoek
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/02/446058 / JE RK 26-439

C/02/446579 / JE RK 26-539

Datum uitspraak: 10 juni 2026

Verbetering van een beschikking

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2023 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat: mr. N.A.H. Limbourg uit Breda.

1 Het verzoek

1.1.

Op 9 juni 2026 heeft de rechtbank van mr. Limbourg een bericht ontvangen waarin is verzocht om een herstel van de op 10 april 2026 in deze zaak gegeven beschikking, in die zin dat de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] onjuist is opgenomen in deze beschikking. Mr. Limbourg was in de veronderstelling dat de machtiging was verleend tot 25 juni 2026 in plaats van tot 15 juni 2026, net zoals de machtiging tot uithuisplaatsing van de halfzus van [minderjarige].

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in een beschikking verbeteren, mits die fout zich voor eenvoudig herstel leent. Het criterium hierbij is of voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is.

2.2.

De kinderrechter heeft geconstateerd dat in de beschikking van 10 april 2026, tussen de partijen gewezen, sprake is van een kennelijke vergissing die zich leent voor eenvoudig herstel. In rechtsoverweging 7.11 staat: “De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlenen maar zal deze in duur beperken tot 25 juni 2026.” In het dictum is deze machtiging tot uithuisplaatsing evenwel niet opgenomen tot 25 juni 2026, maar tot 15 juni 2026.

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

verbetert de beschikking van 10 april 2026, in dier voege dat rechtsoverweging 8.2 van het dictum als volgt komt te luiden:

‘verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte accommodatie met ingang van 15 april 2026 tot 25 juni 2026’.

3.2.

handhaaft de beschikking van 10 april 2026 voor het overige.

Deze herstelbeschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.