Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6038Zaaknummer C/02/446976 / FA RK 26-1833

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
4 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/446976 / FA RK 26-1833
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelbeschikking wvggz

De rechtbank:

3.1.

bepaalt dat de zinsnede ‘Betrokkene zou op 5 april 2026 een cliënt hebben proberen te wurgen’ onder punt 5.4. zoals neergelegd in de beschikking van 17 april 2026, dient te worden weggelaten uit de beschikking.

3.2.

handhaaft de beschikking van 17 april 2026 voor het overige.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 5 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/446976 / FA RK 26-1833

Datum herstelbeschikking: 5 juni 2026

Beschikking ter verbetering van de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg van 17 april 2026, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats], Joegoslavië,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats],

thans verblijvende in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats],

advocaat mr. E.S. van Aken uit Zierikzee.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

In de beschikking van 17 april 2026 is het volgende vermeld onder punt 5.4.: ‘Betrokkene zou op 5 april 2026 een cliënt hebben proberen te wurgen’.

1.2.

Door mr. van Aken is bij brief van 1 juni 2026 verzocht om voornoemde beschikking te herstellen en deze zinsnede te schrappen. Volgens mr. van Aken is de zin niet juist omdat betrokkene slachtoffer was. Ter onderbouwing daarvan heeft mr. van Aken een kopie van een proces-verbaal van aangifte van de politie en een e-mail van psychiater [persoon] overgelegd.

1.3.

Het Openbaar Ministerie is op 1 juni 2026 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over dit herstelverzoek. Het Openbaar Ministerie heeft bij e-mailbericht van 1 juni 2026 te kennen gegeven akkoord te gaan met het herstelverzoek.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout in de beschikking van 17 april 2026 die zich voor eenvoudig herstel leent.

2.2.

Nu is gebleken dat voormelde beschikking een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare fout bevat, dient die beschikking op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te worden verbeterd zoals hierna weergegeven.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

bepaalt dat de zinsnede ‘Betrokkene zou op 5 april 2026 een cliënt hebben proberen te wurgen’ onder punt 5.4. zoals neergelegd in de beschikking van 17 april 2026, dient te worden weggelaten uit de beschikking.

3.2.

handhaaft de beschikking van 17 april 2026 voor het overige.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 5 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.