Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5954Zaaknummer 448514 JE RK 26-897 en 448517 JE RK 26-898
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 2 juni 2026
- Publicatiedatum
- 11 augustus 2026
- Zaaknummer
- 448514 JE RK 26-897 en 448517 JE RK 26-898
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Resterend verzoek voorlopige ondertoezichtstelling, verzoek ondertoezichtstelling ook al ingediend. Resterend verzoek voorlopige ondertoezichtstelling afgewezen nu direct op het verzoek ondertoezichtstelling wordt beslist.
6 De beslissing
De kinderrechter:
In de zaak C/02/448514 / JE RK 26-897
wijst het resterende deel van het verzoek af;
In de zaak C/02/448517 / JE RK 26-898
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 2 juni 2026 tot 2 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni 2026. |
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking onder 6.1. staat geen hoger beroep open.[_be9e0775-02e4-4b8f-ac1e-22a164f67d52]
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking onder 6.2. en 6.3. is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof
‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummers: C/02/448514 / JE RK 26-897 (voorlopige ondertoezichtstelling)
C/02/448517 / JE RK 26-898 (ondertoezichtstelling)
Datum uitspraak: 2 juni 2026
(Nadere) beschikking van de kinderrechter over een (voorlopige) ondertoezichtstelling
in de zaken van
Raad voor de Kinderbescherming,
Regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2010 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2012 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats].
De kinderrechter merkt als informanten aan:
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het (verdere) verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
In de zaak C/02/448514 / JE RK 26-897
de beschikking van 22 mei 2026 en alle daarin vermelde stukken.
In de zaak C/02/448517 / JE RK 26-898
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De moeder en de vader zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen. Door de vertegenwoordiger van de GI is tijdens de zitting hierover opgemerkt dat de moeder bij haar heeft aangegeven dat zij wegens een bruiloft niet bij de zitting aanwezig zal zijn. Ook de vader zal niet op de zitting verschijnen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. Zij hebben geen mening gegeven.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.
De moeder, de vader en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij voormelde beschikking van 22 mei 2026 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 22 mei 2026 tot 5 juni 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.
3 De verzoeken
In de zaak C/02/448514 / JE RK 26-897
Aan de orde is het verzoek van de Raad om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Aan de beoordeling van de kinderrechter ligt nu nog voor de resterende periode van de verzochte maatregel, met ingang van 5 juni 2026 tot 22 augustus 2026.
In de zaak C/02/448517 / JE RK 26-898
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
Door de vertegenwoordiger van de GI is tijdens de zitting samengevat naar voren gebracht dat zij al betrokken is bij het gezin door de ondertoezichtstelling van [zorginstelling], de oudere zus van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Er vinden steeds incidenten plaats in het gezin. Zo ook gisteren (1 juni 2026) waarbij [minderjarige 2] met kabels is geslagen. Naar de moeder is uitgesproken dat dit moet stoppen. [hulpverlening] kan mogelijk systemische hulp bieden. Daarnaast is een aanmelding gedaan bij het veiligheidshuis. Er vormt zich een maatschappelijk probleem omdat mensen zich voor de deur van het gezin verzamelen. De GI wil ook spoedhulp inzetten omdat er ook fysieke incidenten zijn. Het inzetten van MST is mogelijk niet geschikt door de twijfels over de cognitie van met name de moeder en de invloed van culturele aspecten. De GI wil met de vader in gesprek over zijn rol in het gezin. Ook wil de GI met de kinderen in gesprek. Bij de moeder is sprake van persoonlijke problematiek en Multiple Sclerose (MS), waardoor haar draagkracht beperkt is. [zorginstelling] bereikt in oktober 2026 de meerderjarige leeftijd. Hoewel zij formeel uit huis geplaatst is verblijft zij toch thuis. Dit wordt voor nu gedoogd. Er zijn ook veel zorgen over [minderjarige 2]. Hij is bijna niet te handhaven. [minderjarige 2] neemt een rol in de buurt en ondermijnt ieders gezag. Op school zit hij in een speciale klas maar de vraag is of dat door kan blijven gaan.
Van de zijde van de Raad is aangegeven dat de vertegenwoordiger van de GI de zorgen binnen het gezin van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] goed omschreven heeft. De Raad vindt het van belang dat een ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt uitgesproken voor de verzochte duur van een jaar. Er kan dan hulpverlening worden ingezet, zodat de situatie in het gezin zo spoedig mogelijk stabiel wordt. Deze is nu erg onveilig.
5 De (nadere) beoordeling
In de zaak C/02/448514 / JE RK 26-897
Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken van nieuwe feiten en/of omstandigheden, die maken dat de beslissing onder 5.1. in voornoemde beschikking van 22 mei 2026 dient te worden herroepen. Het resterende deel van het spoedverzoek zal worden afgewezen nu de kinderrechter tevens zal beslissen op het samenhangende verzoek.
In de zaak C/02/448517 / JE RK 26-898
In artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, kort gezegd, dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd. Zij groeien op in een gesloten gezinssysteem waar agressie wordt ingezet als middel. Dit geeft spanning en onveiligheid voor de kinderen. Er vinden voortdurend escalaties en incidenten plaats, waarbij iedereen in conflict komt met elkaar. [minderjarige 1] kan thuis brutaal zijn. Er zijn signalen dat de moeder controlerend is naar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich bemoeit met alles wat [minderjarige 1] doet. [minderjarige 2] laat binnen- en buitenshuis boos en agressief gedrag zien. Hij laat zich niet corrigeren en kan geen ‘nee’ accepteren. Er zijn zorgen over het social media gebruik van [minderjarige 2] en over het netwerk waarin hij zich op straat bevindt. [minderjarige 2] gaat nu niet naar school omdat de speciale begeleidingsklas waar hij inzit en baat bij heeft, stopt. Het gebrek bij de ouders om [minderjarige 2] te kunnen corrigeren maakt dat hij steeds verder over grenzen gaat. Hij laat zich steeds minder sturen en gaat zijn eigen gang. Het lukt de moeder niet conflicten de-escaleren. Er zijn ruzies tussen de moeder en de kinderen waarbij de vader soms ook aanwezig is. Hierbij is sprake van verbaal geweld en zijn er signalen van mogelijke inzet van fysiek geweld. De moeder en de kinderen bagatelliseren of ontkennen alles. Dit maakt de situatie onbetrouwbaar. De vader trekt zich grotendeels terug uit het gezin en komt alleen langs wanneer de moeder zijn hulp vraagt. Met haar verminderde draagkracht en de afwezigheid van de vader moet de moeder steeds meer dragen.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Hoewel de moeder open staat voor en zegt baat te hebben bij de huidige hulpverlening vanuit Maatschappelijke Hulp met Daadkracht, blijven de escalaties in het gezin doorgaan. De inzet van deze hulpverlening komt niet verder dan het ‘blussen van brandjes’ en kan (daardoor) niet bieden wat daadwerkelijk nodig is. De moeder is niet open naar de hulpverlening over de problemen die zij ondervindt in de thuissituatie en schakelt de hulpverlening pas in bij een escalatie. Maatschappelijke Hulp met Daadkracht adviseert ook om meer stevige (systemische) hulpverlening in te zetten. Ondanks advies daartoe weigert de moeder haar medewerking aan een persoonlijkheidsonderzoek. De vader ziet geen heil in hulpverlening en toont weinig tot geen betrokkenheid bij de moeder en de kinderen.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar. De kinderrechter acht het van belang dat er met de nodige (stevige) regie vanuit de GI zicht komt op het gezin en dat er wordt ingezet op systemische hulpverlening om de situatie te keren en te werken naar een veilige, stabiele thuissituatie. Daarnaast moet gekeken moet worden naar wat voor ieder gezinslid, ieder met hun eigen problematiek, nodig en passend is. De vader heeft daarbij een belangrijke rol en dient te worden betrokken bij het gezin en in de hulpverlening.
In de komende periode dient te worden gewerkt aan de volgende doelen:
- [minderjarige 1] groeit op in een veilige omgeving die rekening houdt met haar gevoelens en adequate ontwikkeling richting zelfstandigheid;
Momenteel groeit [minderjarige 1] op in een onveilige omgeving met controle en (non)verbaal geweld tussen alle verschillende familieleden. Systeemtherapie moet deze situatie terugbrengen naar een situatie met veiligheid, onderling begrip en
zonder geweld.
- [minderjarige 2] groeit op in een veilige omgeving waarin hij zich op een passende manier
laat corrigeren waarbij hij leert om te gaan met zijn frustraties;
momenteel groeit [minderjarige 2] op in een onveilige omgeving met (non)verbaal geweld tussen alle verschillende familieleden. Met name moeder heeft problemen om hem aan te spreken en te corrigeren. Systeemtherapie moet deze situatie terugbrengen
naar een situatie met veiligheid, onderling begrip en zonder geweld.
- [minderjarige 1] kan zich uiten zonder agressie en zonder zich schuldig te voelen over de
situatie;
[minderjarige 1] rekent het zichzelf aan wanneer er ruzies zijn tussen haar en de anderen. Ook hier kan systeemtherapie duidelijkheid geven aan alle betrokkenen welke rol zij spelen in de conflicten en waar het verschil zit tussen ouders en kind en de eigen verantwoordelijkheid.
- [minderjarige 2] kan zich uiten zonder agressie;
naast systeemtherapie om [minderjarige 2] en ouders in de thuissituatie te begeleiden, is voor [minderjarige 2] agressieregulatie nodig om te ontdekken waar zijn boosheid en agressie vandaan komt en hoe dit gereguleerd kan worden.
- De kinderen kunnen rekenen op moeder én op vader, die hen passend kunnen
begrenzen;
Vader blijft betrokken in het gezin en werkt mee aan de nodige
systeemtherapie.
Tijdens de zitting is in samenspraak met de Raad en de GI het volgende doel toegevoegd:
- Er komt zicht op en aandacht voor de rol die de moeder speelt in de agressie binnen het gezin, zodat kan worden gekeken hoe hierin tot een oplossing kan worden gekomen;
de agressie binnen het gezin is mogelijk gekoppeld aan de houding van de moeder, die mogelijk onmachtig is om met de situatie om te gaan.
De kinderrechter verklaart de beslissing onder 6.2. uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
In de zaak C/02/448514 / JE RK 26-897
wijst het resterende deel van het verzoek af;
In de zaak C/02/448517 / JE RK 26-898
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 2 juni 2026 tot 2 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni 2026. |
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking onder 6.1. staat geen hoger beroep open.[_be9e0775-02e4-4b8f-ac1e-22a164f67d52]
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking onder 6.2. en 6.3. is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof
‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.