Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 april 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:4110Zaaknummer C/02/445814 FA RK 26-1221
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 14 april 2026
- Publicatiedatum
- 5 juni 2026
- Zaaknummer
- C/02/445814 FA RK 26-1221
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
benoeming BC
De rechtbank
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige], geboren te [woonplaats] op [geboortedag] 2021,
mr. A. den Ridder-van der Meijden, advocaat te Raamsdonksveer;
verzoekt de bijzondere curator binnen zes weken na de datum van deze beschikking schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen;
houdt de verdere behandeling van het verzoek aan tot 26 mei 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator;
bepaalt dat de mondelinge behandeling van het verzoek, met gesloten deuren, zal plaatsvinden op [datum] 2026 om [tijdstip] door mr. Van de Kraats, in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10 te Breda;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor de mondelinge behandeling voor de man en zijn advocaat, de moeder, de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 door mr. Van de Kraats, rechter, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze tussenbeslissing staat geen hoger beroep open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/445814 FA RK 26-1221
Datum uitspraak: 14 april 2026
beschikking betreffende benoeming van een bijzondere curator,
in de zaak van
[de man], hierna te noemen: de man,
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. M. Hofland te Breda,
tegen:
[de vrouw],
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats].
Als belanghebbende ten aanzien van het afstammingsverzoek wordt aangemerkt:
de minderjarige [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2021, hierna te noemen [minderjarige].
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal in de procedure worden gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.
1. Het procesverloop
1.1 De rechtbank oordeelt op grond van het op 3 maart 2026 ontvangen verzoek met bijlagen.
2 Het verzoek
De man verzoekt, samengevat,
- een DNA-verwantschapsonderzoek te gelasten;
bij wege van voorwaardelijke verzoeken:
- vervangende toestemming voor de erkenning van [minderjarige];
- hem mede te belasten met het gezag over [minderjarige];
- vaststelling van een omgangsregeling op de door hem aangegeven wijze.
3 De beoordeling
Omdat deze procedure onder andere betrekking heeft op de afstamming van [minderjarige] moet hij op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator.
Mr. A. den Ridder-van der Meijden, advocaat, kantoorhoudende aan de Wilhelminalaan 5, 4941 GJ, Raamsdonksveer, is bereid als zodanig op te treden. De rechtbank zal haar in die hoedanigheid benoemen.
De bijzondere curator dient binnen zes weken na heden de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het afstammingsverzoek in te nemen.
Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Daarbij behoudt de rechtbank zich iedere verdere beslissing voor.
4 De beslissing
De rechtbank
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige], geboren te [woonplaats] op [geboortedag] 2021,
mr. A. den Ridder-van der Meijden, advocaat te Raamsdonksveer;
verzoekt de bijzondere curator binnen zes weken na de datum van deze beschikking schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen;
houdt de verdere behandeling van het verzoek aan tot 26 mei 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator;
bepaalt dat de mondelinge behandeling van het verzoek, met gesloten deuren, zal plaatsvinden op [datum] 2026 om [tijdstip] door mr. Van de Kraats, in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10 te Breda;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor de mondelinge behandeling voor de man en zijn advocaat, de moeder, de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026 door mr. Van de Kraats, rechter, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze tussenbeslissing staat geen hoger beroep open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.