Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:3042Zaaknummer C/02/445974 / FA RK 26-1299

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
C/02/445974 / FA RK 26-1299
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Machtiging voortzetting crisismaatregel toegewezen. Geen bijzonderheden.

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats], Irak, wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.5. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 april 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 30 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445974 / FA RK 26-1299

Datum uitspraak: 16 maart 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats], Irak,

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats 1],

thans verblijvende in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2],

advocaat: mr. S.J. Nijssen uit Goes.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 maart 2026.

1.2.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • de advocaat van betrokkene;
  • dhr. [persoon 1], specialist ouderengeneeskunde;
  • [persoon 2], verpleegkundige.
1.3.

De officier van justitie is, zoals hij reeds heeft aangegeven in het verzoekschrift, niet verschenen en dus ook niet gehoord.

1.4.

Uit artikel 6:1 Wvggz volgt dat de rechter betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Bij aanvang van de mondelinge behandeling is betrokkene bezocht op zijn kamer. De rechtbank heeft gepoogd om het verzoek met betrokkene te bespreken en hem vragen te stellen, hetgeen – gelet op de kwetsbare gezondheidstoestand van betrokkene – niet is gelukt. Betrokkene was immers niet goed aanspreekbaar en oogde zeer vermoeid. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat betrokkene niet in staat is om te worden gehoord. Gelet hierop heeft de rechtbank – met instemming van de advocaat – de mondelinge behandeling voortgezet buiten de aanwezigheid van betrokkene.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2]. De burgemeester van de gemeente Goes heeft het besluit tot het verlenen van de crisismaatregel op 12 maart 2026 genomen.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Namens betrokkene geeft de advocaat aan dat in juridische zin niets aan toewijzing van het verzoek in de weg staat. Er is sprake van een vermoeden van een psychische stoornis, namelijk een delier. De advocaat kan ook de besproken vormen van verplichte zorg volgen. Het verzet lijkt te ontbreken, maar medewerking daarentegen ook.

4.2.

De specialist ouderengeneeskunde verklaart dat betrokkene zich in een zeer kwetsbare – potentieel levensbedreigende – toestand bevindt. Er is sprake van hartfalen en zijn nieren werken niet goed. De kans op verbetering is klein. Betrokkene overziet door zijn psychische stoornis de ernst van zijn somatische situatie onvoldoende. Er is sprake van een wisselend ziektebesef en -inzicht. Er zijn voorts momenten van afwezigheid, afgewisseld met perioden waarbij betrokkene prikkelbaar is. Ook is betrokkene agressief en onredelijk ten aanzien van de voorgestelde diagnostische en therapeutische handelingen. Dit beeld past bij een nog niet volledig hersteld delirium. Hij accepteert de behandeling niet en wil de afdeling verlaten, zonder dat hij aan kan geven waar hij naartoe wil. Zonder behandeling is levensgevaar reëel. Voorts licht de specialist ouderengeneeskunde toe dat de woning van betrokkene onbewoonbaar is verklaard. Betrokkene heeft ook geen familieleden in de buurt.

4.3.

De verpleegkundige licht toe dat het moeilijk is om op de huidige afdeling betrokkene de zorg te bieden die hij nodig heeft in verband met zijn hartfalen en slechte nierfunctie.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt hierbij op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling in overweging dat de woning van betrokkene onbewoonbaar is verklaard vanwege ernstige vervuiling. Betrokkene kan ook niet meer terecht bij het Leger des Heils in verband met eerdere boosheid en verbale dreigementen. Dit maakt dat betrokkene geen woning heeft. Daarnaast is het de rechtbank gebleken dat betrokkene kampt met levensbedreigend hartfalen, een ernstig verminderde nierfunctie en oedemateuze benen. Betrokkene kan de ernst van zijn somatische situatie onvoldoende overzien en zonder behandeling is er sprake van levensgevaar. Tot slot heeft betrokkene geen steunsysteem in Nederland.

5.3.

Op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling wordt vermoedt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een delirium. Betrokkene is verward, agressief en afwisselend afwezig. Bij betrokkene is sprake van een vermoeden op langdurend psychiatrisch lijden. Differentiaal diagnostisch is er sprake van schizofrenie, een depressieve stoornis en persoonlijkheidsproblematiek (cluster A).

5.4.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

5.5.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van vocht en voeding;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie.

De overige verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

5.6.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Bij betrokkene is sprake van een beperkt ziektebesef of ziekte-inzicht. Hij overziet de ernst van zijn somatische situatie onvoldoende en geeft aan geen behandeling te willen. Betrokkene gaf daarbij recent aan de afdeling te willen verlaten. Dit maakt dat de vrijwilligheid van betrokkene onvoldoende bestendig is.

5.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1959 in [geboorteplaats], Irak, wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.5. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 april 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 30 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.