Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 maart 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:2921Zaaknummer C/02/427212 / HA ZA 24-558

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
C/02/427212 / HA ZA 24-558
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verbetervonnis; verzoek herstel dan wel aanvulling afwijzen.

De rechtbank

3.1.

wijst het verzoek om verbetering dan wel aanvulling van het op 17 december 2025 tussen partijen gewezen vonnis af.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Hopmans, Van Dijk en Bastiaansen, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 door mr. Hopmans.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verzoek tot verbetering
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Cluster II Handelszaken

Middelburg

Zaaknummer: C/02/427212 / HA ZA 24-558

Verbetervonnis van 11 maart 2026

in de zaak van

1 [de vrouw],

wonende te [plaats 1],

hierna te noemen: de vrouw,2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[B.V. 1],

gevestigd te [plaats 1],

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat: mr. A.J.C. Nuijten, gevestigd te Bergen op Zoom,

tegen

1 [de man],

wonende te [plaats 2],

hierna te noemen: de man,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. N.M. van Leeuwen, gevestigd te Den Haag,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B.V. 2]

gevestigd te [plaats 1],

hierna te noemen: [B.V. 2],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C. van Meines, gevestigd te Gouda.

1 Het verzoek tot verbetering

1.1.

Op 24 februari 2026 heeft mr. Van Leeuwen namens de man de rechtbank verzocht om herstel (ex artikel 31 Rv) dan wel aanvulling (ex artikel 32 Rv) van het op 17 december 2025 in deze zaak gewezen vonnis. Zij verzoekt in het dictum van het vonnis de volgende onderstreepte zinsnede toe te voegen aan r.o. 5.1.2.:

(…) 5.1.2. als de vrouw binnen de genoemde termijn aantoont dat de man kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld en kan voldoen aan de onder r.o. 5.1.1. genoemde twee verplichtingen dan wel voorwaarden, moet de man, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee maanden, meewerken aan levering van de woning aan de vrouw bij één van de notarissen van [notariskantoor], gevestigd te [adres], waarbij de kosten van het notariële transport van de woning voor rekening van de vrouw komen; (…)

1.2.

Op 5 maart 2026 heeft mr. Nuijten namens de vrouw aan de rechtbank laten weten tegen toewijzing van dat verzoek het volgende bezwaar te hebben. Volgens de vrouw is geen sprake van een kennelijke schrijffout, rekenfout of evidente omissie die zich leent voor herstel op de verzochte wijze.

Mr. Van Meines heeft namens [B.V. 2] laten weten geen bezwaar te hebben.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.

2.2.

Op grond van artikel 32 lid 1 Rv vult de rechter te allen tijde op verzoek van een partij zijn vonnis aan als hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde.

2.3.

De man verzoekt de rechtbank het dictum van het vonnis aan te vullen met een specifieke zinsnede, kennelijk -zo begrijpt de rechtbank uit de onderbouwing van het verzoek- om het dictum in de optiek van de man (verder) te verduidelijken. Van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent of een verzuim om te beslissen op een onderdeel van het gevorderde is (hiermee) geen sprake. De rechtbank zal het verzoek om herstel dan wel aanvulling van het op 17 december 2025 gewezen vonnis daarom afwijzen.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst het verzoek om verbetering dan wel aanvulling van het op 17 december 2025 tussen partijen gewezen vonnis af.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Hopmans, Van Dijk en Bastiaansen, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 door mr. Hopmans.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.